Het weer versus het klimaat

We leggen uit wat het verschil is tussen weer en klimaat en in hoeverre de natuur en/of de mens hier invloed op hebben.

Het weer en het klimaat worden nogal eens met elkaar verward. Dat zie je vooral als voor- en tegenstanders over de opwarming van de Aarde elkaar in de haren vliegen. Tegenstanders wijzen dan vaak naar plekken waar het erg koud is, voorstanders duiden de gebieden aan waar het erg warm is. In allebei deze gevallen worden echter de verkeerde argumenten gebruikt om de heersende meningen kracht bij te zetten. We leggen uit waarom en geven ook een paar fraaie praktijkvoorbeelden.

Weer is geen klimaat

Strikt gesproken is het weer de actuele toestand van de atmosfeer, terwijl het klimaat op een plek het ‘gemiddelde’ weer is over een lange periode van jaren. Uiteraard is de overgang tussen beide niet haarscherp. Kijk als voorbeeld maar eens naar de grafiek van de opgetreden temperaturen gedurende de afgelopen 365 dagen in De Bilt, zoals weergegeven door het ‘Climate Prediction Center’ (CPC). Deze grafiek bestaat uit drie delen. Het onderste deel toont de dagelijks opgetreden minimum- en maximumtemperatuur. In de bovenste grafiek is de gemiddelde dagelijkse etmaaltemperatuur gegeven, maar ditmaal afgezet tegenover het klimatologische gemiddelde. In de middelste grafiek is dat nogmaals gedaan, maar dan nu volgens het 31-daags lopende gemiddelde, waarbij bijvoorbeeld het punt op 16 juli het gemiddelde geeft van de 31 dagen rondom die dag, dus van 1 tot en met 31 juli.
Te zien is dat de afgelopen 365 dagen 1,82 graden boven het langjarige gemiddelde zijn uitgekomen (in dit geval de 30-jarige periode van 1971 t/m 2000), en dat het alleen in augustus vorig jaar het een tijdlang kouder was dan die norm. Geen wonderlijk beeld, want we hebben immers een recordwarm jaar achter de rug.

Een bewijs van opwarming?

We zeiden het al, de overgang tussen ‘weer’ en ‘klimaat’ is niet scherp. Dat 2014 het warmste jaar in ons land was sinds het begin van de metingen uit 1706, vormt geen bevestiging van de bewering dat het in ons land steeds warmer wordt. Daarvoor is de periode van één jaar ook nog te kort. Als we echter kijken naar de twintig warmste jaren sinds 1901, dan vielen twaalf van deze twintig jaren in deze eeuw, waarvan er pas veertien achter de rug zijn. Zes vielen er in de negentiger jaren van de vorige eeuw, en de laatste twee vielen in 1988 en 1989. Het allerwarmste jaar van vóór 1988, vinden pas op plek 23 terug (namelijk 1934).
Gezien deze gegevens, is het moeilijk vol te houden dat het in ons land níet opwarmt, hoewel er natuurlijk ook koudere fases zijn voorgekomen. Opwarming (en ook afkoeling, trouwens) is een geleidelijk verlopend proces over lengte van jaren, waaroverheen de grillen van het weer zich afspelen, met zijn veel grotere schommelingen. Menigeen kan zich vast nog wel het recordkoude slot van maart 2013 herinneren, als ook de laatste koudegolf in ons land uit begin februari 2012, toen er zelfs even over een Elfstedentocht werd gesproken, die er uiteindelijk toch niet kwam.

Een menselijke of natuurlijke oorzaak?

