Hollandse wolkenluchten

Stapelwolken tekenen zich scherp af tegen stukken strakblauwe lucht. Sommige stapelwolken torenen hoog boven alles uit en worden winterse buien. Maartse buien!

Al eens goed naar de lucht gekeken deze dagen? De wolkenluchten zijn indrukwekkend. Typische Hollandse stapelwolken tekenen zich scherp af tegen de stukken strakblauwe lucht. Enkele stapelwolken torenen hoog boven alles uit en worden (winterse) buien. Het is een typische weersituatie voor deze tijd van het jaar, waardoor de buien ook wel maartse buien genoemd worden. Maar hoe komt het zo dat juist in deze tijd van het jaar dit soort wolkenluchten te zien is?

Voor de aanvoer van deze schone en koude zeelucht, hebben we een noordelijke stroming nodig. Normaal gesproken wordt de noordenwind echter tegengehouden door de sterke straalstroom. In de winter zijn de temperatuurtegenstellingen tussen het poolgebied en de tropen heel groot. In de tropen blijft het heet, op de Noordpool koelt het in de constant donkere dagen pijlsnel af. Dat geldt ook voor de atmosfeer op grotere hoogte, zo’n 5 tot 20 kilometer hoogte boven het poolgebied.

Natte winter
Door die grote temperatuurverschillen wordt de straalstroom extra aangewakkerd. Je kunt de straalstroom zien als de motor achter de aanvoer van lagedrukgebieden, die in de winter dan ook met de regelmaat van de klok over onze omgeving trekken. Het levert vaak een sterke westelijke stroming op, met geregeld regen. Dit is in Nederland de regel, maar er zijn natuurlijk uitzonderingen op, zoals in winters als die van 2010 die in de wintermaanden wel vaak met noordelijke winden gepaard ging.

Maartse buien
Aan het einde van de winter wordt het op de Noordpool opnieuw licht. De dagen worden er snel weer langer en de temperaturen (zeker die van de bovenlucht) lopen weer op. De temperatuurverschillen met de subtropen worden zo weer kleiner, waardoor de straalstroom begint af te zwakken. Lagedrukgebieden komen met minder snelheid op ons af, waardoor er tussentijds ruimte is voor hogedrukgebieden of ruggen van hogedruk om zich te ontwikkelen en invloed op het weer bij ons te krijgen. In maart zien we dan ook geregeld dat een hogedrukgebied zich opwerpt boven de Atlantische Oceaan, om vervolgens richting Scandinavië verder te trekken. In die periode krijgen we in Nederland dan – voor het hogedrukgebied uit - een paar dagen een noordwestelijke stroming, met de aanvoer van koude lucht over het relatief milde zeewater. Een combinatie die geheid tot buien leidt. Vanwege de koude bovenlucht zijn dit ook geregeld buien met hagel of natte sneeuw, ook wel maartse buien genoemd.

Opruiming kou
Intussen warmt de Noordpool steeds verder op. De dagen worden daar heel snel langer. Zo wordt het opruimingsproces gestart van de bel met koude lucht, die daar de hele winter heeft gezeten. De straalstroom wordt steeds zwakker. In de loop van de lente krijgen hogedrukgebieden zo steeds meer de kans om uit te groeien en langer stand te houden. Die hogedrukgebieden zoeken graag een toch nog relatief koud plekje op, waardoor Scandinavië een voorkeursplek wordt.

Droge lente
Is het eenmaal zo ver, dan gaan we de vrij droge en zonnige lenteperiode in, iets wat we heel vaak terug zien in het voorjaar. Klimatologisch gezien is april dan ook verreweg de droogste maand van het jaar met zo’n 45 mm regen. Met geregeld een hogedrukgebied boven Scandinavië komt er in Nederland niet zelden voor kortere of langere tijd een noordoostelijke wind te staan met de aanvoer van droge lucht. Ook de Oostzee is dan vrij koud, waardoor daar weinig vocht van vrij komt. Het levert weinig bewolking op. De zon begint in april al vrij krachtig te worden waardoor de temperaturen er normaalgesproken ook best mogen wezen, zodra de zon eenmaal schijnt!

Zomerse stapelwolken
In het begin van de zomer is Scandinavië ook goed opgewarmd en heeft het hogedrukgebied daar steeds minder te zoeken. In verhouding is het dan juist de Noordzee die kouder is dan het land. Zo verplaatst de voorkeurslocatie van het hogedrukgebied zich dan geleidelijk van Scandinavië naar de Noordzee. Toch wordt ook die grote bak met water voor de deur steeds warmer en zo komt er steeds meer vocht in de lucht. Dat betekent meer wolken, maar aangezien de dagen in juli ook langer zijn, komen we nog steeds wel aan onze uurtjes zon. Alleen is de ervaring anders, vooral in de middag is het vaak tijdelijk bewolkt vanwege alle stapelwolken en ook geregeld zomerse buien.

Zware onweersbuien
Lagedrukgebieden wijken dan vaak af naar Centraal-Europa. Dat levert de typische situaties op, waarin er daar lokaal wateroverlast kan ontstaan en overstromingen vanwege een plotselinge hoge waterstand. Intussen is heel Europa flink opgewarmd en wordt de druksituatie flink op de schop gegooid. Lagedrukgebieden ontstaan boven warme plaatsen, zoals Spanje in de zomer. Dan krijgen we te maken met de zware zomerse onweerbuien die vanuit Frankrijk richting onze omgeving trekken.

Elke dag anders
Grootschalig gezien, volgen de seizoenen dus een mooi patroon. En kunnen we zeggen dat we vaak prachtige Hollandse wolkenluchten hebben in maart. Intussen zijn er nog veel details die de verwachting van dag tot dag flink laten verschillen. Maar goed ook, zo hebben we nog wat te doen in de weerkamer!

Bron: MeteoGroup