Winterverwachting kwam uit, op één verrassing na

Ieder jaar proberen we voorafgaand aan de winter een winterverwachting te maken. Hij kwam dit jaar uit, op één verrassing na.

De winter is bijna voorbij en we kunnen terugkijken op wat er van onze winterverwachting is terechtgekomen. Is het inderdaad die zachte en natte winter geworden die we in het najaar verwachtten, met – mocht er sowieso nog iets van winterweer komen – dat dan voornamelijk in de tweede helft van de winter? Belangrijkste drijvers van dit weer moesten in de El Niño van dit moment liggen, het warmere dan normale zeewater ten westen van de Verenigde Staten en de bel met kouder dan normaal zeewater, midden op de Atlantische Oceaan.

Er waren, voordat de meteorologische winter op 1 december van start ging, al veel aanwijzingen voor het zachte verloop ervan, dat we inmiddels ook hebben meegemaakt. Een belangrijke aanwijzing was het warme zeewater in het zeegebied rond de evenaar tussen Peru aan de ene kant en Australië en Indonesië aan de andere kant; El Niño. Het is zelfs één van de sterkste El Niño’s ooit geweest. Daarnaast trokken het warme zeewater voor de westkust van de Verenigde Staten en een bel met koud zeewater op het midden van de Oceaan de aandacht. Nam je deze factoren samen en zocht je in het verleden naar situaties die ongeveer vergelijkbaar waren, dan bleek dat daar in onze omgeving bijna altijd een zachte winter op volgde, aangedreven door een sterke straalstroom. Deel 2 van de verwachting, dat de winter nat zou zijn, kwam er zo bijna als vanzelf bij.

Ook winterweer?
Er zat ook een kleine onzekerheid in de verwachting, bestaande uit de hoge snelheid waarmee in de afgelopen oktobermaand het sneeuwdek in Siberië zich opbouwde (de Snow Advance Index was erg hoog) en de geringe hoeveelheid zeeijs in het gebied van de Barentszzee. Deze twee factoren leken er op te wijzen dat zich, vooral later in de winter, boven het Noordpoolgebied toch een enige tijd een hogedrukgebied zou kunnen vormen, mogelijk voorafgegaan door een plotselinge opwarming van de stratosfeer daar (ook wel een SSW – Sudden Stratospheric Warming genoemd). Zou dat gebeuren, dan was er wel kans op winterweer, met kou-uitbraken vanuit het noorden, vorst en sneeuw.

Warme december
Omdat het allemaal zo duidelijk was, verwachtten we hier maar weinig van de winter. In de decembermaand bleek die vrees meer dan terecht. Met lagedrukgebieden op de oceaan en hogedrukgebieden boven het zuidoosten van Europa en het Alpengebied, was de wind niet uit de zuidwesthoek weg te branden. Bijna voortdurend werd lucht, afkomstig vanuit de subtropen in de buurt van de Azoren en af en toe zelfs de Canarische eilanden naar onze omgeving geblazen. Op een flink aantal dagen lag de gemiddelde temperatuur 8 tot 10 graden boven het normale decembergemiddelde. Hoewel er regelmatig storingen overtrokken, met bewolking en regen, waren ze door de hogedrukgebieden boven het continent wel verzwakt. De maand verliep geheel vorstloos.

Warm poolgebied bracht toch de winter
Rond de jaarwisseling stootte een golf met extreem zachte lucht zelfs helemaal door tot in het poolgebied. Op korte afstand van de geografische Noordpool mat een boei zelfs temperaturen boven het vriespunt, ongekend zo middenin de Poolnacht daar. Wat verder naar het zuiden op Spitsbergen (op de 80e breedtegraad) liepen de temperaturen een week lang tot af en toe dichtbij 10 graden op. Vrijwel alle sneeuw, die er in de periode daarvoor was gevallen, smolt weer weg. De mensen die er wonen, wisten niet wat ze meemaakten. Grappig genoeg luidde deze inval van zachte lucht in het Poolgebied wel de eerste trendbreuk van deze winter in. De warme lucht daar werkte namelijk als een soort van ‘Stratospheric Warming’, maar dan onderin de atmosfeer. Vrijwel meteen nadat de warme lucht het Poolgebied had bereikt, ontstond daar dan ook een hogedrukgebied.

