Poolijs vertoont licht herstel

Het is maar broos, maar toch lijkt het zeeijs in het Noordpoolgebied tekenen van licht herstel te vertonen.

Na jaren van teruggang, lijkt het zeeijs in het Noordpoolgebied zich heel aarzelend iets te herstellen. Net als vorig jaar komt de minimum ijsbedekking van de ijszeeën dit jaar tussen 5 en 6 miljoen vierkante kilometer uit, ver verwijderd van het laagterecord uit 2012. Opvallend is dat het zomerijs dit jaar gemiddeld wel duidelijk dikker was dan dat van vorig jaar. Of hiermee sprake is van het begin van een herstel blijft de vraag. De trend is nog steeds sterk dalend.

Met nog 1 a 2 weken smelt te gaan, zit het zeeijs in het Noordpoolgebied tegen zijn jaarlijkse minimumoppervlakte aan. Het zeeoppervlak dat voor minstens 15 procent met zeeijs bedekt is, beslaat nu een gebied ter grootte van iets minder dan 6 miljoen vierkante kilometer (ongeveer 1 miljoen vierkante kilometer minder dan normaal). De ijsbedekking aan het einde van het seizoen ligt daarmee net iets boven vorig jaar om deze tijd en veel hoger dan in 2012 (circa 2 miljoen vierkante kilometer meer) toen het absolute minimum in de meetreeks werd bereikt.

Dikker ijs
Opvallend is dat de gemiddelde ijsdikte met ongeveer 1,5 meter wel duidelijk boven die van vorig jaar ligt. Toen was het ijs om deze tijd slechts rond 1,1 meter dik. Het totale volume aan ijs in het Noordpoolgebied heeft zich daarmee hersteld tot het niveau van 2007 en ligt daar nu zelfs iets boven. Die ontwikkeling is verrassend, omdat nog geen twee jaar geleden juist steeds recordlage ijsvolumes werden gemeten. Het (lichte) herstel kwam voor vele volgers dan ook onverwacht.

Toen het smeltseizoen vorig jaar (2013) begon met recordlage ijsdiktes, hielden velen hun hart vast. Na het spectaculaire laagterecord van het zeeijs een jaar eerder zag het er toen wel heel slecht uit. Het smeltseizoen kwam echter veel later op gang dan normaal. Lagedrukgebieden boven de Noordpool hielden het (dunne) ijs mooi bij elkaar en voorkwamen een snelle smelt. Aan het einde van de zomer van 2013 bleef daardoor niet alleen veel meer zeeijs over dan in het recordjaar ervoor, ook de dikte van het ijs herstelde zich enigszins en liet alweer twee andere jaren achter zich.

Gespannen
Toen de zomer van dit jaar begon, zag het er allemaal dan ook wat gunstiger uit. Hoewel er niet meer ijs was dan een jaar eerder, was het aanwezige ijs wel dikker. Vanwege de spectaculaire ontwikkelingen van een jaar eerder, keek iedereen gespannen toe hoe het deze zomer zou gaan. Opnieuw kende het smeltseizoen een trage start. In mei en gedurende een flink deel van juni verliep het smelten trager dan we van de laatste jaren gewend waren. Bovendien ontstonden op het ijs nauwelijks de gebruikelijke meertjes van smeltwater, zoals andere jaren al wel gebeurde.

Het smelten van zeeijs is een ingewikkeld proces en wordt door allerlei factoren beïnvloed. De luchttemperaturen spelen natuurlijk een belangrijke rol, maar bepalend zijn ook de hoeveelheid zonneschijn, de zeestromingen en de windrichting en windkracht in het gebied. In het algemeen kun je stellen dat hoe meer de ijsschotsen op elkaar gepakt liggen, hoe beter het ijs overleeft. Verder is een bewolkt weerbeeld met weinig zonneschijn gunstig en ook het zo min mogelijk ontstaan van smeltmeertjes op het ijs. In vergelijking met het witte ijs is het water in die meertjes namelijk veel donkerder en neemt dus ook veel meer warmte van de zon op. Zodra er water op het ijs staat, smelt het ijs eronder dan ook veel sneller. Het uit elkaar slaan van ijsvelden door stormen kan eveneens tot een versnelling in het smelten van het ijs leiden. Dat gebeurde in het recordjaar 2012.

Warmer dan normaal
Hoewel het ook dit jaar in delen van het Noordpoolgebied warmer dan normaal was, werkten andere factoren wel mee aan het laten overleven van het zeeijs. Echte stormen bleven dit keer uit, zodat het ijs mooi op elkaar bleef liggen. Verder ontstonden, vroeg in het seizoen, niet de gebruikelijke smeltmeertjes op het ijs, zoals andere jaren wel. Dit lijkt van groot belang te zijn voor de ontwikkelingen later in het smeltseizoen. Als zo’n rustige start als dit jaar er eenmaal is, is het veel lastiger dan anders om er later in het seizoen alsnog een versnelling uit te persen.

Een dergelijke versnelling kwam er de afgelopen maanden overigens wel, eind juni en in de eerste weken van juli, maar later vlakte de snelheid van het smelten van het ijs weer af en werden de verschillen met de voorgaande jaren groter. Dat was vooral goed te zien in de gemiddelde dikte van het ijs dat overbleef. Het verschil met vorig jaar is met 40 centimeter toch opvallend groot. Qua totale oppervlakte is het verschil minder groot, maar records bleven dit jaar ver uit zicht.

Zet broos herstel door?
De grote vraag is nu natuurlijk of dit aarzelende herstel van het zeeijs de komende jaren doorzet? Een antwoord hierop is moeilijk te geven. Net zo verrassend als het voorzichtige herstel van nu, was de enorme teruggang in zeeijs die we in het jaar 2007 beleefden en die ook door niemand was zien aankomen. De factoren die de smelt van het ijs in het zomerseizoen bepalen, lijken op een erg ingewikkelde manier op elkaar in te werken. Het evenwicht is daarbij dermate broos dat het eindresultaat net zo makkelijk in negatieve als in positieve zin kan opvallen, zonder dat meteen duidelijk is welk van de op het proces inwerkende factoren daarbij de doorslag heeft gegeven. En ook al klinkt dat flauw, het is dus afwachten. En nog meer van het proces proberen te begrijpen.

Warm Groenland
Behalve op het zeeijs, wordt gedurende de zomermaanden ook altijd gelet op de afsmelt van het landijs op Groenland. Daar hebben ze weer een behoorlijk warme zomer achter de rug. Vooral aan de randen van de ijskap heeft het veel en hard gedooid. Bovenop de ijskap bleven de temperaturen in het algemeen beneden het vriespunt of kwamen er slechts enkele dagen boven. Voor het landijs op Groenland is het dus zeker (zoals vaak de laatste jaren) geen goede zomer geweest.

Bronnen: MeteoGroup, NSIDC.