Straalstroom

De grote afwezige in de wereld van het weer is momenteel de straalstroom. En dat heeft verstrekkende gevolgen.

 

Het Europese klimaat wordt voor een belangrijk gedeelte bepaald door de ligging van de zogeheten straalstroom. Een relatief smalle gordel met hoge winsnelheden in de hogere lucht lagen van de atmosfeer. Maar steeds vaker blijkt deze straalstoom de grote afwezige te zijn. En ontaardt het Europese weer in extremen en records.

Straalstroom

De straalstroom is dus een zone met hoge windsnelheden.  Een typische breedte van deze snelstromende rivier van lucht ligt in de ordegrootte van 100 tot 300 kilometer.  Dat is de as van de straalstroom. Buiten deze as beweegt de lucht in een bredere zone ook nog altijd met respectabele snelheden. Soms loopt de windsnelheid in de as van de jetstream, zoals de straalstroom in het Engels wordt genoemd, op tot wel 250 a 300 kilometer per uur. Zeker in het winterhalfjaar kan dit gebeuren.

Van Tenerife naar Groenland

De straalstroom wordt vooral door temperatuurverschillen en de draaiing van de aarde in gang gezet. Ten eerste draait het om het temperatuurverschil tussen het poolgebied en de subtropen.  Gemiddeld gesproken wordt de atmosfeer, gaande van de subtropen naar het noorden, steeds kouder. Koudere lucht is compacter en zwaarder dan warme lucht. Stel nu voor dat we op een hoogte van 5 kilometer van Tenerife naar Groenland vliegen. Dan zouden we als het ware ervaren, dat het gewicht van lucht boven ons steeds verder afneemt, op de reis naar het noorden. Anders gezegd, de druk in het noorden is structureel lager dan in het zuiden, zo lang we expliciet spreken over de hogere luchtlagen. Nog weer anders gezegd, de hoogte waarop de druk 500 hPa bedraagt, ligt bij Tenerife bijvoorbeeld op 5760 meter en bij Groenland nog maar op 5200 meter.  Je zou je nu kunnen voorstellen, dat het drukvlak van 500 hPa scheef staat. Het helt naar beneden, richting het noorden.  Het gevolg is nu, dat de lucht als het ware van de helling naar beneden wil stromen. Naar het noorden dus.

Corioliskracht

Maar nu komt de draaiing van de aarde om de hoek kijken. Op iedere beweging wordt op het noordelijk halfrond een schijnkracht uitgeoefend.  De zogenaamde Corioliskracht. Deze kracht is naar rechts gericht, ten opzichte van de oorspronkelijke beweging. Het is deze schijnkracht die er nu voor zorgt, dat de wind niet van Tenerife naar Groenland stroomt, maar volkomen naar rechts wordt afgebogen. Naar het oosten dus.  Zo verkrijgen we de westelijke straalstroom die normaliter op het noordelijk halfrond, met name op de gematigde breedten, het dagelijkse weer in hoge bepaalt. Het dicteert de locatie en de verplaatsing van weersystemen zoals lagedrukgebieden en fronten.   Overigens geldt dit verhaal evenzeer voor het zuidelijk halfrond. Maar daar werkt de richting van de corioliskracht exact andersom.

Draaikolken

Wat we dit jaar zien, is dat de westelijke straalstroom de grote afwezige is. De stroming kronkelt zich in lussen en grote bochten, en vaak ook in afgesnoerde draaikolken. Het effect hiervan is, dat lokale weerpatronen lang kunnen aanhouden. Maar ook dat het weer gevoeliger is voor extremen. Een westelijke stroming komt vanaf de Oceaan en heeft een gematigd effect op het Europese klimaat, zeker op dat van West-Europa. Bij gebrek aan een sturende westelijke stroming zien we vanzelfsprekend vaker een wind uit het noorden, zuiden of oosten. Elk van deze windrichtingen gaat vaker vergezeld van extreme temperaturen. Te koud, of juist te warm.  Deze lente wordt vooral bepaald door de noordelijke windvariant voor ons land. Daardoor zal deze teleurstellende lente als extreem koud in de klimaatboeken worden weggeschreven.

Oorzaak?

Klimaatwetenschappers speuren naar de mogelijk oorzaak van de afwezige straalstroom. Is het slechts een onderdeel van en natuurlijke cyclus, of is er meer aan de hand? Ook in het verleden zijn er perioden aanwijsbaar waarbij de straalstroom gas terug nam of min of meer van de kaarten leek te zijn verdwenen. Toch is het niet ondenkbaar, dat er tegenwoordig meer aan de hand is. Immers, de kracht van de straalstroom hangt samen met temperatuurverschillen. Het is bekend dat het Poolgebied beduidend sneller opwarmt dan de subtropen. De temperatuurgradiënt neemt iets af. Het zou kunnen, dat deze afname reeds voldoende is, om zoveel vaart uit de straalstroom te halen, dat die een meer meanderend gedrag krijgt. Met bochten en afgesnoerde lagedrukgebieden in de vorm van de, hier vaker genoemde, koude putten.  In dit kader is het zeker opvallend, dat we ook in de voorbije jaren al erg vaak een zwakke straalstroom zagen. Hiermee verband houdt ook het uitblijven van perioden met onstuimig weer vanuit het westen. Echte (zuid)westerstormen hebben we al tijden niet meer gehad in ons land.

Zomer in zicht?

Het einde van het geblokkeerde regime, met als grote afwezige de westelijke jetstream, is nog lang niet in zicht. Daarmee is niet gezegd dat het dus ook koud blijft. Als de rondtollende weersystemen op een voor ons gunstigere plek komen te liggen, kan het zomaar zomer worden. Helaas zien we in de huidige berekeningen nog geen al te duidelijke signalen dat het roer drastisch omgaat.  Maar gemiddeld gesproken wordt het in de startfase van de eerste officiële zomermaand wel wat minder koud, zoals het er nu ar uitziet. Overigens, vandaag is het ineens ook ouderwets genieten van schitterend lenteweer!