Verwachte zachte winter werd vrij koud

Wat is er uitgekomen van de in september gedane winterverwachting? We bekijken het nu.

Nog een dag en dan zit voor meteorologen de winter van 2013 erop. Het is een vrij koude winter geweest. Op de meeste plaatsen in Nederland komt de gemiddelde wintertemperatuur ongeveer een halve graad onder het langjarige gemiddelde uit. Opvallend was het grote aantal sneeuwdagen, het net missen van een koudegolf in januari en de drie erg zachte weken die we vanaf de kerstperiode hadden.

Al jarenlang maken we bij Meteo Consult in de herfst een verwachting voor de naderende winter. Zoals altijd, het is in ons grillige klimaat niet eenvoudig om een betrouwbare seizoensverwachting te maken, was het een lastige. Duidelijke signalen ontbraken. We kwamen uit op een kans van 60 procent op een zachte, wisselvallige winter en een kans van 40 procent op winter die normaal of te koud zou zijn, met in dat geval behoorlijk wat sneeuwval.

NAO-index
Een factor die de afgelopen jaren van grote invloed is geweest op het weer gedurende de winters en die af en toe ook met succes kon worden verwacht, is de NAO-index; een index die het verschil in luchtdruk weergeeft tussen IJsland en het Azorengebied. Een negatieve index staat voor relatief hoge druk in het noorden, relatief lage druk in het zuiden en een relatief grote kans op het in ons deel van Europa optreden van koude luchtstromingen uit richtingen tussen noord en oost, met daarbij ook het regelmatig optreden van sneeuwval. Een positieve NAO-index staat voor relatief lage druk in het noorden en relatief hoge druk in het zuiden. Een zachtere westelijke stroming is dan meestal dominant met het daarbij horende vaak wisselvallige weer.

In september was de verwachting dat de NAO-index gedurende de herfst in grote lijnen negatief zou blijven. Dat is ook gebeurd. De deskundigen van World Climate Service, op wier gegevens we onze seizoensverwachting onder meer baseren, verwachtten hierna voor de wintermaanden een overwegend positie NAO-index, met in Europa een overgang naar zacht en wisselvallig weer met duidelijk boven normale temperaturen. De werkelijkheid was dat de NAO-index gedurende de eerste helft van december nog negatief bleef, met in onze omgeving in het algemeen beneden normale temperaturen. Het sneeuwde meer dan eens. Veel mensen weten zich de sneeuwval van 6 en 7 december nog wel te herinneren, toen het vooral in Midden-Nederland sneeuwde.

Stratosfeer
De verlenging van de negatieve fase in de NAO-index had te maken met het opbreken van de bel met bovenluchtkou, die in de stratosfeer op een hoogte van 15 a 20 kilometer normaal boven de Noordpool aanwezig is. Een deel verdween naar Siberië, een ander deel naar Canada. Er tussenin wurmde zich een hogedrukgebied in de regio IJsland/Groenland en dat hield de wind bij ons in het noorden. De bovenlucht was daardoor koud en het weer geregeld winters.

In de tweede helft van december werden de bordjes verhangen. De NAO-index sloeg om naar positieve waarden, een westcirculatie veroverde West-Europa, de temperaturen gingen ver omhoog en het werd een stuk wisselvalliger. Door de snelle smelt van de sneeuw in het Duitse laagland, de middelgebergten en de Alpen in combinatie met veel regen in onze omgeving stegen de rivieren behoorlijk en werd het in Nederland erg nat. Dit natte weer hield ook een belangrijk deel van de eerste helft van januari aan. Het was de zachtste fase van de winter. Zelfs een van de zachtste fases van ongeveer drie weken die we überhaupt in een winter hebben gehad.

Andere signalen
Weer terug naar de verwachting, zoals we die in september al opstelden. Behalve het signaal van een positieve NAO-index gedurende de wintermaanden, waren er weinig andere factoren waarop we een verwachting konden baseren. Verdelingen van zeewatertemperaturen op de noordelijke delen van de Atlantische Oceaan en van de Grote Oceaan konden een rol spelen, maar die signalen waren zwak. De PDO-index, een maat voor de verdeling van zeewatertemperaturen op het deel van de Grote Oceaan voor de Amerikaanse westkust, leek weer negatief te worden, gedurende onze winter, maar niet sterk. Aan de andere kant was er een zwakke El Niño, een warmere dan normale zeestroom langs de evenaar tussen het westen van Peru en het oosten van Indonesië. Volgens de mensen van WCS zouden de invloeden van El Niño en die van de verwachte negatieve PDO-index op het weer bij ons, elkaar ongeveer teniet doen, dus het signaal ervan totaal wegvallen. Daarbij was de verwachting dat het zeer warme zeewater, dat de laatste jaren steeds bij Groenland terug te vinden is, aanwezig zou blijven, al werd wel een daling van de watertemperaturen verwacht. En dus een minder grote invloed op ons weer.

