Zwakke El Niño veroorzaakt regen in woenstijn

Het warmere water voor de kust van Chili en Ecuador is een voedingsbodem voor extreem zware buien.

Ecuador en Chili zijn de afgelopen week getroffen door hevige regenval. In het noorden van Chili zijn zo'n 6000 mensen getroffen door het noodweer en moesten elders onderdak zoeken. Minstens 11 mensen kwam om het leven in de woestijnregio Atacama, waar hevige regenval niet alleen tot overstromingen, maar ook tot aardverschuivingen leidde. Ook Ecuador kreeg afgelopen week te maken met extreem zware onweersbuien. Er vielen zeker 25 doden. In de hoofdstad Quito zijn na blikseminslagen 52 gewonden geteld.

In 1 dag net zoveel regen als in 14 jaar
In het plaatsje Copiapo, in het noorden van het Chili, viel in 1 dag tijd zoveel regen dat de rivier met dezelfde naam, die normaal het hele jaar droog staat, buiten zijn oevers trad. De rivier de Copiapo vindt zijn oorsprong in het Andesgebergte en stroomt via de Atacamawoestijn naar de Stille Oceaan. De Atacama woestijn staat bekend als een van de allerdroogste plaatsen ter wereld. Gemiddeld valt er slechts 1 millimeter regen per jaar. Er gaan jaren voorbij dat er geen drup regen valt. Maar heel soms valt er wel neerslag. Zo viel er in juli 2011 in de woestijn sneeuw. En niet zo’n klein beetje ook, 80 centimeter werd er gemeten. Afgelopen woensdag veroorzaakten uitzonderlijk zware onweerbuien in het droge woestijngebied extreem veel regen. Hoeveel er is gevallen, weten we niet precies. Er staan namelijk geen regenmeters in dit gebied en er is geen radar die neerslag detecteert. Er staat wel een regenmeter in de kustplaats Antafagasta. In de klimaatboekjes staat dat ook deze plek een extreem droge is. In de periode tussen 1970 en 2000 valt daar gemiddeld 3.8 mm regen. Afgelopen week viel er in 1 etmaal tijd maar liefst 24.4 mm. Omgerekend is dit de hoeveelheid die in 14 jaar tijd valt.

Bergen
Dat het noorden van Chili zo extreem droog is, heeft te maken met de overheersende luchtdrukpatronen, grote standvastige hogedrukgebieden zowel boven de Stille Oceaan als boven de Atlantische Oceaan. Maar ook de bergen spelen een grote rol. De Andes met toppen van 4000 meter in het grensgebied tussen Chili en Argentinië liggen aan de oostzijde van de woestijn. De bergen langs de kust van Chili liggen aan de westzijde. Storingen vanuit het westen vanaf de Stille Oceaan botsen tegen het kustgebergten. Storingen vanuit het oosten, komend vanaf de Atlatische Oceaan, botsen tegen de hoge Andes. Het gebied er tussen in, de Atacama woestijn ligt dus zeer beschut. Stuwingsregens zien we ook in de Europese gebergten. In de Alpen valt met een zuidelijke stroming veel regen of sneeuw aan de Italiaanse zijde van het Alpenmassief. Met een noordelijke stroming krijgt juist de Duitse kant met regen te maken. De lucht die na passage van de bergtoppen stroomafwaarts glijdt, is zo droog dat er geen neerslag meer uitvalt. Sterker nog, er blijft zelfs geen wolk over. De Atacama woestijn ligt in een zogenaamde regenschaduw. Door de hoge ligging, de extreem droge en schone lucht is de woestijn een van de beste plekken op aarde om sterren te kijken. Niet voor niets staat een van ’s wereld grootste sterrenkijkers daar opgesteld.

El Niño
Heel soms komt het dus voor dat neerslag de bergen wel overkomt. De sneeuw in 2011 en de extreme regen afgelopen week werden veroorzaakt door een kleine bovenluchtstoring gevuld met ijskoude lucht precies tussen de twee overheersende hogedrukgebieden in. Verder zijn er sterke aanwijzingen dat het warme zeewater voor de kust van Chili en Equador een rol speelde. Dat zeewater is op dit moment een graad warmer dan normaal. De opwarming van het zeewater heeft te maken met het natuurverschijnsel El Niño. Langs de evenaar in de oostelijke Stille Oceaan komt in de loop van sommige jaren een sterke opwarming van normaal koel zeewater voor, die van invloed is op het weer in grote delen van de wereld. Op sommige plaatsen leidt El Niño tot langdurige droogtes, met name in Australië, in Indonesië en op de Filipijnen. Op andere plaatsen leidt El Niño juist tot extreem veel neerslag met overstromingen als gevolg. El Niño komt onregelmatig maar gemiddeld eens in de drie tot zeven jaar voor en kan variëren in sterkte. De El Niño van 1997-1998 was een hele sterke met extreem veel regen in onder andere het gortdroge Californië (VS). Vorig jaar werd langs de evenaar tussen Azië en Peru al een lichte opwarming van het zeewater gemeten. Tot nu toe bleef het bij een zwakke El Niño met niet zoveel gevolgen voor het weer. Metingen van het zeewater in februari 2015 geven aan dat er nog steeds sprake is van een zwakke El Niño. Er is op dit moment niet alleen een stijging van de watertemperatuur rond de evenaar bij Peru te zien, maar ook zuidelijker ten hoogte van Chili. Deze temperatuur stijging van het zeewater kan tot effect hebben dat storingen boven een warm wateroppervlak meer energie opnemen en zich uiteindelijk kunnen ontwikkelen tot uitzonderlijke zware onweersbuien. De wolkenbasis was kennelijk hoog genoeg om over kustbergen te klimmen en zo dus het water los te laten op een plek waar het normaal kurkdroog is. Het klimaatonderzoeksinstituut NOAA verwacht dat ook de komende zomer het zeewater warmer blijft dan normaal en dat er mogelijk nog meer gevolgen zijn te verwachten van deze zwakke El Niño. De kans dat El Niño sterker wordt, is niet zo groot.

Margot Ribberink

Bron: MeteoGroup, Noaa, Wunderground. Nu.nl