Zomervogel is alweer weg

De gierzwaluwen zijn zuidwaarts gevlogen. Volgend voorjaar, dan is hun fraaie gegier weer terug.

Ze komen rond 30 april ons land binnen gevlogen, en zijn begin augustus weer weg. In de tussentijd leggen ze eieren, broeden ze uit en voeden de jongen. Nagenoeg continu hangen ze in de lucht, dartelend boven onze steden. En net zo snel als de hele Nederlandse kolonie is gearriveerd, zijn ze weer weg. Het gegier verstomt, de groepen sikkelvormige vogels nemen de wijk en zijn inmiddels nagenoeg allemaal al in Zuid-Europa. En ze gaan nog veel verder zuidwaarts.

Voor veel vogelliefhebbers is het moment waarop de gierzwaluw in de lente arriveert, de echte aftrap van het zomerseizoen. Als eenmaal het typische schrille geluid in de lucht ontsteekt, kan het warme en zonnige weer aanvangen. Bovendien is het een lust voor het oog om het gedartel van de vogels te volgen en ze in kleine groepjes op enige hoogte boven tuinen en huizen te zien scheren. Ze zijn uitermate wendbaar, snel en kunnen energie besparen terwijl ze op de vleugels zweven. Zo geschikt ze zijn voor vliegen, zo moeilijk hebben ze het op de grond. Hun pootjes zijn klein, hun voetjes verrassend sterk met scherpe nagels. Daarmee kunnen ze zich aan verticale elementen vastgrijpen.

Wie heeft een gierzwaluw weleens zien zitten op de grond? Dat komt nauwelijks voor. Als het beestje niet te gewond is, kan ‘ie met een aanloop nog weer op de wieken komen. Verder spendeert deze vogel nagenoeg al zijn tijd in de lucht. Ook tijdens de nacht vertoeven ze op de vleugels, in Nederland worden grote groepen gierzwaluwen in het donker boven het IJsselmeer gespot. Gebruik makend van de warme luchtstromingen vanaf het IJsselmeer, geeft dat net genoeg opwaartse ‘lift’ om in een soort van slaap te geraken. Om en om krijgen de hersenhelften de kans om een soort van powernapjes te doen, terwijl de groep in cirkelvormige bewegingen hoog boven het water blijft en maar heel langzaam dalen.

In de lucht vliegen, slapen, paren, ruien en eten. Het voedsel van de gierzwaluw bestaat uit vliegen, torren, spinnen, kevers, bijen, wespen en mieren. Elke individuele vogel voedt zich met duizenden insecten per dag.

Ze komen vanuit zuidelijk Afrika
Het grootste deel van het jaar leven gierzwaluwen in het luchtruim van Afrika. In februari al schuiven ze wat naar de noordelijke delen van Afrika; Marokko, Algerije. De precieze verplaatsing hangt af van de heersende weersomstandigheden. In delen van Afrika spreken ze van regenzwaluwen, aangezien ze voor en na tropische regenbuien in grote getalen aanwezig zijn. Zonder gegier (!) maken ze gebruik van de insectenexplosies die vooral na een bui ontstaan.

Begin april trekken de gierzwaluwen via het zuiden Europa binnen. Hierbij gaan ze tamelijk omzichtig te werk, hun noordwaartse verplaatsing wordt sterk beïnvloed door de weersomstandigheden. Als het hard regent of nog koud is in delen van Spanje, zullen ze langer daar blijven hangen omdat noord trekken dan niet echt een optie is, insect-technisch. Geleidelijk schuiven ze vervolgens dichterbij om rond (voorheen...) Koninginnedag, vaak zelfs precies op 30 april, in ons land te arriveren.

Stadsvogel
Gierzwaluwen hebben (hoge) gebouwen nodig om in te broeden. Onze steden grossieren in dergelijke constructies. Vooral de panden van meer dan 70 jaar oud zijn vaak uitermate geschikt als nestplek. Dakpannen, overhangende dakranden, holle spouwmuren, nisjes, spleten en gaten bieden onderdak aan verschillende vogelsoorten, waaronder de gierzwaluw. Geen enkele vogel is zo verbonden met de stad als deze ‘apus apus’. Vooral de vele herenhuizen uit de 19e eeuw in Amsterdam zijn in trek. Remco Daalder, stadsecoloog in Amsterdam noemt niets voor niets "de binnenstad van Amsterdam het favoriete natuurreservaat voor de gierzwaluw." Hij weet niet precies hoeveel van deze vogels er broeden, maar in het zijn in elk geval duizenden paren, misschien wel tienduizenden.

Maar ook buiten Amsterdam zijn er vele duizenden gierzwaluwen te zien, ook in dorpen met geschikte broedplekken. Het aantal overzomerende vogels in Nederland en Vlaanderen wordt geschat op 30.000 tot 60.000.

Toch is het niet zo dat de gierzwaluw vóór de menselijke bouwwerkzaamheden niet aanwezig was. In vroeger tijden lagen de broedplekken in spleten en gaten van steile rotswanden. In de oerbossen in Oost-Polen (Bialowiecza) en Rusland zijn nesten aangetroffen in hoge afgebroken boomstronken en in holle rottende boomstammen.

Dat gierzwaluwen altijd en alleen maar vliegen, is dus niet helemaal waar. Immers, er moet ook gebroed worden. Het mannetje en vrouwtje broeden 20 dagen lang, om de beurt. De niet broeders vliegen wel continu, dag en nacht. Nadat de jongen blind en kaal uit het ei kruipen, zijn beide ouders druk met het aanvoeren van eten. Lastig wordt dat bij slecht weer. ‘Onze’ gierzwaluwen worden wel boven Berlijn gezien om daar insecten te halen voor hun Nederlandse kroost. Als de jongen na een kleine twee maanden klaar zijn om te vliegen, laten ze zich uit de nestingang vallen en vliegen weg. Ze blijven vervolgens anderhalf jaar aan een stuk vliegen. Pas als ze twee jaar zijn, landen ze op een nest om aan broedsel te beginnen.

Ze gaan weer naar Oost-Afrika
En dan ineens, zijn ze weer weg. In een week tijd, aan het begin van augustus, is er nagenoeg geen vogel meer te bekennen. Op dit moment worden via de vogelsite waarneming.nl nog wel wat laatste groepen of losse individuen gemeld, maar dat zijn de laatsten der Mohikanen. Op de wieken naar het zuiden, dat is nu hun missie. En daarbij zij ze wat rechtlijniger dan op de heenweg. Ze volgen de zon, naar het zuiden. Of beter; de insecten. Via Zuid-Europa en Noord-Afrika gaan ze diep het continent in. De waarnemingen van gierzwaluwen in Afrika zijn erg divers. Hun winterlocaties variëren van ten zuiden van de Sahara tot ten noorden van de Oranje Rivier in Zuid-Afrika. Uiteindelijk hebben ze dan tijdens zo’n enkele reis zo’n 7000 kilometer in de vleugels. Een onvoorstelbare prestatie.

Bronnen: Meteo Consult; Stadse beesten, door Remco Daalder; The Princeton Encyclopedia of Birds; Gierzwaluwbescherming Nederland, Adri Joosse, waarneming.nl.