Zomer structureel te kort

De zomer duurt structureel te kort. Volgens de officiële indelingen dan. En met een kleine knipoog.

Het warmste seizoen van het jaar duurt structureel te kort. Volgens de officiële indelingen dan. En met een kleine knipoog.

De meest populaire indeling der seizoenen is – ook in de context van het weer – vaak niet de meteorologische maar de sterrenkundige. De winter begint wanneer de zon zich loodrecht boven de Steenbokskeerkring  bevindt. Dat is het moment dat de zon bij ons het laagst staat. Andersom start de zomer wanneer de zon loodrecht boven de Kreeftskeerkring staat en bij ons het hoogst aan de hemel. De tussenseizoenen lente en herfst trappen af wanneer de zon loodrecht boven de evenaar staat.

Is dat een logische indeling der seizoen als je naar het weer kijkt? Nou, eigenlijk maar ten dele. Ten eerste is een consequentie van bovenstaande indeling dat in de zomer de zon van meet af aan alleen maar lager komt te staan. In de winter worden de dagen alleen maar langer. Als je er wat langer over nadenkt, doet dat een beetje vreemd aan. Al is een en ander zeker niet gek. De astronomische indeling der jaargetijden is van origine immers geenszins bedoeld om het verloop van het weer te beschrijven, maar voor het markeren van de zongetijden, de astronomische keerpunten door het jaar heen.

Maar goed, de meteorologie heeft dus haar eigen indeling. Dus zou je zeggen, daar zal die weerkundige indeling der seizoenen dan vast wel goed op aansluiten. Maar ook dat is maar gedeeltelijk zo. Concentreren we ons op het zomerseizoen, dan voelt zeker het eerste deel van september voor veel mensen meestal nog echt aan als zomer. Dat terwijl het officiële eindschot tegen die tijd al heeft geklonken (de weerkundige zomer loopt van 1 juni tot 1 september). Dit is niet zomaar een onderbuikgevoel. In de eerste helft van september ligt het klimatologische maximumtemperatuurgemiddelde nog rond 20 graden. Pas daarna duikt dat gemiddelde echt duidelijk onder die grens. Houden we die circa 20 graden aan, dan komt de start van de zomer begin juni te liggen. Iets waar de meteorologische seizoensindeling wel goed bij aansluit. Maar zeker aan de achterzijde van het jaargetijde, in september, lopen temperaturen en officiële indeling dus wat uit elkaar. Daar, zou je kunnen stellen, past dan eigenlijk weer beter de astronomische indeling. Maar daarin begint de zomer eigenlijk dus weer te laat. Je zou dus kunnen zeggen dat uitgaande van die 20-gradensgrens de zomer bij zowel de meteorologische als de astronomische seizoensindeling  structureel te kort duurt.

Bovenstaande stellen we uiteraard wel met een kleine knipoog. De maximumtemperatuur-20-gradengrens die we in dit verhaal hebben aangehouden, is op zich natuurlijk een arbitrair getrokken lijn. Je zou nog naar allerlei andere variabelen kunnen kijken. Daarnaast: als we de 20-gradengrens die we in dit verhaal aan hebben gehouden, bijvoorbeeld een graad hoger leggen,  zou een kleiner deel van juni meetellen en september helemaal niet meer. Dan zou de zomer ineens korter zijn dan waar de officiële indelingen op inspelen. Wel blijft sowieso de conclusie staan dat geen van beide seizoensindelingen (astronomische en meteorologische) qua begin- en einddatum goed past op  het klimatologische verloop van de maximumtemperaturen in de zomer.

Bronnen: Meteo Consult, KNMI