Kledingtip: uitpelbaar en inpakbaar ...

De zon staat alweer lager boven de horizon, het betekent een aanzienlijk verschil tussen dag- en nachttemperatuur.

Met september op de kalender, gaan we nog een hele fraaie nazomer tegemoet. Met dank aan een hogedrukgebied dat zich nu al ten noorden van ons bevindt, en zich daar deze hele week blijft ophouden. Het leidt bij ons tot winden uit oost tot noordoosten en daardoor kunnen oceaanstoringen niet bij ons arriveren. Die bries voert bovendien ook tamelijk warme lucht aan, waardoor we tot ver na het komend weekeinde dik boven 20 graden uitkomen. Daarbij is het wel zaak om ‘uitpelbare’ kleding te dragen. Dat voorkomt gekleum of oververhitting.

Zonsopkomst verplaatst zich
De zon beschrijft een cirkelboog aan de lucht. We weten dat de zon midden op een zomerdag een stuk hoger staat dan midden op een winterdag. Je kunt dat vaak mooi zien in eigen tuin of op het balkon. De hoeveelheid zonneschijn wisselt door het jaar heen. Zo zijn er plekken die in de winter en het voorjaar in de schaduw liggen, maar gedurende de zomermaanden wel zon krijgen. We leren in Nederland bovendien allemaal dat de zon in het oosten opkomt en in het westen ondergaat. Maar, in navolging van de veranderende zonnestand, is de boog aan de lucht ook anders; breder. De zon komt in de hoogzomer (juni/juli) eerder op en doet dat niet in het oosten, maar in het noordoosten. De zon gaat in die maanden ook laat onder, en doet dat in het noordwesten. Bovendien, tijdens heldere nachten kun je de gloed van de –onder de horizon bewegende- zon volgen langs de noordelijke horizon.

Langere nacht, koelere start
De lange daglichtperioden in de zomer zorgen er ook voor dat de nachtelijke (infrarood-)afkoeling beperkt blijft. Daar waar je overdag op 28 graden uitkomt, zal het ’s nachts maar bescheiden afkoelen. In het voorjaar en najaar is dat anders. Dan wordt de donkere fase van het etmaal een stuk langer, waardoor de temperaturen een stuk verder kunnen zakken. Zeker in overgangsmaanden als mei en september, zie je daardoor vrij grote verschillen tussen de vroege ochtend en de middag. De komende dagen gaan we dat ook merken. Daar waar je tijdens een vroege fietstocht naar werk of opleiding met amper 11 tot 14 graden te maken hebt, is het tijdens lunchtijd 22 tot 25 graden.

Niet alleen die temperaturen verschillen behoorlijk, ook is de zon de komende tijd nog sterk genoeg om een extra ‘lichamelijke’ verwarming te geven. De verschillen tussen schaduwplek en zonplek zijn groot. Wie in de ochtendzon naar het werk fietst, zal het als veel minder kil ervaren dan wie in de schaduw op pad is. Officiële temperatuurmetingen gebeuren altijd in de schaduw, want ook thermometers kunnen door directe instraling van de zon teveel opwarmen. Kijk dan ook niet op dat je donderdag of vrijdag een digitaal thermometerbord veel hogere waarden ziet aangeven (bijvoorbeeld 29 graden), dan er verwacht is. Het meetinstrument hangt dan ofwel in de zon of tegen een warme plek aan.

Adviesje
Het handigst is het dus om te werken met laagjes. Maak jezelf deels uitpelbaar en inpakbaar. In de ochtend een trui of jas aan en die kan dan ’s middags in de tas. Bekend, maar misschien niet heel charmant, zijn natuurlijk de afritsbroeken die nu goede dienst doen. Sokken rond lunchtijd uit de schoenen en het ochtendsjaaltje kan af. En verder kunnen we natuurlijk veel bedenken, maar dat laten we aan ieders fantasie over. Wel nog een kleine tip. Ben je even wat te ver afgekoeld, ga dan in de zon staan. Zij heeft in deze tijd van het jaar nog volop kracht om je op te warmen.