En waar zat de onzekerheid nu dan?

Vorige week hebben we er al over geschreven, het toen nu onzekere weer van nu. Nu kunnen we terugkijken.

Voor meteorologen is er geen mooiere manier om van hun vak te leren dan af en toe terug te kijken. Nu is zo’n moment waarop dat leuk is. Waren we vorige week lange tijd bezig met de onzekerheid die bestond over het weer vanaf het afgelopen weekend, nu kunnen we eens bekijken wat er precies is gebeurd. En of die onzekerheid vorige week terecht was.

De weerkaart staat naast dit verhaal, het is de kaart van vanmiddag 13 uur. We zien (het H’tje is wit en daardoor wat lastig zichtbaar tegen de lichtgele achtergrond) een hogedrukgebied bij de zuidwestpunt van Ierland. De kleuren geven de luchttemperatuur op 1500 meter hoogte aan. We hebben voor dit niveau gekozen, omdat anders het warme water van de Noordzee teveel invloed heeft. De blauwe kleur staat voor temperaturen onder het vriespunt, op dat niveau. Geel is boven nul. Bij beide kleuren geldt dat hoe donkerder de kleur wordt, hoe verder we van het nulpunt vandaan raken. Echt warme lucht is er bij voorbeeld alleen in het uiterste zuidoosten van Europa, koude lucht zien we op veel meer plaatsen, zelfs boven onze eigen hoofden.

Koude lucht
Die koude lucht is om het hogedrukgebied in de buurt van de Britse eilanden heen met een noordelijke wind Europa binnen geblazen. Het is dezelfde koude lucht als die waar we het bij de start van vorige week al over hadden. Ook Nederland heeft een golfje van die koude lucht meegekregen, vooral via de Noordzee, dat wel. Toch merkten we het, want toen het gisteravond in het oosten van het land even opklaarde, begon het op veel plaatsen snel te vriezen. In Twente en de Achterhoek daalde het kwik als een baksteen, de voormalige vliegbasis bij Enschede kwam op normale waarnemingshoogte uiteindelijk op -6,0 graden uit; matige vorst zowaar. Op tien centimeter hoogte daalde het kwik er tot -8,0 graden. Hupsel was met -3,9 graden het op een na koudst.

Wind van zee
Later in de avond en de afgelopen nacht merkten we toch dat de wind bij ons van zee waaide. Nieuwe wolken dreven binnen en er kwamen op steeds meer plaatsen buitjes, waarvan sommige zelfs met natte sneeuw gepaard gingen. Onder de wolken liepen de temperaturen weer op en kwamen op de meeste plaatsen ruim boven het vriespunt. Alleen in het uiterste oosten lag het kwik nog onder nul toen de ochtend begon. Het duidelijkst sneeuwde het overigens in Limburg, zo is op de foto’s van Marij Bouwers naast dit verhaal te zien. Daar is de zee het verste weg.

Het vervolg zou winters zijn..
Gaan we weer terug naar vorige week, dan was het idee dat we een winters vervolg konden krijgen – door deze koude lucht – als de as van het hogedrukgebied ten noorden van Nederland terecht was komen. Dan had de wind bij ons een tijdje uit het noordoosten of oosten kunnen waaien en was – zoals op de weerkaart duidelijk te zien is – de aangevoerde lucht ook een poosje koud geweest. In de loop van de week begonnen de berekeningen echter te schuiven en werd steeds duidelijker dat die oostelijke tot noordoostelijke wind er uiteindelijk niet zou komen. Oorzaak hiervan was en is de sterke poolwervel, de straalstroom die het noordpoolgebied op dit moment omcirkelt. Op de weerkaart is dat te zien. In het hoge noorden liggen een paar actieve lagedrukgebieden die het hogedrukgebied bij ons wat verder naar het zuiden hebben gedrukt dan eerst verwacht.

De as van het hogedrukgebied
Een andere onzekerheid zat in de as van het hogedrukgebied. Aan de oostkant van de kern is die te weinig uitgesproken. Kijk je aan de westkant op de Oceaan dan zie je een mooie punt naar het westen wijzen. Aan de noordkant daarvan is de wind westelijk tot zuidwestelijk, aan de zuidkant oostelijk. Bij óns lopen de isobaren dwars door de uitloper heen naar het zuiden en blijft dus een noordelijke tot noordwestelijke wind waaien. Hierdoor houdt de Noordzee met zijn warme water een grote invloed en kan het aan de grond gewoon nog niet koud worden. Het is ook om die reden dat de temperaturen vanmiddag tussen 6 en 9 graden uitkomen. Kijk je iets verder oostwaarts in Duitsland, dan wordt het daar niet warmer dan 2 tot 4 graden, omdat de Noordzee hier gewoon een stuk verder weg is. In het zuiden van Duitsland, in de gebieden tegen de Alpenrand aan blijft het kwik ook overdag onder net onder nul, maar daar is het natuurlijk weer iets hoger.

Zachte lucht snel terug
Omdat de uitloper van hogedruk bij ons niet gesloten is en de as ervan al snel richting het zuiden wegzakt om boven Midden- en Zuid-Frankrijk terecht te komen, kan zachte lucht om het hogedrukgebied bij Engeland heel alweer snel onze omgeving bereiken. En dat is precies wat morgen en donderdag gaat gebeuren. Behalve zacht is die lucht ook erg vochtig. Het lijken dan ook twee bewolkte en grijze dagen te worden met vooral morgen ook af en toe wat motregen. De koude lucht verdwijnt bij ons dan, maar blijft boven Centraal- en Zuid-Europa beter hangen.

Wat was de onzekerheid dus?
De onzekerheid zat ‘m vorige week dus in twee dingen: de positie die het hogedrukgebied uiteindelijk zou gaan innemen en het al dan niet op gang komen van een oostelijke tot noordoostelijke wind bij ons. Uiteindelijk kwam het hogedrukgebied wat zuidelijker uit dan in eerste instantie was gedacht en kwam die oostelijke tot noordoostelijke wind er dus niet. De koude lucht was er wel, dat hadden de modellen goed voorzien. Omdat de uitwerking echter iets anders uitpakte dan eerst berekend, komt een langere koude periode voorlopig dus nog niet van de grond.

Bron: Meteo Consult.