Smelt zeeijs in Noordpoolgebied nog niet op recordkoers

Met meer dan gewone belangstelling wordt het smeltseizoen in het Noordpoolgebied gevolgd. Raakt de pool voor het eerst zonder ijs?

Nog even en de zomer van 2016 gaat zijn laatste maand in. In Nederland lopen we voor wat de temperaturen betreft tot nu toe ongeveer een graad voor op de langjarige norm, goed voor een 10e plaats op de ranglijst van warmste zomers. Verder is de zomer tot nu toe in De Bilt duidelijk natter dan normaal en komen we aan zonuren een klein beetje tekort.

Wereldwijd zijn we, mede door de El Niño van de laatste winter, aan een indrukwekkende reeks van recordwarme maanden bezig. Nooit eerder in de moderne tijd waren de afwijkingen met de normaal zo groot. Wel is het zo dat, nu de El Niño voorbij is en een La Niña lijkt in te zitten, het verschil met normaal weer wat kleiner begint te worden.

Noordpool zonder ijs?
De combinatie van een zeer zachte winter en de grote mondiale temperatuurafwijkingen van dit moment zijn er de oorzaak van dat veel mensen dit jaar met nog meer aandacht dan normaal de ontwikkelingen van het zeeijs in het Noorpoolgebied volgen. Zou de geografische Noordpool dit jaar voor het eerst in de geschiedenis zonder ijs komen te zitten? Het afgelopen voorjaar waren meerdere publicaties te lezen waarin hierop al werd gehint.

Een slechte winter was het zeker in het Noordpoolgebied. Nog niet eerder bleef de aangroei van het zeeijs er zover achter als dit jaar. Ook gedurende de poolnacht gebeurde het meerdere keren dat zuidenwinden zulke warme lucht aanvoerden dat het tot aan de geografische Noordpool aan toe tijdelijk ruim boven nul kwam. Spitsbergen werd rond de jaarwisseling geconfronteerd met een weeklang plustemperaturen. Af en toe steeg het kwik er tot in de buurt van 10 graden. In het pikkedonker smolt de in de hoofdplaats Longyearbyen aanwezige sneeuwlaag vrijwel weg. De sneeuwscooters, het vervoermiddel daar, stonden er dan ook lang werkloos bij.

Afname nog niet recordsnel
Het resultaat was een lentestart met een groot tekort aan zeeijs, vergeleken met het langjarige gemiddelde. Inmiddels is de zomersmelt alweer een flinke tijd onderweg. Tot nu toe is de gebruikelijke afname van de hoeveelheid zomerijs snel gegaan, maar niet recordsnel. In mei ging het eerst rustig, later in de maand kwam de snelheid er beter in. Juni vertoonde ongeveer eenzelfde beeld. Een relatief gematigde smelt in de eerste weken, daarna een duidelijke versnelling. De eerste twee weken van juli zette dat hoge tempo door, maar de laatste week is er weer een vertraging.

De grote aanjagers van de zomersmelt in het poolgebied zijn de luchttemperatuur, de hoeveelheid zon, het windpatroon en de zeewatertemperaturen (gestuurd door zeestromingen). Snel kan het gaan als het poolgebied door warmbloedige hogedrukgebieden wordt bedekt. De zon schijnt er dan vaak, de temperaturen lopen (door de relatief warme bovenlucht) gemakkelijk op en de divergerende winden (uit elkaar waaiend) die bij een hogedrukgebied horen, maken dat het drijfijs makkelijk uit elkaar waait. Dat bevordert het smeltproces en dan gaat het snel.

De smelt van het zeeijs verloopt langzamer als lagedrukgebieden in het poolgebied actief zijn. Het is dan vaker bewolkt. Verder is de bovenlucht in lagedrukgebieden relatief koud (en dat drukt ook de temperaturen aan de grond) en zorgen de convergerende winden (ze waaien naar elkaar toe) in dergelijke systemen ervoor dat het ijs goed op elkaar gedrukt wordt. Zeeijs is hierdoor beter bestand tegen smelt en dan loopt het smelttempo van het ijs duidelijk terug.

Lagedrukgebieden dit jaar belangrijk
In de poolzomer tot nu spelen lagedrukgebieden een relatief belangrijke rol. Vandaar de fases waarin de ijssmelt relatief gematigd is. Toch weet warme lucht ook af en toe tot de Arctische Oceaan door te dringen. Per saldo staan we daarom ook erg laag, voor wat de bedekking met zeeijs betreft, maar niet recordlaag. De gematigde ijssmelt van de laatste week heeft ertoe bijgedragen dat het positieve verschil ten opzichte van 2012, het jaar waarin het nu geldende laagterecord voor zeeijsbedekking in het Noordpoolgebied werd gevestigd, wat groter is geworden. Ook andere indicatoren wijzen erop dat de situatie op dit moment in de basis iets beter is dan in 2012. Zo is het totale volume aan ijs dit jaar hoger dan toen en lijkt het overgebleven ijs gemiddeld ook iets dikker te zijn.

Toch zegt dit nog niet alles over hoe het uiteindelijk afloopt. Er zijn nog 6 weken te gaan en in die tijd kan veel gebeuren. Ook in 2012 zagen we in augustus ineens een enorme versnelling van de smelt. Mocht die versnelling dit jaar uitblijven, dan wordt het lastig om het record te breken. En dat is misschien maar beter ook. Nergens anders zijn gevolgen van de klimaatverandering op aarde zo groot als in het Noordpoolgebied. Een beetje rust aan het front kan daar zeker geen kwaad.

Bronnen: MeteoGroup, NSIDC, NPEO, PIOMAS.