Straalstroom laat het afweten

Een straffe westcirculatie lijkt weergeschiedenis. Zware stormen zijn er nauwelijks meer.

 

In de jaren '90 en gedurende de eerste jaren van de 21ste eeuw was er geregeld sprake van een sterke westelijke stroming boven onze omgeving met als gevolg periodes van stormwinden, regen en zachte lucht (in de winter). De straalstroom, de rivier van lucht in de hoge luchtlagen, liep vaak in een rechte lijn van west naar oost. Uitdiepende lagedrukgebieden van boven de oceaan, echte stormdepressies, konden daardoor makkelijk tot onze omgeving doordringen.

Sinds 2003 is dit patroon echter veranderd. De straalstroom is steeds meer gaan golven, meanderen. Voor te stellen als een rivier met allerlei kronkels en bochten. Het gevolg is dat periodes met nat en winderig weer een stuk minder zijn geworden, en andere weertypes ruimte hebben gekregen. Er ontstaan vaak blokkades; standvastige drukgebieden die het weer een tijdje naar hun hand zetten. De afgezwakte westcirculatie heeft ook geleid tot afname van het aantal stormen. Zware stormen met minstens 10 Beaufort zijn er sinds 2003 nauwelijks meer. Alleen in 2007 werd, op 18 januari, te weerstations IJmuiden, Vlissingen en Vlieland officieel windkracht 10 gemeten.

Afname temperatuursverschillen
De vraag is waardoor een sterke westcirculatie de laatste jaren uitblijft. "Onze" straalstroom wordt in stand gehouden door de temperatuursverschillen tussen de Noordpool en de tropen. De meest waarschijnlijke verklaring van de afgezwakte straalstroom boven ons hoofd is dat de opwarming boven de Noordpool sneller gaat dan boven de tropen. Het volume aan zeeijs in de late zomer is 75 procent minder dan 33 jaar geleden. Maar zelfs in de winter is de gemiddelde dikte van het zeeijs een stuk minder geworden. Het resultaat van een opgewarmde Noordpool is een afname van de temperatuursverschillen tussen dit gebied en de tropen, van invloed op de luchtlagen erboven, zodat de 'fut' uit de straalstroom gaat en er meer ruimte is voor meandering in de hoogtestroming.

Zonneactiviteit
Ook de activiteit van de zon speelt een rol bij de ontwikkeling van straalstromen. In periodes van lage zonneactiviteit (weinig zonnevlekken) is de kans op een geblokkeerde luchtdrukverdeling - in vooral Europa - groter, aldus een Brits onderzoeker in 2010. Het effect van een zonnevlekkenminimum op het weer in Europa is terug te voeren op het feit dat de straalstroom hier in de winter zo’n belangrijke rol speelt, heeft de onderzoeker uitgevonden. Blokkades, die onder normale omstandigheden vooral in het noordoosten van de VS en Canada optreden, zouden door veranderingen in de straalstroom verder naar het oosten, de oceaan, op worden geduwd. Deze zouden daardoor hun invloed vooral op het weer in Europa doen gelden.

Bepalend is de hoeveelheid van de zon afkomstige UV-straling die in perioden met grote zonneactiviteit een stuk groter is dan in perioden van verminderde zonneactiviteit. De invallende UV-straling blijkt, vooral in de gebieden rond de evenaar, van behoorlijke invloed te zijn op de temperaturen van de luchtlagen in de stratosfeer tussen 20 en 50 kilometer hoogte. En die temperaturen kunnen weer invloed hebben op de sterkte van bepaalde winden in de stratosfeer. Dat effect op zijn beurt werkt naar onder door op onder meer de straalstroom in de onderliggende troposfeer. En zo kun je aantonen dat veranderingen in de zonneactiviteit er de oorzaak van kunnen zijn dat de ligging van de straalstroom met een aantal graden wordt verlegd.

Straalstroom noord van Nederland
Ook de komende dagen blijft een straffe westcirculatie uit. We zien de straalstroom ten noorden van ons land liggen. Schotland en Scandinavië hebben er mee te maken. Daar gaan dan ook de oceaanstoringen met regen en soms veel wind naartoe. Ons blikveld moeten we, voor het weer van de rest van deze week, naar het zuiden richten, naar Frankrijk. Daar ligt zowel aan de grond als in de bovenlucht een depressie die ons weer bepaalt. Maar tussen dit weersysteem en de straalstroom zien we aan het aardoppervlak een zone met hoge luchtdruk liggen (onder meer op Noordzee). Hierdoor is het weer in ons land als 'n tikje' wisselvallig te omschrijven met de meeste zonneschijn in het noorden en westen van het land, landinwaarts vaker bewolking en nu en dan een beetje regen. Zware buien en onweer zijn nog niet aan de orde.

Vanaf zondag lijkt een sterke uitloper, afkomstig van een hogedrukgebied boven de Azoren, het lenteweer in Nederland te beïnvloeden. Er komt een nieuw hogedrukgebied uit voort dat vrij snel naar het noordoosten trekt, richting Baltische Staten. Wanneer dit uitkomt, gaat de wind bij ons uit het oosten of noordoosten waaien en wordt er warmere lucht aangevoerd. Alle details geven wij in onze weerlijn 0900-9725 (60 cent per minuut) en kies 5 voor de verwachting tot 10 dagen vooruit.

NAO-index
De NAO-index is afkorting van de zogeheten Noord-Atlantische Oscillatie-index en geeft het verschil aan tussen de luchtdruk in het gebied van IJsland en Groenland aan de ene kant en het zeegebied rond de Azoren aan de andere kant. Er wordt gesproken van een ofwel negatieve, neutrale of positieve index. Bij een positieve index is de luchtdruk in de noordelijke streken relatief laag en rond de 40e breedtegraad relatief hoog. Dit biedt ruimte voor een westelijke stroming op het noordelijk halfrond. Bij een negatieve index is dat juist omgekeerd; hoge luchtdruk boven de noordelijke streken en lage luchtdruk in de zuidelijke contreien. Voor Nederland betekent dit meestal winden uit richtingen tussen noordwest en oost. In de grafiek hiernaast is duidelijk te zien dat we gedurende de afgelopen maanden een behoorlijk negatieve index hebben gehad, resulterend in vaak noordoostelijke en koude winden bij ons, maar sinds 16 april is de index (sterk) positief. Dit betekent dus niet automatisch een sterke weststroming in Nederland....

Bron: MeteoConsult, NASA, Spaceweather.com,