Noordpoolijs houdt zich dit jaar goed

Een versnelling in juli leek een nieuw laagterecord dichterbij te brengen, maar de rust is weergekeerd.

Terwijl de zomer op het Noordelijk Halfrond dit jaar in het teken staat van hittegolven (onder andere in China, maar ook in Europa – Oostenrijk haalde gisteren in Dellach met 39,9 graden zijn hoogste temperatuur ooit), blijven de gebeurtenissen op de Noordpool verbazen.

Kwam het smeltseizoen op de noordelijke ijszeeën dit jaar laat op gang, in de loop van juli leek het tempo er alsnog goed in te komen. Op de plaats op het drijvende zeeijs waar jaarlijks een automatisch meetstation wordt opgezet met twee webcams en andere meetapparatuur, ontstond vanaf midden juli zelfs een groot smeltmeer dat wereldwijd bekend werd. Totdat er op 29 juli een scheur in het ijs kwam en het water binnen de kortste keren weer van het ijs was verdwenen.

Sindsdien zijn de temperaturen op het ijs weer gedaald. En wie – en dat zijn er tegenwoordig veel – de vele sites, waarop de ontwikkelingen van het noordpoolijs te volgen zijn, de laatste tijd in de gaten heeft gehouden, zal zien dat het smelttempo van het ijs, dat in juli juist sterk was opgelopen, inmiddels weer behoorlijk is afgevlakt. In de centrale delen (op de Noordelijke IJszee) is zelfs sprake van een lichte toename van het ijs. En dat is op z’n minst opmerkelijk, middenin de zomer.

Vele factoren spelen een rol
Het is echter wel verklaarbaar. Bij het tempo waarin het zeeijs gedurende de zomer op het Noordelijk Halfrond smelt, spelen vele factoren een rol. Logisch is natuurlijk dat de luchttemperaturen in het gebied belangrijk zijn. Zijn die hoog, dan smelt het ijs sneller dan als het koud is. Maar er is meer. Zo laat een fel schijnende zon het ijs sneller smelten dan een bewolkt weerbeeld. En ook de wind is van groot belang. Omdat het ijs in de noordpoolregio in het water drijft, kan de wind ijsvelden alle kanten op sturen, bij voorbeeld om Groenland heen het poolgebied uit. Aan de oostkant van Groenland gaat op die manier ieder jaar veel zeeijs verloren. Het drijft daar zuidwaarts en smelt.

Stormdepressie
Dat de wind ook op andere manieren invloed kan hebben, bleek vorig jaar. In augustus trok een actieve stormdepressie over de poolregio. De sterke wind waarmee die passage gepaard ging, was er de oorzaak van dat het ijs over grote oppervlakten uit elkaar en kapot geslagen werd. Vele kleine stukjes ijs smelten veel sneller dan één groot stuk. Vanaf dat moment ging de curve vorig jaar dan ook steil omlaag en hadden we binnen de kortste keren een nieuw laagterecord te pakken.

Daarnaast heeft de wind invloed op zeestromingen in het gebied, zeestromingen die op hun beurt weer veel warmte onder het zeeijs kunnen brengen. Die warmte pakt het ijs van onderen aan. Zo kan het zeeijs, zelfs als de lucht erboven koud genoeg is, toch dunner worden. En ook dat is een trend die we de laatste jaren steeds terugzien. Daarbij is dun zeeijs veel gevoeliger voor zomersmelt dan de dikkere variant, die we vroeger nog in het noordpoolgebied op het water hadden liggen.

Voortekenen waren slecht
Aan het einde van de winter van dit jaar, waren de voortekenen voor het noordpoolijs op z’n zachtst gezegd dan ook niet best. Het ijs begon dunner dan ooit aan de zomer en nog voordat de smelt goed en wel was begonnen, waren hele stukken door de sterke wind van dit voorjaar al kapot geslagen. Alleen wilde het weer er niet aan. Een hardnekkig lagedrukgebied boven het noordpoolijs was er dit voorjaar niet alleen de oorzaak van dat de temperaturen er weer eens lager waren dan normaal, maar zorgde er met zijn cyclonale winden (om een lagedrukgebied waait de wind linksom, met de pijlen licht naar binnen, richting het centrum) ook voor dat het ijs mooi compact op elkaar bleef liggen. En daardoor veel beter in staat was om te overleven dan in andere jaren.