Zachte winter verwacht
Alles plussend en minnend kwam WCS zo op de verwachting uit dat Europa, vooral op basis van de verwachte positieve NAO-index, een zachte winter tegemoet zou kunnen zien, met een vrij sterke westcirculatie, wisselvallig weer en hogere dan normale temperaturen.

Wijzelf hebben er nog een paar ervaringen vanuit het verleden aan toegevoegd, beide gesignaleerd door mensen van het ECWMF, het Europees Centrum voor middellange termijn verwachtingen. Die denken een verband te hebben gevonden tussen de aanwezigheid van het warme water in de zeeën rond Groenland en het daar gemakkelijker dan anders voorkomen van een hogedrukgebied. Verder lijkt er een verband te zijn tussen het optreden van een zwakke tot matige El Niño en het voorkomen van een plotselinge opwarming van de stratosfeer boven de Noordpool, gedurende de winter. Zo’n opwarming kan juist tot het optreden van kouder weer leiden tijdens de wintermaanden, omdat de straalstroom erdoor verzwakt wordt. Er zijn meerdere voorbeelden van bekend. Verder was er enkele jaren geleden nog een onderzoek naar het verband tussen de afwezigheid van zeeijs in het gebied van de Barentszzee en het optreden van koude perioden in de wintermaanden. Ook deze winter was de ijsbedekking daar weer gering.

Kans op koude winter 40 procent
Het bracht ons ertoe de kans op zachte winter, zoals door de mensen van WCS beschreven op 60 procent te zetten en de kans op een normale of koudere dan normale winter met veel sneeuw op 40 procent. Hadden we maar het omgekeerde gedaan… Die laatste optie bleek de juiste.

Veel van wat de mensen van WCS voor de afgelopen winter verwachtten, kwam uit. Na eerst nog negatief te zijn gebleven gedurende de eerste helft van december, was de NOA-index tijdens de rest van de wintermaanden (licht) positief. De PDO-index op de Grote Oceaan werd (licht) negatief. Verder liepen de temperaturen van het zeewater in de zeeën rond Groenland duidelijk terug, maar bleven boven normaal. De El Niño langs de evenaar in het zeegebied tussen Peru en Indonesië liep af, maar de plotselinge opwarming van de stratosfeer boven de Noordpool kwam er wel en bleek uiteindelijk bepalend voor het verdere verloop van de winter.

Westcirculatie liep vast
Al vrij snel in januari liep de westcirculatie weer vast. Onder invloed van een hogedrukgebied boven de poolgebieden kwamen koude bovenluchten weer ver naar het zuiden. De koudste periode van deze winter brak aan. In De Bilt vroor het 12 dagen op rij en kwam het net niet tot een koudegolf. Er miste een nacht met strenge vorst. Regionaal werden wel koudegolven geregistreerd. Opvallend koud was het een aantal nachten in Zeeuws-Vlaanderen. Opnieuw veel op veel plaatsen diverse keren sneeuw en voor de vijfde opeenvolgende winter kon het Nederlands kampioenschap Marathonschaatsen op natuurijs worden gehouden. En ook in de bijna voorbij februarimaand kwam het nog tot twee winterse perioden, ook met sneeuw.

AO-index was drijvende kracht
Uiteindelijk was het niet de NAO-index, maar de AO-index (Arctische Oscillatie) – een maat voor de drukverdeling in de poolgebieden – de drijvende kracht achter de winter in Nederland, overigens net als vorig jaar. Deze AO-index was een belangrijk deel van de winter behoorlijk negatief, ten teken van de aanwezigheid van een hogedrukgebied boven de poolgebieden, en remde de straalstroom meer dan eens sterk af. En zo zijn we toch op een vrij koude winter uitgekomen, zonder overigens de spectaculaire kou die we in de winter van vorig jaar gedurende twee weken hadden. Maar vorig jaar hadden we ook veel langer zacht weer.

Bron: Meteo Consult, WCS.