Over verrekijkers, dwergvinvissen en een ‘Morning Glory’

Eén van onze meteorologen, Reinout van den Born, vaart deze weken aan boord van de Ortelius mee naar Spitsbergen en doet van waar hij kan verslag.

Met 165 mensen op een expeditieschip naar het Noordpoolgebied. Eén van onze meteorologen, Reinout van den Born, vaart deze weken aan boord van de Ortelius mee naar Spitsbergen en doet van waar hij kan verslag. Het begint de eerste dag meteen al goed: hij is zijn verrekijker vergeten.

Als we ’s morgens vroeg, ruim voor zes uur, in het Zeeuwse Hansweert arriveren, is er nog niks aan de hand. Ja, ik dreigde even op de verkeerde schoenen op pad te gaan – het zal het vroege uur zijn geweest – maar mijn vriendin trok op tijd aan de bel en nog voordat de auto naar de vetrekplaats koers zette, had ik wel het juiste schoeisel aan. Een licht drensregentje begeleidt ons op onze tocht. Maar als we eenmaal in Hansweert zijn aangekomen, is ook daaraan een einde gekomen.

Vergeten
Bepakt en bezakt staan de eerste mensen al op de kade. En het zal nog tot 9 uur duren voordat het schip zich echt in beweging zet. Alvast vogels kijken dan maar. Even de verrekijker erbij. Maar ja, tdan komt de aap al snel uit de mouw: dat wat een vogelaar nooit vergeet als hij op pad gaat, heb ik natuurlijk wel over het hoofd gezien: een verrekijker. Maar ik ben dan ook geen vogelaar; ik ben een meteoroloog. Dat is wel even een deceptie. Want je ziet veel minder als je geen verrekijker hebt. Zelfs als je – zoals ik – niet altijd precies weet waarnaar je kijkt. Ik heb er goed de balen van. De mensen in mijn directe omgeving kijken me ook allemaal wat ongelovig aan.

Maar niet getreurd: we hebben een prachtige reis voor de boeg en vol goede moed begeef ik me toch aan boord. Na nog eens een anderhalf uur wachten, zet het schip zich in beweging, aan voor- en achterkant in balans gehouden door twee kleine sleepboten. Eerst is het wachten tot de deuren van de dichtbijgelegen sluis geopend zijn. Heel langzaam varen we erin, enige tijd later aan de andere kant er weer uit. Wie denkt dat we daarna echt vertrekken, komt bedrogen uit. Eerst maakt het schip een cirkeltje, naar later blijkt omdat het kompas gekalibreerd moest worden. Ons schip heeft de weken ervoor in droogdok gelegen en moet helemaal opnieuw worden opgestart.

Canadese ganzen
Even later gaan we dan toch echt . Het eerste deel brengt ons over de Westerschelde, waar ook de eerste soorten worden gezien, zoals de grote Canadese gans, die later niet op de lijst mag, omdat de vogels net als fazanten voor Nederland tot de exoten behoren. Ook wordt een zeehond gespot en vliegen er veel meeuwen rond. Lang duurt ons verblijf aan dek overigens niet, want het is tijd voor de verplichte veiligheidsoefening. Een beetje lacherig staan we zo’n drie kwartier later in feloranje zwemvesten in de bar. Na een korte toer die ons een blikje gunt in de reddingboten, waar we in geval van echte nood in zouden moeten plaatsnemen, zit dit toneelstukje erop en kunnen we weer met de echt belangrijke zaken aan de gang.

Ik begin mijn verrekijker intussen echt te missen. Achter het koufront van de vroege ochtend is het op zee prachtig helder geworden, en de mensen die hun kijkers wel hebben meegenomen, zien toch steeds weer nieuwe, leuke dingen.  We besluiten op onderzoek uit te gaan. De opties zijn een kijker (reserve) lenen of op woensdag onze eerste aanlegplaats – op weg naar Spitsbergen – Aberdeen in gaan om een nieuw exemplaar aan te schaffen. Het wordt optie 1 want een bereidwillige medewerker van het expeditieteam weet nog wel een kijker. En nog geen half uur later sta ook ik op het dek met een verrekijker aan de ogen en zie mijn eerste stormvogel.

Dwergvinvis
Het is helder op de Noordzee, zo blijkt ook als we na een eerste nacht varend slapen de volgende dag weer vroeg aan dek staan. Met een hogedrukgebied dichtbij zijn de wolken die er hangen sterk afgeplat en komen ook grote blauwe stukken voor. Het zicht is tot aan de horizon en de westelijke tot noordwestelijke wind niet meer dan een windkracht 4. We zijn niet alleen voor de vogels onderweg, ook de zeezoogdieren hebben onze speciale aandacht. Het voordek van het schip is de beste uitkijkplaats. Bijna steeds staan er enkele tientallen mensen op de uitkijk en meerdere paren ogen zien er meer dan één. ‘Een Minky Whale’, schreeuwt één van de begeleiders. Er is een dwergvinvis gezien, een kleine walvis die toch nog wel 10 meter lang kan worden. Ik richt mijn kijker op de vermeende waarneemplek op zee en – als ware het een lot uit de loterij – komt daar de bedoelde dwergvinvis weer even naar boven, middenin mijn beeld. Het is de eerste walvis die ik in mijn leven zie en zo voelt het in de uren daarna ook een beetje.

De koek is nog niet op. Na het ontbijt staan we weer met z’n allen op het voordek, inmiddels lekker in de zon. En mevrouw vlakbij me slaat alarm. Ze ziet beweging in het water voor ons. Het blijken witsnuitdolfijnen te zijn die op ons afkomen, heel speelse beestjes. Dat uiten ze ook meteen. Ze nestelen zich met z’n vieren onder de voorplecht en zwemmen een tijdje met ons mee, dan weer onder en dan weer boven water. Iedereen krijgt volop de kans om ze goed te bekijken.

Morning Glory
Hoewel het weer op de Noordzee rustig is en je onder deze omstandigheden geen spektakel verwacht, is er ver weg een langgerekte wolk die steeds meer de aandacht trekt. Ook al kan het voor mijn gevoel helemaal niet, vanuit het noorden komt onder de stratocumulusbewolking die aanwezig is een langgerekte rolwolk op ons af, die qua vorm wel heel veel weg heeft van de zogenoemde ‘Morning Glory’s’, die in het noorden van Australië worden gezien. De wolk ziet er zo bijzonder uit dat hij steeds meer mensen opvalt. Op het moment dat hij overtrekt, neemt de wind tijdelijk toe en draait een graad of 40. Daarna gaat het weer op zee weer op de oude voet verder. Het moet de combinatie van die windsprong en de door de hogedrukinvloed aanwezige inversie zijn geweest die tot dit voor onze streken redelijk unieke fenomeen hebben geleid. We zijn er blij mee.

Even later is het alweer een groep met bruinvissen die de aandacht trekt, nog weer later gevolgd door opnieuw een groep witsnuitdolfijnen. We zien de eerste alken, papegaaiduikers en een grote jager. En dan zijn we nog maar op de Noordzee. Voor morgen staat een bezoek aan de omgeving van Aberdeen als eerste landing op het programma. Aan het einde van de middag varen we alweer uit, in de richting van Fair Isle en enkele dagen later Jan Mayen. En dan begint de tocht door een voor velen van ons nog onbekende wereld die allengs alleen maar interessanter moet worden.

Bronnen: MeteoGroup, Vogelbescherming Nederland, Inzezia Tours