Wordt het regen of smeltende sneeuw

Opnieuw buigen de meteorologen in onze weerkamer zich over de vraag: wordt het alleen maar regen, of komt het ook tot (smeltende) sneeuw.

Het is voor de meeste winterliefhebbers de winter van ‘net niet’. In de noordoostelijke provincies heeft het in januari wel even serieus gewinterd, maar in de rest van het land viel het tot dusver allemaal behoorlijk tegen. Zeker wat betreft sneeuwval. Een paar keer kwam het tot natte sneeuw. Zoals bijvoorbeeld op zaterdag 16 januari. Toen stopte het met sneeuwen op het moment dat het net een klein beetje wit begon te worden. Krijgen we morgen een herhaling?

Winterse luchtdrukverdeling

Op zich kunnen we nu wel spreken van een redelijk winterse luchtdrukverdeling. De straalstroom ligt vrij zuidelijk. Depressies trekken in hoofdzaak zuid van ons land langs. We bevinden ons duidelijk aan de koude kant van de lagedrukgebieden. Maar er is geen brongebied met echt koude lucht voorhanden ten noorden of oosten van ons. Dus al waait de wind soms even uit het noorden of oosten, dat betekent momenteel niet dat het meteen echt gaat winteren. Morgen zien we een langgerekt lagedrukgebied met een hoofdkern boven Duitsland en een secundaire kern boven Bretagne. Wij bevinden ons in een noordoostelijke stroming, terwijl de neerslag van het systeem tot over ons land reikt. Was er wel koude lucht voorradig geweest, dan zou het morgen een leuke sneeuwdag zijn geworden.

Het begint met regen

Later deze zaterdagmiddag en vanavond trekt een eerste neerslagzone vanuit het zuiden het land binnen. De intensiteit van de neerslag is licht en voor sneeuw is het net niet koud genoeg. Dus voor vanavond en vannacht lijkt regen de meest waarschijnlijke neerslagvorm. Met het passeren van het lagedrukgebied begint de naar noordoost krimpende wind wel iets koudere lucht aan te voeren. Tegelijkertijd komt de neerslagzone boven Nederland tot stilstand. En dan is het de vraag of alle puzzelstukjes op de juiste plaats vallen om toch ook her en der natte sneeuw te krijgen.

Smeltende sneeuw

Eigenlijk is de term smeltende sneeuw beter dan de term natte sneeuw. Soms kan sneeuw nat aanvoelen terwijl de temperatuur op 0 graden of iets lager ligt. Het kan ook gebeuren, in droge lucht, dat sneeuw droogt lijkt te zijn terwijl het bijvoorbeeld 2 graden dooit. Smeltende sneeuw geeft beter weer waar het om gaat in veel situaties. Zoals die van morgen. Want het is volkomen zeker dat het morgen op bijvoorbeeld 500 meter hoogte echt sneeuwt. Maar als de sneeuwvlokken de onderste  paar honderd meter bereiken, waar het kwik boven nul ligt, smelten de vlokken. Geheel, of gedeeltelijk.

Dakraamsneeuw en lantaarnpaal staren

Als de sneeuwvlokken bijna geheel zijn gesmolten als ze het aardoppervlak bereiken, kunnen we nog amper van sneeuw spreken. Voor veel mensen regent het dan gewoon. Maar bijvoorbeeld op de autoruit of een dakraam is dan soms toch te zien, dat de uiteenspattende druppels nog wat vaste bestanddelen bevatten. De laatste ijskristallen waar de oorspronkelijke sneeuwvlok uit bestond. Als het donker is kan men in het licht van een lantaarnpaal soms zien, dat de regendruppels niet normaal recht naar beneden vallen. Maar iets vertraagd en meer zigzaggend naar beneden komen. Ook dat kan een aanwijzing zijn dat er nog net een beetje sneeuw in de regendruppels zit. 

Temperatuurdiagram

In de weerkamer pakken we er specifieke informatie bij. Zoals verticale temperatuurprofielen. Die worden berekend op basis van de weermodellen zoals het ECMWF. Op het diagram van Hupsel, in  de Achterhoek, zien we morgenochtend om 7 uur een 0-gradengrens op circa 250 meter. Om 1 uur ’s middags is het 0-gradenniveau iets gestegen, tot bijna 400 meter. Vallende sneeuwvlokken die onder dit 0-gradenniveau komen, zijn niet meteen gesmolten. Dat kan zo een 100 tot 300 meter duren. Afhankelijk van onder meer de grootte van de sneeuwvlokken. Bovendien zal het smeltproces de laag onder het 0-gradenniveau afkoelen. In feite zakt het smeltniveau. Dit gaat des te beter als de neerslagintensiteit groter is. Bij zware sneeuw kan de smeltlaag wel 500 meter dalen in extreme omstandigheden.

Sneeuwvalgrens

In de berekeningen van het ECMWF worden smeltproces en neerslagintensiteit meegenomen in het bepalen van de hoogte tot waarop het echt sneeuwt. De sneeuwvalgrens. Deze bedraagt halverwege de ochtend in ons land in het algemeen zo’n 200 tot 300 meter. Dat verscheelt niet eens veel van het 0-gradenniveau. Omdat de berekende neerslagintensiteit licht is. Per 6 uur valt er slechts 1 tot 2 millimeter. In de middag ligt de sneeuwvalgrens op 300 tot 400 meter. Ook dan is de neerslagintensiteit licht, tot 3 millimeter per 6 uur in Limburg. In de praktijk is het zo, dat er bij een berekende sneeuwvalgrens van 300 meter dakraamsneeuw mogelijk is. Dus dat gaat het morgen sowieso wel worden op een aantal plaatsen.

Andere modellen

Het ligt morgen allemaal erg subtiel. Het kleinste verschil, in neerslagintensiteit of aanvoer van iets koudere lucht, kan grote gevolgen hebben. Ieder model komt, zoals altijd, ook met enigszins uiteenlopende resultaten. In een gewone situatie met alleen maar regen doet dat er niet eens zo veel toe. Maar nu kan een verschil van 1 graad zo maar een groene of een witte wereld opleveren. In de huidige verwachting gaan we er van uit, dat het in ieder geval tot smeltende sneeuw komt. Niet overal, maar alleen daar waar de neerslag net even iets serieuzer doorzet. 

Toch aanwitten?

In zulke marginale sneeuwsituaties kan het hoogteverschil uiteraard ook een factor zijn om rekening mee te houden. In de Ardennen kan het morgen gemakkelijk tot sneeuw komen. Daar wordt het echt wel wit. Misschien dat de Limburgse heuvelen ook een aanwitting kunnen bereiken. Zelfs de hogere delen van de Veluwe maken morgen net wat meer kans dan bijvoorbeeld de rest van Gelderland op smeltende sneeuw die wat beter zichtbaar is. Hoe dan ook, winters gezien wordt het waarschijnlijk weer zo een situatie van ‘net niet’, maar tegelijkertijd is het toch ook wel weer een beetje spannend. Zeker voor de meteorologen in de weerkamer.