Dramatische zomer voor Europese gletsjers

Het is heet en zonnig in de bergen en er valt nauwelijks neerslag. De gletsjers smelten er in rap tempo weg.

Bij ons mag het de afgelopen weken dan nog weleens koel en regenachtig zijn geweest, in grote delen van Zuid- en Centraal-Europa regeert de zomer als nooit tevoren. Temperatuurrecords zijn er niet van de lucht, af en toe komt het tot zware buien met alle overlast die daarbij hoort, maar tegelijkertijd leidt droogte regionaal ook tot bosbranden en schade in de natuur.

Heel slecht is het huidige zomerweer voor de gletsjers, onder meer in het Alpengebied, maar ook voor de restanten van gletsjers die er in de Pyreneeën nog zijn. Gletsjers smelten wereldwijd steeds sneller, zo blijkt uit een nieuwe studie van Zwitserse wetenschappers. Wereldwijd verliezen gletsjers nu zo’n 0,5 tot 1,0 meter aan dikte per jaar, 2 tot 3 keer zo veel als in de 20ste eeuw gebruikelijk was. Een daarmee gaat niet alleen veel ijs verloren, maar verdwijnen hele gletsjers voor goed.

Veel oorzaken
Een heel pallet aan oorzaken ligt aan het snelle smelten van de gletsjers ten grondslag. Een belangrijke reden zijn de stijgende temperaturen als gevolg van de mondiale opwarming van de aarde door het versterkt broeikaseffect, een opwarming die eigenlijk sinds de tweede helft van de 19e eeuw (met korte onderbrekingen) al bezig is. Verder speelt een rol dat op de plekken waar gletsjers liggen (onder meer ook door de stijgende temperaturen) minder sneeuw valt dan vroeger. Sneeuw is de grondstof van het ijs dat via de gletsjer omlaag stroomt. Minder sneeuw aan de top van de gletsjer betekent minder ijs voor de gletsjer. Dat wat er in de zomer aan gletsjerijs afsmelt, wordt niet meer helemaal door nieuw ijs gecompenseerd. Zo verliest de gletsjer massa.

Een bijkomend probleem, in een warme zomer als deze, is dat die zomersmelt veel harder gaat dan normaal. Niet alleen omdat er bij hogere temperaturen nu eenmaal meer ijs smelt, maar vooral omdat de sneeuw op het ijs in de zomermaanden helemaal verdwijnt. Het onderliggende ijs komt dan bloot te liggen. Met sneeuw erop is het ijs veel witter dan zonder sneeuw. Hoe witter de gletsjer, hoe meer de invallende zonnestraling wordt teruggekaatst en des te beter is het ijs tegen smelt beschermd. Zonder sneeuw is daar voor het (veel donkerdere) ijs dat pal in de zon ligt geen sprake meer van. Om de gletsjers toch nog een beetje te helpen, worden kwetsbare delen tegenwoordig soms met wit folie bedekt. Maar een duurzame oplossing is dit niet.

Vuile sneeuw
Op de plekken waar nog wel sneeuw op de gletsjers ligt, zoals in de buurt van Saas Fee in Zwitserland, wordt vaak aan zomerskiën gedaan. Daar zie je dat de sneeuw zijn witte kleur verliest. Hetzelfde gebeurt als de wind Saharazand, vulkaanstof of roetdeeltjes aanvoert. Wordt de sneeuw minder wit, dan gaat de afsmelt ervan in de zomer ook sneller. Al deze processen dragen ertoe bij dat gletsjers steeds sneller smelten. En dat geldt tegenwoordig voor vrijwel alle gletsjers.

Het beeld is deze zomer redelijk dramatisch. Het is al een tijdlang warm in de bergen, er valt weinig neerslag en de zon schijnt vaak. Een rondje door de Alpen en de Pyreneeën laat zien dat op veel gletsjers niet of nauwelijks sneeuw aanwezig is, wat betekent dat de hete zon van dit moment z’n vernietigende werk maximaal kan doen. Op de foto’s is onder meer de gletsjer op de Duitse Zugspitze te zien. Werden hier met wit folie vroeger nog pogingen gedaan om het ijs te redden, nu moet de gletsjer feitelijk als opgegeven worden beschouwd. Er is maar weinig van over. Ook de Rettenbach- en de Tiefenbachgletsjer in het Oostenrijkse Sölden hebben het zwaar. En zo geldt dat voor veel meer gletsjers in de Alpen. In de Pyreneeën zijn bijna alle gletsjers verdwenen. Ervoor in de plaats komen overigens steeds meer bergmeren.

Noordpool
Niet alleen met de gletsjers in de Europese berggebieden gaat het overigens slecht, ook het Noordpoolijs beleeft opnieuw een slecht jaar. Vooral de laatste weken verdwijnt het zeeijs er in een hoog tempo. Trad vorig jaar en in het jaar ervoor een voorzichtig herstel op, nu ziet het er weer een stuk slechter uit. Of het laagterecord uit 2012 daadwerkelijk wordt gehaald, zal de komende weken moeten blijken, maar dat het op dit moment hard omlaag gaat, is wel duidelijk.

In het Zuidpoolgebied ligt nog steeds meer zeeijs dan normaal, maar het overschot is stukken kleiner dan in voorgaande jaren. Een oorzaak hiervoor zou kunnen zijn dat de straalstroom rond Antarctica, die meestal erg sterk is en nauwelijks bochten vertoont, dit jaar een stuk minder krachtig lijkt. Af en toe trekken er nu wel grote bochten in die ervoor zorgen dat koude lucht soms ver naar het noorden stroomt (Tasmanië had onlangs sneeuw), maar ook dat warme lucht vanuit het noorden af en toe het Zuidpoolgebied weet te bereiken. En daardoor groeit het zeeijs weer minder snel aan.

Afkoeling
Overigens worden de dagen op het Noordelijk Halfrond al wel weer duidelijk korter en is er in het hoge noorden de komende tien dagen uitzicht op enige afkoeling. Rond de geografische Noordpool vroor het de afgelopen dagen regelmatig licht en ook op Groenland zien we dat de ongebreidelde smelt van de ijskap daar, die eerder deze zomer nog het nieuws haalde, intussen weer normalere proporties heeft aangenomen. Het smeltseizoen in het noorden duurt nog ongeveer een maand.

Bronnen: MeteoGroup, NSIDC, Nu.nl en diverse andere sites Alpen en Pyreneeën.