Zeeijs Noordpool smelt, bij Zuidpool groeit het juist

Recordhoge hoeveelheden zeeijs in het Zuidpoolgebied. Hoe kan dat?

Het was op deze site een paar dagen geleden al te lezen: als we naar de temperaturen op aarde van dit moment kijken, stevenen we mondiaal waarschijnlijk op het warmste jaar af sinds het begin van de waarnemingen. Vooral omdat de zeeën warmer zijn dan normaal en omdat zich een stevige El Niño aan het ontwikkelen is. Het ligt voor de hand dat het dan met het zeeijs in de poolgebieden ook wel niet al te best gesteld zal zijn. In het Noordpoolgebied klopt dat ook, maar in het Zuidpoolgebied, waar het nu winter is, worden voor de tijd van het jaar recordhoge hoeveelheden zeeijs gemeten.

Het is al lange tijd zo dat de trends voor wat de ontwikkeling van het zeeijs door het jaar heen betreft voor het Noordpoolgebied en het Zuidpoolgebied tegengesteld zijn. Daar waar het zeeijs zich op de Arctische Oceaan steeds verder terugtrekt, lijkt er rond de Zuidpool alleen maar nieuw zeeijs bij te komen. Zo groot als nu waren de verschillen echter nog niet eerder. Staan we in het Noordpoolgebied (zoals steeds de afgelopen jaren) nu op een net niet recordgroot tekort ten opzichte van de normale situatie, in het Zuidpoolgebied is er juist een recordgroot overschot. Het overschot daar is groter dan het tekort in het noorden.

 

Hoe wordt er gemeten?
Je kunt de hoeveelheid zeeijs op aarde op diverse manieren meten. Zo kun je bij voorbeeld kijken naar de oppervlakte van de gebieden waar zeeijs voorkomt. Vaak wordt dan een minimale bedekking van 15 procent als ondergrens genomen. Ook kun je al het ijs dat je met een satelliet waarneemt in elkaar schuiven (zodat de plekken met open water tussen de ijsschotsen verdwijnen). Van de plak met alleen ijs die zo ontstaat, is vervolgens ook het oppervlak te bepalen. De eerste manier levert een getal op dat met Sea ice Extent wordt aangeduid, de tweede manier staat voor Sea ice Area. Wij gaan nu door met de Sea ice Area.

Kijken we naar de getallen voor eergisteren, dan stond de Sea ice Area in het Noordpoolgebied op 8,087 miljoen vierkante kilometer zeeijs, 1,139 miljoen vierkante kilometer beneden normaal. Op datzelfde moment stond de teller in het Zuidpoolgebied op 12,978 miljoen vierkante kilometer zeeijs. Dat getal ligt 1,818 miljoen vierkante kilometer boven de voor deze tijd van het jaar normale waarde. Een groot verschil dus.

Gedrag van zeeijs lastig
Het blijkt heel lastig te zijn om het gedrag van zeeijs gedurende het jaar precies te voorzien. Zeeijs ligt in het water en is speelbal van weer, wind en zeestromingen. Het kan zich gemakkelijk verplaatsen. Ook de omgeving waarin het zeeijs voorkomt, speelt een rol. Zo is de Arctische oceaan een vrijwel afgesloten waterplas die omgeven is door continenten. De oceanen rondom de Zuidpool (zelf een continent) staan juist aan alle kanten in open verbinding met de grote oceanen van deze wereld. IJs kan daar gemakkelijk de warme wateren, verder naar het noorden bereiken. In het Noordpoolgebied is dat lastiger.

Het is onder meer hierom dat het zeeijs in het Noordpoolgebied in het algemeen dikker is dan het zeeijs in het Zuidpoolgebied. En omdat het noordelijke zeeijs dikker is dan dat in het zuiden, is het ook beter bestand tegen de zomersmelt.

Andersom is de Zuidpool veel kouder dan de Noordpool. Dat komt omdat de Zuidpool een continent is en de Noordpool juist uit één grote zee bestaat, waar zowel via de lucht (wind) als via het water (zeestromingen) warmte binnendringt. In het Zuidpoolgebied gaat dat een stuk lastiger. Daarom liggen de temperaturen daar veel lager. Zeestromingen in het Noordpoolgebied gaan het hele jaar door en kunnen (onder het ijs) voortdurend warmte blijven aanvoeren. Voor de wind geldt hetzelfde, maar dan is de kans op aanvoer van warmte natuurlijk het grootst in de zomer, als de continenten rond de Arctische oceaan hun zomermaanden beleven. In die periode gaat het zeeijs dan ook snel smelten.

Zon en wind belangrijk
Factoren die de smelt van zeeijs kunnen versnellen, zijn de zon en de wind. Als de zon voortdurend schijnt, verloopt de smelt van het ijs sneller dan normaal. Slaat de wind, zoals af en toe gebeurt, de ijsvelden uit elkaar, dan treedt niet zelden ook een grote versnelling van de smelt ervan op. Houdt de wind het ijs, zoals vorig jaar zomer lange tijd gebeurde, juist netjes bij elkaar, dan is het veel beter bestand tegen de effecten van de zomerwarmte en blijft er juist meer zeeijs dan anders over. Zo kan het dus van jaar tot jaar fluctueren. De trend door dit alles heen is duidelijk: het zeeijs op de Noordpool smelt, rond de Zuidpool komt er zeeijs bij. En bijzonder genoeg zijn stijgende temperaturen in beide gevallen de oorzaak.

Wat gebeurt er bij de Zuidpool?
Hoe kan dit? Daarvoor moeten we vooral naar het Zuidpoolgebied kijken. Ongeveer 90 procent van de zoetwatervoorraad op aarde is daar in de vorm van (land)ijs aanwezig. Het Antarctische continent is eigenlijk één grote ijswoestijn. Maar wel een ijswoestijn die reageert op de langzaam stijgende temperaturen, ook in die omgeving. Zo is de laatste jaren gebleken dat vooral de gletsjers vanaf de West-Antarctische ijskap steeds sneller in zee uitstromen. En op die manier dus steeds meer ijs naar zee afvoeren. Van heel het Antarctische continent blijkt, van onder de ijskap, smeltwater in de zeeën rond de Zuidpool te stromen. Niet alleen koelt dat smeltwater het water daar af, maar het maakt het water ook minder zout. En als het dan winter is, vormt zich hierdoor gemakkelijker zeeijs. Zo is de groei daar te verklaren. Ook lijken veranderingen in het windpatroon rond de Zuidpool hierbij een rol te spelen.

Zo zie je dus twee tegengestelde trends die feitelijk uit hetzelfde voortkomen; de waargenomen, langzame stijging van de temperaturen op aarde. Maar die ook alles te maken hebben met de unieke eigenschappen van het gebied waarin ze optreden. Zo kan klimaatverandering zich dus op verschillende manieren uiten. Waarbij het tegelijkertijd zo is dat het groeiende zeeijsareaal rond de Zuidpool niet kan voorkomen dat we dit jaar, wereldwijd gezien toch op het warmste jaar sinds het begin van de waarnemingen afstevenen.

Bronnen: MeteoGroup, NSIDC, Universiteit van Illinois.
Door: Reinout van den Born.