Stilhangers

Vanmiddag verwachten we weer een paar stilhangende pittige buien. Waar en waardoor?

Het maken van een weersverwachting is al een tweetal weken een behoorlijk hachelijke onderneming. Eigenlijk verlangt een aantal van ons in de weerkamer naar een echt ‘ouderwets’ front. Zo eentje die netjes volgens het boekje van zuidwest naar noordoost over het land trekt. Met een duidelijk begin- en eindpunt van de regen. Maar dat hebben we niet…  We moeten het doen met een bijna zomers aandoende luchtsoort, waarin gemakkelijk buiengebieden ontstaan. Ook voor vanmiddag staat er weer een aantal buien op het programma. Hoe ontstaan deze en waar verwachten we ze?

De moeilijkheid van het huidige ‘lastige’ en bijna onberekenbare weertype vindt zijn oorsprong in een aantal zaken. Zo bevinden we ons al enige tijd in een tamelijk stromingsloos gebied. Noch aan de grond, noch op enige hoogte is een serieuze bries aanwezig. Hierdoor komt het op hele subtiele processen aan als het gaat om wolkenvorming en het oplossen van bewolking. Bovendien is de lucht al tijden behoorlijk vochtig, tamelijk warm en nogal onstabiel van opbouw. Dat laatste houdt in dat de temperatuur met de hoogte sterk afneemt, waardoor eenmaal gevormde stapelwolken gemakkelijk tot een bui kunnen uitgroeien. Op haar beurt leidt buienvorming ook weer tot beïnvloeding van het weer op andere plekken. De buien die maandagmiddag- en avond namelijk boven delen van Duitsland ontstonden, losten maar nauwelijks op, gingen wat bij elkaar klitten en schoven vervolgens gisterochtend al uitdovend als een uitgebreide regenzone Gelderland in.


Nauwelijks beweging
Het weer is de ene dag dus veel lastiger te verwachten dan de andere dag. Vanaf vrijdag komt er voor ons wederom meer schot in de zaak als er een kille noordenwind opsteekt, maar tot die tijd zijn we nog aan het stoeien met de buien.

Gistermiddag en –avond vielen er straffe buien in Groningen, Drenthe, Overijssel en het noorden van Gelderland. Het Overijsselse Giethoorn kreeg 32 millimeter in 2 uur tijd te verwerken. Dat is veel! En ook op een paar andere plekken kon de riolering het regenwater niet zo snel wegwerken. Aangezien we in dezelfde luchtsoort als gisteren vertoeven, is dus ook vanmiddag een aantal pittige buien mogelijk. Met nog immer het ontbreken van wind, kunnen de buien lang boven eenzelfde plek uitregenen. Wat dat betreft zijn later vandaag ergens in het land eenzelfde soort foto’s te schieten als gisteren: rubberbootjes in de straten.

Waar kijken we naar?
Er zijn meerdere elementen van belang als we willen uitzoeken waar we buien mogen verwachten. Links naast dit verhaal worden een aantal aspecten uitgelicht. Na het bekijken van de algemene weerkaart (die dus sowieso op een juiste manier geanalyseerd dient te zijn om de juiste eerste signalen te krijgen), kunnen we een blik werpen op de luchtvochtigheid. De vochtigste gebieden kunnen net wat meer voeding bieden aan een potentiële bui.

In kaart 2 zijn de hoogste dauwpunten omcirkeld. Het dauwpunt is een maat voor de luchtvochtigheid en hoe hoger dat is, hoe meer er vocht er in potentie door een bui benut kan worden. In kaart 3 hebben we bovendien bekeken wat het lichte briesje doet. We zoeken namelijk naar een zogeheten convergentielijn. Een lijn waarbij de lucht ‘convergeert’, ofwel; naar elkaar toe stroomt. Op een dergelijke plek botst lucht als het ware op elkaar en komt er een overschot aan lucht tot stand. Ook met een heel licht en nauwelijks zichtbaar convergentielijntje kan er al zo’n surplus tot stand komen. Vervolgens moet die lucht ergens heen en dit zal veelal een luchtstijging opleveren. Een dergelijke extra push kan net genoeg zijn om de stapelwolk tot het buienstadium te laten uitgroeien.

In kaart 4 kijken we ook nog even naar 1 van de vele parameters die in de meteorologie worden gebruikt om de kans op onweer in een bui in te schatten. Het gaat hier om de CAPE waarden. Cape staat voor Convective Available Potential Energy. Het gaat hierbij dus om stromingen van warmte, opwaarts, thermiek. Hoe groter het verschil tussen het opstijgende luchtpakketje en de lucht waar ‘ie doorheen stijgt, des te onstabieler de lucht en des te groter de kans op zware buien. Voor Nederland geldt min of meer dat een CAPE van 500 tot 1000 Joules per kilogram een aanwijzing is voor een tamelijk onstabiele situatie. Op de kaarten zien we de hoogste CAPE-waarden in het oosten staan, boven Overijssel en Gelderland. Precies op de plekken waar ook de luchtvochtigheid en de convergentie gunstig meekoppelen met de buienkans.

Net als we in eerdere verhalen schreven, zijn dit maar een paar elementen die we bekijken om in te schatten waar en in welke mate, buien gaan ontstaan. Ook temperatuur en bovenluchttoestand tellen zwaar mee.  Zoals altijd in buiige situaties, bestuderen we vooral ook temperatuurgrafieken. In Figuur 2 staan twee van deze grafieken naast elkaar. De rechter is de onstabiele grafiek, zoals verwacht in de late middag in het oosten van het land, bij de linker grafiek is er geen bui te verwachten omdat er niet ver boven de grond een zogeheten inversie zit die buivorming bij bescheiden temperaturen tegen houdt. Die linker grafiek is dan ook de grafiek van Zeeland. Echter, het blijft een model van de werkelijkheid…. Stel dat de temperatuur in Vlissingen ineens oploopt naar 19 graden… dan zou het zomaar wel kunnen dat er een bui ontstaat.

En zo hangt alles met alles samen en kunnen we voor later vanmiddag uitzetten: voornamelijk in de oostelijke regio’s een paar pittige regen- en onweersbuien, lokaal met veel regenwater in korte tijd.  Voor de avond – en nachtperiode en voor de komende dagen hebben we het uiteraard ook allemaal uitgezocht, maar dat voert te ver om die prognoses ook hier te behandelen.

Bron: MeteoGroup