Wolken of zon?

De komende week blijft het rustig en meest droog. Wordt het een grijze of een zonnige week?

Er is een rustige en droge herfstweer in het vooruitzicht. Maar of het een zonnige of grijze week wordt, is onzeker. Lage grijze wolken of mist (wolken op de grond) ontstaan in de nacht en vroege ochtend en kunnen in deze tijd van het jaar zeer hardnekkig zijn. Vanochtend was er in Zeeland sprake van mist (met zichten onder de 200 meter), elders in ons land was er sprake van laaghangende bewolking. In het noorden en in het zuiden van Limburg hadden ze geluk, daar scheen de zon.  Gelukkig loste de mist in Zeeland vandaag op en brak vanmiddag op meer plaatsen het novemberzonnetje door.

Rustige en droge week

Uitlopers van het Azoren hogedrukgebied trekken de komende dagen het Europese continent op, positioneren zich boven het het oosten van Europa en houden storingen met regen bij ons op afstand. Alleen komende nacht veroorzaakt een zwak warmtefront in de noordwestelijke helft van ons land een beetje lichte regen. Lagedrukgebieden zoeken een weg naar Noord-Europa (vooral de Noorse kust is deze week gevoelig voor neerslag) en Zuid-Europa (boven het westelijk deel van de Middellandse zee ontstaan boven relatief warm zeewater flinke herfstbuien). In het weekeinde probeert een niet al te actieve storing het rustige en droge weer te verstoren. Misschien valt er dan een beetje lichte regen.  Volgens het ECMWF model ( 00 uur run) probeert een nieuwe cel van het Azoren hogedrukgebied na het weekeinde opnieuw grip te krijgen op het weer in ons land.  Door de invloed van de hogedrukgebieden is komende week, en misschien ook volgende week, rustig en overwegend droog. Een hogedrukgebied in de buurt staat echter niet altijd garant voor zonnig weer in november. Vochtige lucht in combinatie met weinig wind en een zon die zijn kracht verliest, zijn factoren die het weer van zonnig in grijs kunnen laten veranderen.

Hogedrukgebieden zijn broedplaatsen voor mist

Hogedrukgebieden zijn uitstekende broedplaatsen voor mist. Ze gaan vaak vergezeld van een heldere hemel en weinig wind, een ideale uitgangssituatie voor een sterke nachtelijke uitstraling. Bovendien is bij hogedrukgebieden vaak een zogeheten inversie aanwezig, een laag in de atmosfeer waar de temperatuur toeneemt met de hoogte. Deze laag maakt uitwisseling tussen de luchtlagen eronder en erboven vrijwel onmogelijk. Het weer speelt zich onder die omstandigheden af in de onderste paar honderd meter van de dampkring. Deze laag wordt door verdamping, verkeer, verwarming van huizen en gebouwen en industriële processen steeds vochtiger en vuiler; soms vormt zich zogeheten smog. Vooral in de late herfst en in de winter spelen inversies bij het optreden van mist een belangrijke rol. In het zomerseizoen kunnen in hogedruksituaties lokale mistbanken op. Na zonsopkomst verdwijnen ze snel door de kracht van de zon.  In het najaar geeft de aanwezigheid van een hogedrukgebied vaak aanleiding tot mist die zich heel lang, soms de hele dag of zelfs dagenlang, kan handhaven.

Vochtige of droge lucht

Niet elk hogedrukgebied gaat van mist vergezeld. Als het hogedrukgebied uit het zuidwesten van de Oceaan af komt, is het gevuld met vrij vochtige subtropische lucht. Boven land ontstaat bij zo'n hogedrukgebied bij heldere hemel door de nachtelijke afkoeling dan bijna altijd mist. Blijft het hogedrukgebied in de buurt, dan kan de mist zich dagenlang handhaven. Een hogedrukgebied dat daarentegen komt aanzetten uit Rusland of Scandinavië, bevat vaak veel drogere lucht en de kans op mist is dan kleiner. Wel kan er, als het hogedrukgebied enkele dagen in de buurt blijft, na een paar dagen mist ontstaan door steeds verdere afkoeling van de lucht en door het toenemen van de luchtvochtigheid door verdamping. Mist kan ook worden aangevoerd. Advectieve mist ontstaat geregeld in het najaar als er een hogedrukgebied boven de Britse Eilanden ligt. De noordenwind die dan waait, voert koude polaire lucht aan, die boven de nog warme Noordzee steeds vochtiger wordt. Dat vocht blijft in de onderste laag opgesloten en de hoeveelheid vocht neemt steeds verder toe. Het wordt vooral in de kustgebieden steeds mistiger. Aan mistsituaties veroorzaakt door hogedrukgebieden in het mistseizoen, komt pas een einde als de hogedrukgebieden wegtrekken en plaats maken voor storingen waarachter een andere (drogere) luchtsoort binnenkomt.

