Waar blijven die zware buien?

Al dagen lang waren de berichten over zware buien dit weekend niet van de lucht. Waar blijft dat aangekondigde noodweer…

Een lagedrukgebied boven Frankrijk houdt de gemoederen al sinds begin vorige week bezig. Het zou een setting moeten worden die wel uit moest draaien op zware onweersbuien in ons land. Het weekend begon wat dat betreft veelbelovend, voor buienliefhebbers dan. Vrijdag ontstonden er niet ver over de grens in Duitsland al zware buien met onweer en hagel. Er zaten zelfs heuse supercellen bij. Volgens Duitse experts heeft een zo een supercell zelfs een kleine tornado geproduceerd. 

Veluwe

Gisteren voerde een noordoostelijke stroming vrij warme en onstabiele lucht aan. De zon kwam er op veel plaatsen heel behoorlijk aan te pas. Veel mensen hebben de dag ongetwijfeld als een prima voorjaarsdag ervaren. Toch ontstonden er wel degelijk stevige plensbuien. De eerste stevige onweersbui ontlaadde zich in het begin van de middag boven het zuidelijk deel van de Veluwe. Op basis van de opgetelde radarbeelden bracht deze bui neerslaghoeveelheden van 10 tot 15 millimeter. De stortregen veroorzaakte een flinke file op de A12 ten oosten van Ede.

De pas afgesneden

De bui boven de Veluwe hield het hooguit een uurtje vol. Relatief snel ging de fut er weer uit. Probleem voor de buien gisteren was niet de onstabiliteit. Die was prima. Geholpen door de krachtige instraling van de zon konden de stapelwolken vrij gemakkelijk in een mum van tijd tot grote hoogte doorschieten. Maar er was in de onderste 4 tot 5 kilometer van de atmosfeer maar weinig wind. De neerslag van de net ontwikkelde bui veroorzaakte al snel een fikse afkoeling aan de grond. Door het uitstromen van de afgekoelde lucht in de directe omgeving van de cel, werd de opwaartse luchtstroom al snel de pas afgesneden. En kon de bui niet doorgroeien. 

Nieuwe cellen

Dat proces hoeft op zich nog niet eens te betekenen dat buien verder kansloos zijn om zich verder te organiseren. Wat vrij vaak gebeurt met buien in een situatie als gisteren is dat een uitstervende cel een nieuwe in zijn directe omgeving weet te triggeren. Want de uitstromende afgekoelde lucht botst in zijn omgeving vroeg of laat op warme lucht. En op dat grensvlak kan dan een nieuwe opwaartse luchtstroom ontstaan. Dat gebeurde gisteren inderdaad ook.  Een half uur na het hoogtepunt van de A12-bui ontstonden aan weerskanten nieuwe cellen. Eentje nabij Barneveld en eentje ten noordwesten van Oosterbeek. De bui bij Barneveld hield het een half uur vol, de bui nabij Oosterbeek net wat langer. Ten oosten van de uitstervende Barneveld bui vormde zich om half 3 een bui bij Garderen. Het resultaat van dit ‘aan en uit gaan’ is dat toch heel wat plekken in Midden/Oost Nederland een pittige bui op bezoek kregen. Dit is goed te zien in het ‘cumulatieve’ ofwel opgetelde radarbeeld. Een van de felste buien van de dag ontstond rond 4 uur in de middag tussen Bunschoten en Eemnes. Daar reed ik zelf (in dit geval geheel toevallig, vanwege het parcours van de e-rally van de organisatie Just Digg It) dwars doorheen. In totaal moet er (ruim) 30 millimeter zijn gevallen. In ieder geval werden de stoffige elektrische bolides even netjes gewassen op een duurzame manier.

Teruggeschroefd

Toch was het aantal zware buien gisteren minder dan gedacht. En vandaag hadden er zelfs nog meer zware buien moeten vallen dan gisteren. Maar dat gaat niet gebeuren. Het gebied met diepe onstabiliteit ligt vandaag buiten Nederland. Bovendien zorgt vrij veel bewolking vandaag voor relatief geringe instraling. Daardoor wordt de onstabiliteit die er wel is, niet voldoende aangesproken. De verschillen in de berekende hoeveelheid neerslag voor vandaag zijn ook aanzienlijk teruggeschroefd door de rekenmodellen.

Morgen dan wel?

Ook morgen ligt het genoemde lagedrukgebied nog om de hoek, in dit geval boven Duitsland. De wind wordt pal noord en zeker langs de Zeeuwse kust zelfs aanlandig. Toch berekenen de computermodellen voor morgenoverdag aanzienlijke regenhoeveelheden.  Maar de locatie waar de meeste regen dan zou moeten vallen, verschilt sterk. Het ECMWF geeft Limburg de meeste regen, het Engelse model voorziet de zwaarste buien in het noordoosten. Laatstgenoemde model laat het juist daar eerst voldoende opklaren om de zonne-energie zijn werk te laten doen. Het ECMWF baseert zijn grote regensommen in Limburg op nachtelijke zware onweersbuien die in de ochtend het zuidoosten van het land binnen trekken. In ieder geval zal het ook morgen slechts plaatselijk zijn dat het tot zware buien komt. Maar de kans op zware buien is morgen wel groter dan vandaag. De kans op veel regen is in het westen van het land het kleinst. Dat heeft vooral ook te maken met vrij koude lucht vanaf zee. 

Lessen geleerd?

Kunnen we als weerkundigen nog nieuwe lessen leren uit de weersverwachtingen die toch een beetje in het water zijn gevallen. (Of juist niet dus ;-). Niet echt vrees ik. Dit kan later deze week zomaar opnieuw gebeuren. Ook dan (woensdag tot en met vrijdag) is de kans op stevige buien op zich vrij groot. We baseren ons toch op de gemene deler in de diverse berekeningen, voegen daar ervaring en kennis aan toe, en maken op grond daarvan de beste keuzes. Die gaan vaak goed. Soms ook niet. Dat zal zo blijven. Het blijft toch echt een verwachting. Al zien we wel, dat rekenmodellen op zich steeds beter worden in het omgaan met dit soort (buiige) situaties.