Vaker extreme hitte

Het wordt de laatste jaren sneller uitzonderlijk warm. Hier de getallen en mogelijke oorzaken.

Met temperaturen tot 36 en zeer lokaal mogelijk 37 graden, wordt het vandaag extreem warm. Dergelijke grote hitte met in delen van het land temperaturen van 35 graden of meer, komt de laatste jaren beduidend vaker voor dan in vroeger tijden.

De getallen
Vanaf het jaar 2000 hebben we op het weerstation Eindhoven tot vandaag maar liefst 8 keer de 35 graden gehaald of overschreden. Ter vergelijking, in de (zelfs wat langere) periode van 1985 tot en met 1999 is dat op Eindhoven maar 2 keer gebeurd. Voor de tijdspanne 1970 tot en met 1984 staat de teller op nog slechts 1 dag.

Ook op andere stations in het midden en (zuid)oosten van het land zien we extreem warme dagen vaker optreden. De Bilt, ons landelijk hoofdstation, heeft een verzengende 35 graden of hoger sinds het begin van de metingen in 1901 inmiddels 5 keer behaald, voor de laatste maal in 2006. In Deelen, bij Arnhem, is een maximumtemperatuur van minimaal 35 graden sinds 2000 tot vandaag 7 maal opgetreden, de twee 15-jaars-perioden daarvoor allebei slechts 1 maal. In Twente, metingen sinds 1951, gaat het in totaal om 8 dagen. Maastricht spant de kroon voor wat betreft aantal 35-plus dagen. Vanaf 1906 tot aan vandaag is dat daar 26 keer opgetreden. Voor de wissel naar de 21eeuw was dat gemiddeld 1 keer in de vier jaar, na de eeuwwissel gemiddeld 1 keer in de 2 jaar.

Oorzaken
Dat de getallen ons vaker hitte tonen dan midden en eind vorige eeuw, geeft nog geen uitleg over de achterliggende oorzaak. Natuurlijk, we zouden in eerste instantie aan de opwarming van de aarde kunnen denken. Maar met in West-Europa afgerond 1 graad opwarming, kom je nog niet tot een zo grote stijging in het aantal extreem warme dagen. De kiem zou mogelijk gevonden kunnen worden in de activiteit van de straalstroom

Toen aan het begin van de huidige eeuw de hitte in meerdere zomers achtereen leidde tot hittegolven, hadden we opvallend vaak zuidenwinden. Onze ‘gangbare’ wind is een zuidwestelijke bries, waardoor wij veelal sterk onder invloed staan van de Atlantische Oceaan. Storingen en fronten die zich boven de oceaan vormen, worden bij een zuidwestelijke stroming over Nederland gevoerd en leiden tot ons zeeklimaat. Sinds 2000 is de stroming in plaats van zuidwestelijk, ook heel vaak noordelijk of zuidelijk geweest. Dit wordt veroorzaakt door de vele golven/bochten die zich sinds 2000 vrij geregeld en nogal persistent in de straalstroom voordoen. Afgelopen winter leidde zo’n bocht tot hardnekkige noordenwinden, momenteel bevinden we ons op een andere plek in de slingerende straalstroom en zijn we in een zuidstroming terecht gekomen.

Dat veranderde regime van de straalstroom, kan best leiden tot meer extremen. Zowel aan de warme kant, nu in de zomer, als naar de koude kant, denk maar aan de afgelopen paar winters. Verder zou ook landgebruik (verstening en dergelijke) nog een rol van betekenis kunnen spelen.

Bronnen: Meteo Consult, uitsnede voorpagina is een foto van Jan Besselink (Warm is een buurtschap van Etten, Gelderland).