Die ontwikkeling kwam eigenlijk als een verrassing. Onder invloed van het hogedrukgebied kwam vanuit Rusland een bel met zeer koude lucht op Europa af, die het hogedrukgebied in het zuidoosten afbrak en een tijdje zelfs op Nederland leek af te komen. De lange termijn verwachtingen werden daardoor even heel winters. Uiteindelijk kwam de bel met kou – zoals meestal – noordelijker uit en sloeg de winter vooral in Scandinavië toe. Nederland bleef overigens toch niet helemaal buiten schot, want op 3 januari drong de kou ook in het noordoosten door. Daar vroor het een aantal dagen op rij, viel enkele keren sneeuw en ijzelde het vaak. Op een bepaald moment kon je in delen van Groningen, Friesland en Drenthe op straat schaatsen. Het woord ‘straatsen’ werd uitgevonden. Tegelijkertijd bleef het in het midden en zuiden gewoon zacht en regende het af en toe.

Tweede uitbraak kou
Terwijl het effect van de ‘tropospheric warming’ in het poolgebied alweer bijna was uitgewerkt, kwam het in de derde week van januari tot een tweede uitbraak van kou. Nu deed wel het hele land mee, al was opnieuw het noordoosten het koudst. Boven een sneeuwdek werd in Nieuw Beertha (in Oost-Groningen) een minimumtemperatuur van -12,3 graden gemeten, de laagste temperatuur van deze winter. In die omgeving was januari met een temperatuur van 2,0 graden ook 0,3 graden kouder dan normaal. Ter vergelijk: De Bilt noteerde een gemiddelde temperatuur van 4,8 graden (1,7 graden boven normaal voor januari). Vanaf de 22e was het gedaan met de kou en op 25 januari werd in Eindhoven alweer een lenteachtige temperatuur van 16,3 graden gemeten. Bij dit alles was januari een erg natte maand. In het zuidwesten viel plaatselijk ruim 160 millimeter regen.

Inmiddels naderen we ook het einde van de februarimaand. Kleine SSW’s zijn er, zoals van tevoren verwacht, ook echt gekomen, maar niet op zo’n manier dat ze de winter in ons deel van Europa nog hebben teruggebracht. Wel zien we dat de straalstroom in de loop van februari geleidelijk minder sterk is geworden en dat er, omdat zich in het hoge noorden nu ook af en toe hogedrukgebieden vormen, opnieuw toch enige ruimte is ontstaan voor koude lucht om wat naar het zuiden op te dringen. Vooral de tweede helft van februari verloopt dan ook wat kouder dan de erg zachte eerste helft. Waarschijnlijk ook net koud genoeg om te voorkomen dat de winter van 2016 tot warmste ooit uitgroeit. Het record van 2007 lijkt met 6,5 graden uiteindelijk net in de boeken te blijven. Net als in de januarimaand is ook in februari inmiddels alweer erg veel regen gevallen.

Zachte en natte winter dus
En zo is de winter dus inderdaad zacht en nat geworden, met de twee koude perioden in januari als niet verwachte verrassingen (door de bijzondere ‘tropospheric warming’ die zich eind december en begin januari in het Poolgebied afspeelde). Hoewel de neiging naar verandering er in februari duidelijk wel was, is die toch niet groot genoeg geweest om het tij nog te keren. De derde zachte winter op rij is daarmee een feit. Schaatsliefhebbers moeten moeten zich nog wat langer verbijten.

Bron: MeteoGroup.