De meeste wetenschappers zijn het er wel over eens dat de kans zeer groot is dat de opwarming die we de laatste tientallen jaren meemaken, voor een niet onbelangrijk deel is te verklaren uit de toename van de hoeveelheid broeikasgassen (vooral CO2) in onze atmosfeer. Maar uiteraard kan een opwarming (of afkoeling) ook een natuurlijke oorzaak hebben. Een heel fraai voorbeeld zien we wat dat betreft dit jaar, maar ook vorig jaar, in de USA.
Het noordoosten van de Verenigde Staten beleeft momenteel een barre winter, daar is gisteren al uitgebreid over geschreven. Maar dat niet alleen, ook vorig jaar beleefde dat deel van de wereld een strenge winter. Kijk maar eens naar de temperaturen zoals die op 24 februari in de VS en omgeving werden gemeten, en die eigenlijk typerend zijn voor dit hele (en ook het vorige) winterseizoen.
Dit alles heeft een natuurlijke oorzaak, weergegeven op het kaartje dat de stroming op enige hoogte weergeeft en dat eveneens typerend is voor dit en het vorige winterseizoen. Zeer koude lucht vanuit Noord-Canada stroomt voortdurend richting de Grote Meren en het noordoosten van de Verenigde Staten (de blauwe pijlen), waardoor ze daar de ene na de andere kou-uitbraak meemaken met temperaturen die meer dan eens zijn gedaald tot onder de -20 graden en daarbij soms ook pakken met sneeuw.
Als we dan ook op dezelfde manier als bij De Bilt, de temperaturen van de afgelopen 365 dagen bekijken uit dat gebied, en als voorbeeld hebben we ditmaal gekozen voor Boston, Chicago en New York, dan zien we dat het daar tussen 0,5 en 0,8 graden kouder is geweest dan het langjarige gemiddelde. Die afwijking valt op zich nog mee en is vooral opgebouwd in de laatste maand, en gedurende de nasleep van de vorige, zeer koude winter. In de lange periode daar tussenin, schommelde het kwik veel meer rondom het langjarige gemiddelde, met korter durende warmere en koudere fases.
Toch, als dit stromingspatroon zich gemiddeld over een lange periode zou handhaven, dan zou dat voor het klimaat daar zijn consequenties krijgen. In dit gebied zou er dan sprake zijn van een afkoeling, vooral veroorzaakt dus door die koudere winters.

Een bewijs van afkoeling?

Tegenstanders van de opwarming wijzen maar al te graag naar dit bar koude weer dat heerst in het noordoosten van de USA.  Maar daarmee is niet het hele verhaal verteld. De stroming die daar de Canadese kou brengt, zorgt er tegelijkertijd voor dat het elders in de USA juist een stuk warmer is dan gemiddeld, omdat daar voortdurend zachte lucht vanaf de Grote Oceaan wordt aangevoerd (zie de rode pijlen op hetzelfde kaartje). Daar waar in het noordoosten koude- en sneeuwrecords worden gebroken, kampen de skigebieden in de Rocky Mountains juist met een groot gebrek aan sneeuw en worden er in het zuidwesten van de USA warmterecords gebroken. Kijk maar eens naar vergelijkbare grafieken van Los Angeles en Salt Lake City. Uiteraard is het daar gemiddeld sowieso een stuk warmer dan het noordoosten, maar de vergelijking is niettemin eerlijk, omdat we de opgetreden temperaturen ook daar afzetten tegen de langjarige gemiddelde temperatuur die daar heerst. In beide plaatsen lag deze het afgelopen jaar rond twee volle graden boven dat gemiddelde.

Die warmte beperkte zich overigens niet alleen tot die regio. Ook in Alaska bleef het uitzonderlijk zacht. In het centraal in Alaska gelegen Fairbanks bleef het van half november tot half januari zelfs 4 tot 8 graden boven de norm en na een korte, felle temperatuurdip begin februari, zijn we momenteel op datzelfde ‘warme’ niveau aanbeland. Daar waar het eind februari ‘normaal’ 15 tot 20 graden vriest, is het nu ‘maar’ rond -5 graden… (zie uiterst rechts in de grafiek).
Zo zoekt de atmosfeer altijd naar een evenwicht en worden koude plekken hier, door warme plekken daar, gecompenseerd. Voor wat betreft de Verenigde Staten, lijkt dat patroon de komende één tot twee weken nog niet doorbroken te worden. Voor ons is het in ieder geval duidelijk dat dit evenwicht, mondiaal bezien, bij een hogere temperatuur wordt bereikt dan 25 tot 50 jaar geleden het geval was. Of de oorzaak vooral natuurlijk, een mix van natuurlijke en menselijke invloeden, of vooral door de mens wordt veroorzaakt, daarover zal men nog wel een tijd blijven kissebissen.

Bronnen: MeteoGroup, KNMI, Climate Prediction Center (CPC)/NCEP, Netatmo, Center for Ocean-Land Atmosphere studies (COLA), Wikipedia.