Noordpool en onze kou

Kan het zo zijn dat onze koude lente verband houdt met het opwarmen van de Noordpool?

Dat we een zeer bijzondere fase van de ontluikende lente meemaken is iedereen duidelijk. Misschien gaat het sowieso te ver om het woord lente in de mond te nemen. De derde decade van maart is sinds tenminste 1901 niet eerder zo koud geweest. Het stokoude  record van 1922, met een gemiddelde temperatuur van 1.2 graden voor de derde decade, wordt welhaast verpulverd. Nu komen we uit op circa 0.7 graden. Dat noemen we zondermeer winter. Sterker nog, dat zou zelfs voor bijvoorbeeld de derde decade van december of januari nog duidelijk te koud zijn!

Records
De andere vier jaren in de top 5 zijn ook allen van lang vervlogen tijden. Het gaat achtereenvolgens om de jaren 1919, 1906, 1901 en 1917. De maand als geheel wordt uiteraard ook erg koud, maar een record wordt het niet. We komen uit op circa 2.6 graden. Dat is in ieder geval goed voor de koudste maartmaand vanaf 1987. Dat jaar, 1987, was het jaar waarin het noordoosten werd geteisterd door de zogeheten ijzelramp. Ook in andere landen in Europa kampt men met extreme kou.  Onder meer Frankrijk , Engeland, Schotland en delen van Ierland werden getroffen door heuse sneeuwstormen.  Overigens kregen België en onze zuidelijke provincies daar ook wat van mee. Ook in Amerika klaagt men steen en been over het steenkoude weer.

Klimaatverandering
Is dit extreme weer gewoon geheel toevallig een koude fase of is er meer aan de hand. Gaat het om een normale uiting van ons grillige lenteklimaat, of kan hier sprake zijn van een aanwijzing dat het wereldwijde klimaat verandert.  Dat het klimaat op aarde verandert is onomstotelijk vast te stellen. De aarde warmt op. Als gevolg daarvan zien we neerslagpatronen op aarde veranderen. Extremere neerslag wereldwijd behoort tot de algemeen geaccepteerde gevolgen van een opwarmende aarde. Dat is op zich ook niet verwonderlijk. Helemaal los van andere circulatiepatronen betekent een hogere temperatuur in principe ook meer verdamping. En daarmee in potentie ook meer neerslag. Niet overal uiteraard. In kurkdroge gebieden kan het warmer zijn, maar door minimale verdamping hoeft dat daar beslist niet tot meer regen te leiden. Was het maar waar.

Poolijs
Wetenschappers wijzen op de grote veranderingen die zich op de Noordpool voltrekken als mogelijke oorzaak van het extremer worden van het weer. Misschien dat de huidige koudegolf verband houdt met het smelten van het Poolijs.  Het zee-ijs bereikt de laatste jaren een steeds dieper minimum in de loop van het zomerhalfjaar. Het kan niet anders dat dat gevolgen heeft voor de atmosfeer en de stromingen en weersystemen die het weer bepalen. Het zeer plausibele idee is, dat er in zomer en najaar in het poolgebied veel meer warmte en vocht in de atmosfeer wordt gepompt in vergelijking met vroegere jaren. Dat zou de straalstroom, zeer bepalend voor het weer tot op onze gematigde breedten en zelfs verder zuidwaarts, kunnen beïnvloeden. 

Nieuw record?
Overigens roept dit ook direct vragen op. Want nu is het eind maart, en is de situatie men minimale ijsbedekking al maanden achter de rug en tijdelijk afwezig. Het ijs is net weer begonnen met de fase van het afsmelten, maar er ligt in vergelijking met de (na)zomer schijnbaar haast ouderwets veel ijs. Schijnbaar, want de oppervlakte mag wel redelijk zijn, de dikte is dat zeker niet. Nu al wordt vermoed, dat 2013 weer afstevent op extreme smelt en mogelijk alweer nieuwe ijsminimum-records.

Straalstroom
Terug naar die straalstroom. Min of meer normaal voor onze omgeving is een weertype dat gematigd kan worden genoemd door een overheersende windrichting uit westelijke richting. De straalstroom loopt van west naar oost over de Oceaan. Er zitten bochten in, maar in het algemeen is er toch sprake van een component van west naar oost. Wat we nu zien, is dat de straalstroom een zuidelijke positie heeft ingenomen, min of meer gericht op het Middellandse Zeegebied. Ten noorden ervan zien we grote lussen en bochten in het stromingspatroon op grotere hoogte. Aan de grond zien we persistente hogedrukgebieden, in het poolgebied, boven Groenland en ook geregeld boven de Noorse Zee of Scandinavië. Dat alles veroorzaakt bij ons een stroming uit noordelijke tot oostelijke richting. Daarmee kan koude lucht er steeds maar weer in slagen om onze contreien te bereiken en te plagen.

Zon
Een einde van dit stromingspatroon is simpelweg niet in zicht. De oostenwind kan nog weken het weer blijven bepalen. Schrale troost is wel, dat een oostenwind uiteindelijk ook warmere lucht kan aanvoeren. Bovendien levert een oostelijke wind gemiddeld gesproken in het zomerhalfjaar wel vaker en zonnig weertype op. En dat is natuurlijk heel mooi meegenomen en dat verzacht sowieso de kou een beetje.

Bron: Meteo Consult