Een achterstand werd zo gestaag omgebogen in een voorsprong, zowel daar waar het de omvang van het gebied betreft dat voor minimaal 15 procent met zeeijs is bedekt (ice extent) als de totale hoeveelheid ijs die je krijgt als je al dat ijs in elkaar schuift (ice area). Beide grootheden worden bijgehouden en leveren onder de volgers altijd verwarring op, omdat de ‘ice-extent’ grafieken natuurlijk een veel groter oppervlak aangeven dan de ‘ice-area’ grafieken.

Zelfs licht herstel van volume
Je kunt nog dieper kijken door ook de dikte van het ijs mee te nemen. Dan is namelijk het volume te bepalen van het de totale hoeveelheid zeeijs die in het noordpoolgebied nog aanwezig is. Dit volume is al jarenlang elk jaar na de zomer weer recordlaag, niet alleen omdat het gebied dat met ijs bedekt is steeds kleiner wordt, maar ook omdat tegelijkertijd de dikte van het zeeijs afneemt.

Gedurende de winter was er voor wat het volume betreft nog een grote achterstand ten opzichte van vorig jaar, het jaar waarin wederom een laagterecord allertijden werd gemeten. Wel werd de achterstand minder groot, omdat het gebied met zeeijs al langzaam groter werd dan vorig jaar. Tijdens het voorjaar en in de zomer is de achterstand omgebogen in een voorsprong op vorig jaar en zelfs het jaar ervoor. We zitten nu weer op het niveau van 2010. Vooraf had niemand dit verwacht, omdat de achterstand oorspronkelijk zo groot was. En omdat het al zo lang zo is dat elk jaar hooguit gelijk, maar meestal slechter uitpakt dan het voorgaande jaar. Niet alleen de grotere oppervlakten aan ijs die nu worden gemeten, maar ook de dikte helpt mee. Want volgens een aantal bronnen is die ijsdikte sinds vorig jaar niet afgenomen, of zelfs licht toegenomen, ten opzichte van 2012.

Versnelling in juli
Toen kwam de maand juli. Het lagedrukgebied boven de Noordpool verdween een tijdje van de weerkaart. De temperaturen boven het ijs kwamen snel boven nul en de wind zorgde ervoor dat het ijs niet meer zo compact op elkaar bleef zitten. De smeltcurve ging steil omlaag, het smeltempo fors omhoog. Een nieuw laagterecord leek toch nog binnen bereik te komen. Maar inmiddels heeft de situatie van het voorjaar zich hersteld. Opnieuw ligt een lagedrukgebied boven de Noordpool, gevuld met koude lucht. Het vriest er dan ook op veel plaatsen, in elk geval een deel de dag. Bij de webcams heeft het de afgelopen dagen gesneeuwd. Verder zit de zon vaak achter de wolken en zorgen de cyclonale winden rond het lagedrukgebied ervoor dat het ijs in de centrale delen weer mooi compact op elkaar is komen te liggen. Vooral de ‘ice-area’ grafieken in die gebieden zie je nu zelfs stijgen.

Het blijft nog even koud
Een blik op de weerkaarten leert ons dat er de komende week maar weinig verandert in deze situatie. En dat is goed nieuws voor het ijs, want het lichte herstel van dit moment zou daarmee mogelijk nog wat verder kunnen doorzetten. En met nog ongeveer 4 weken aan smeltseizoen voor de boeg is het niet ondenkbaar dat we dit jaar met toch aanzienlijk meer zeeijs op de Noordelijke ijszeeën uit de zomer gaan komen dan de afgelopen jaren steeds het geval is geweest.

Klimaatverandering
Voor beschouwingen over waar we met de klimaatverandering staan, die zich de laatste tientallen jaren op aarde overduidelijk heeft voorgedaan, hebben de ontwikkelingen van dit jaar overigens geen gevolgen. Incidentele veranderingen van jaar op jaar horen nu eenmaal bij een klimaat dat van nature grillig is en uit extremen omhoog en omlaag bestaat. Veel interessanter wordt het als de komende jaren mocht blijken dat een trend, die al vele jaren duidelijk omlaag is daar waar het de ijsbedekking van de noordelijke ijszeeën betreft, echt zou worden omgebogen. Vooralsnog is er niets dat erop wijst dat dit ook echt zal gaan gebeuren. Blijft staan dat het een mooie meevaller is als we over 4 weken inderdaad zien dat het poolijs dit jaar goed door de zomer is gekomen. Zo is het wel.

Bronnen: Meteo Consult, NSIDC, Universiteit van Illinois, Weerwoord.be