Mist of laaghangende bewolking

Onder gunstige omstandigheden (weinig of geen bewolking en een heel zwakke wind) koelt de lucht in de avond en nacht af en stijgt de luchtvochtigheid tot 100% of meer. De atmosfeer verdraagt een hogere luchtvochtigheid dan 100% maar moeilijk en zoekt als het ware een uitweg om het teveel aan vocht kwijt te raken. Dat kan met behulp van aerosolen, hele kleine deeltjes 'stof' in de atmosfeer. Deze deeltjes dienen dan als kernen waarop het vocht zich in de vorm van heel kleine druppeltjes kan afzetten, de waterdamp uit de lucht condenseert. Gebeurt dit op uitgebreide schaal met veel kleine druppeltjes per oppervlakte-eenheid dan spreken we van nevel. Ons oog kan voorwerpen herkennen omdat de lichtstralen die ervan af komen op ons oog vallen. Bij mist worden de lichtstralen door de vele druppeltjes verstrooid naar alle richtingen en bereiken onze ogen niet. We spreken van mist als voorwerpen of lampen op een afstand van 1000 meter niet meer zichtbaar zijn. Behalve vochtige lucht, weinig wind, een onbewolkte hemel en veel aerosolen is de stand van de zon van belang. In het winterhalfjaar is de kracht van de boven het zuidelijk halfrond staande zon flink afgenomen en de daglengte aanmerkelijk korter. De atmosfeer kan daardoor over een langere periode afkoelen. Ook dat proces draagt bij tot de vorming van mist. Mist is typisch een verschijnsel met grote regionale verschillen. Zelfs als het hele land door de mist bedekt is, zal het zicht op de ene plek een stuk beter kunnen zijn dan op de andere. Daarom is het ook lastig om goede representatieve metingen te doen van het zicht. Zo is het zicht in de buurt van snelwegen vaak wat beter dan daarbuiten doordat auto's warmte en wervelingen produceren die de mist een beetje doen oplossen. Het verwachten van mist is erg moeilijk. De momenten van ontstaan en oplossen hangen van zoveel (lokale) factoren af dat het heel lastig is om een goede mistverwachting te maken. Laaghangende bewolking is een mistlaag op 100 tot 200 meter boven de grond. Het bovenste deel van objecten, zoals flatgebouwen of torens gaan vaak schuil in de “mistlaag”. De laaghangende bewolking ontstaat meestal uit mist die zich door afkoeling aan het aardoppervlak vormt. In de loop van de dag wordt de onderste laag van de atmosfeer verwarmd door de weinige zon die door de bewolking doordringt. Daardoor zal de mistlaag iets omhoog worden getild, waardoor het zicht aan de grond verbetert, maar het op een paar honderd meter hoogte mistig blijft. Ook door een toename van de wind kan mist overgaan in laaghangende bewolking. Vooral in het najaar en de winter heeft de zon in de regel te weinig kracht om de mistlaag op te lossen. Als de weersomstandigheden nauwelijks veranderen en er weinig wind blijft, kan de laaghangende bewolking zich dan geruime tijd handhaven. Het is dan grijs en somber weer, omdat de bewolking het zonlicht slecht doorlaat. Tegen zonsondergang, wanneer de kracht van de zon weer afneemt en de temperatuur weer begint te dalen, zakt de lage bewolking geleidelijk weer naar het aardoppervlak waardoor het ook aan de grond weer mistig wordt. Het tijdstip waarop mist overgaat in laaghangende bewolking of omgekeerd is moeilijk precies aan te geven. Bovendien kan dat behalve door het weer ook door plaatselijke omstandigheden, zoals hoogteverschillen in het landschap of lokale temperatuurverschillen, van plaats tot plaats verschillen.

Woensdag zon?

Na passage van een zwak warmtefront  blijft het dinsdag op veel plaatsen bewolkt. In de loop van de dag breekt vanuit het zuiden de zon door. Met een van zuid naar oost draaiende wind wordt rondom een hogedrukgebied boven Polen (1036 hPa) in de nacht naar woensdag droge lucht aangevoerd. Door de aanvoer van deze droge lucht uit Oost-Europa blijven mistkansen ondanks forse afkoeling klein. Donderdag en vrijdag verplaatst het zwaartepunt van het hogedrukgebied zich naar het zuiden van Zweden.  Droge oostenwinden draaien naar een zuidelijke richting. Net zoals afgelopen nacht wordt er dan weer wat vochtigere lucht aangveoerd en neemt de kans op mist in de rustige nachten van naar donderdag en vrijdag weer toe. Afhankelijk van de windsterkte en de zon gaat mist donderdag en vrijdag overdag over in laaghangende bewolking. Of de zon er in de loop van de dag bij gaat komen, is moeilijk in te schatten.

Bronnen: Meteo Consult, Kees Floor, KNMI