Ook koude noordooster wordt vanzelf warmer

Wat er zou gebeuren als het huidige stromingspatroon nog de hele lente zou aanhouden.

De winter loopt dit jaar door tot in de lente. Dat komt door een uitzonderlijke luchtdrukverdeling boven het noordelijk halfrond. Deze is zeer hardnekkig. Er zijn aanwijzingen dat later deze aprilmaand echt veranderingen gaan optreden in het stromingspatroon. De laatste weken leren ons echter dat de huidige constellatie zeer moeilijk te doorbreken is. Daarom buigen we ons vandaag over de vraag: wat nu als er helemaal niets verandert aan de luchtdrukverhoudingen? Hoe zou onze lente zich dan verder ontwikkelen? We concentreren ons daarbij op de meest extreme weerkaart van de afgelopen periode, namelijk die van vorig weekend toen onze luchtsoort vrijwel rechtstreeks afkomstig was van Nova Zembla.

Enigszins hypothetisch
Deze vraag is overigens enigszins hypothetisch, omdat met het in de loop van het voorjaar steeds hoger komen van de zon de temperatuurverhoudingen tussen noord, zuid, zee en land veranderen. Deze wijzigingen veroorzaken ook vanzelf weer aanpassingen in het stromingspatroon. Helemaal hetzelfde zal het stromingspatroon dus sowieso niet blijven. Maar hardnekkige varianten op het huidige thema met aan aanhoudende noordoostelijke grondwind zijn weerkundig zeker mogelijk en vooral ook voor deze lente zeker niet helemaal uitgesloten (voor de liefhebbers is tegen betaling een uitgebreide achtergrondanalyse met verwachting tot bijna eind april gisteren vers ingesproken onder optie 6 van de Weerlijn te beluisteren).

Aanvoer van boven het Noordpoolgebied
Goed. We gaan er nu dus wel even vanuit dat er helemaal niets verandert aan het stromingspatroon. Dat we de rest van de lente met hardnekkige noordoostenwinden te maken houden. Met daarbij als brongebied het noordwesten van Rusland, Scandinavië, of zoals we de laatste tijd soms ook wel hebben gehad zelfs van boven nog iets noordelijker gelegen streken. Dat langs de flanken van een enorm hogedrukgebied boven een deel van het Noordpoolgebied, met uitlopers tot boven Scandinavië of de Britse eilanden.

Vaak zon, wel fris
Om te beginnen zou de stroming uit die hoek lucht met een lage luchtvochtigheid blijven aanvoeren. Dat betekent dat er vaak behoorlijk wat ruimte is voor zon, ook in de regio’s die de luchtstroom passeert op haar weg naar onze omgeving. Met het lengen van de dagen en het korter worden van de nachten zal dit vanzelf meer en meer een opwarmend effect met zich mee brengen. Hoe gek het misschien ook klinkt, vorig weekend was dat al te merken. De lucht die toen over ons land uitstroomde, was 72 uur daarvoor van bij Nova Zembla vertrokken en dus met een enorme vaart onze kant op gekomen, met in Nederland enige tijd 5 tot 8 Bft uit het oosten tot noordoosten. Een extreme situatie die zelden voorkomt. Toch was de lucht in haar kortdurende weg naar het zuiden al behoorlijk opgewarmd. Op het 850 hPa drukvlak (op circa 1500 meter hoogte, een representatief niveau waarop de temperatuur niet of nauwelijks wordt beïnvloed door dag- of nacht en het al dan niet aanwezig zijn van bewolking) lag de temperatuur van de lucht bij ons alweer zo’n 10 graden hoger dan toen ze 3 dagen eerder bij Nova Zembla was vertrokken. Het eindeffect in Nederland op reguliere meethoogte was dat in plaats van maximumtemperaturen van 5 tot 10 graden onder nul, het kwik op veel plaatsen nog rond of iets boven het vriespunt uitkwam, zij het niet van harte.

Springen we even een maand vooruit, naar eind april, dan is het ook bij Nova Zembla weer minder koud, doordat de zon ook daar de opwarming op weg naar de zomer verder op gang heeft gebracht. Een vergelijkbare extreme luchtaanvoer als vorig week zou bij ons op basis van een grove schatting op het 850 hPa drukvlak een temperatuur rond -8 opleveren. Een langs scherende storing zou zo maar nog een keer sneeuw kunnen brengen. Sneeuw die tijdens de nacht en vroege ochtend zou kunnen blijven liggen. Het grootste deel van de tijd is het echter droog en schijnt de zon geregeld. Met een dergelijke uitzonderlijk lage bovenluchttemperatuur kom je daarbij rond 5 graden uit overdag. Gezien de doorstaande noordoostenwind, koelt het tijdens de nacht niet verder af dan tot hooguit een fractie onder nul. Als net als de voorbije week in de dagen na de winderige inval van de  kou de wind wat afneemt,  komen de nachttemperaturen nog wat lager uit en is lokaal matige vorst mogelijk. In de middag kan – mede doordat de bovenlucht langzaam iets opwarmt door het effect van de hoogstaande zon – het kwik naar ruim 10 graden oplopen. Overigens is dat nog altijd een graad of 5 onder het klimatologische gemiddelde (eind april zo’n 16 graden). Toch zal het lentegevoel ’s middags dan wel echt op gang komen, zeker door de scherpe zonneschijn.

Laten we nog een maand vooruit stappen, naar eind mei, vlak voor de afsluiting van de weerkundige lente. Dan zal het kwik bij een dergelijke hypothetische luchtdrukverhouding bij stralende zonneschijn en helderblauwe luchten overdag eerst (als het nog met 5 tot 8 Bft waait) op ruim 10 graden uitkomen.  Als de wind later weer wat afgenomen is, naar 2 tot 4 Bft uiteindelijk, zal de temperatuur met de zonneschijn, maar ook geholpen door een gortdroge ondergrond tot tegen 15 graden oplopen. Daarbij is er in de nacht op beschutte plekken nog vorst aan de grond. Dat betekent nog altijd temperaturen onder de klimatologische norm (voor de maximumtemperatuur is die dan 19 graden), maar als je dan uit de wind en in de dan al bijna richting haar hoogste punt gaande zon gaat zitten, zal het echt behoorlijk warm aanvoelen.

Kortom: in een aanhoudend hardnekkig stromingspatroon met aanhoudende noordoostelijke luchtaanvoer zou ‘lekker’ lenteweer er vanzelf wel komen. Het duurt alleen even. En de echte warmte zal toch echt vanuit een andere hoek moeten aangevoerd. Wel zou door de lage luchtvochtigheid die met noordoostelijke winden in het voorjaar gepaard gaan, de zon vrijwel onafgebroken aanwezig zijn en de (broodnodige) regen niet of nauwelijks.

Bron: Meteo Consult