Wat voor winter wordt het?

Zijn er signalen voor de komende winter? We gaan op zoek.

Nu de winter dichterbij komt en we na een heldere nacht ‘s ochtends af en toe weer de autoruiten moeten krabben, begint het ook onder de Nederlanders die op winterweer hopen (en dat zijn er elk jaar toch best veel) langzaam weer te kriebelen.

Wordt het voor het vijfde opeenvolgende jaar een winter met daarin een langere periode met echt winterweer, of krijgen we weer eens een zachte, Hollandse winter zonder winterweer van betekenis? Elk jaar weer wagen velen zich aan het maken van een verwachting.

Hoge- en lagedrukgebieden bepalen bij ons waar de wind vandaan komt. De lagedrukgebieden volgen de straalstroom die in een normale winter ten noorden van Nederland ligt, hogedrukgebieden horen in ons deel van de wereld in het zeegebied bij de Azoren te liggen. Zolang dat zo is, is het moeilijk om de winter langer naar Nederland te krijgen.

Winter op twee manieren
Langere perioden met winterweer van betekenis krijg je grofweg op twee manieren. Stijgt de luchtdruk boven Scandinavië (omdat zich daar een hogedrukgebied opbouwt, of omdat het in de winter altijd aanwezige Siberische hogedrukgebied zich westwaarts uitbreidt, zoals dit jaar in februari gebeurde), dan kan de wind in onze omgeving naar oostelijke richtingen draaien. Koude, droge lucht bereikt ons land op die manier vanuit het oosten en we beginnen aan een periode met droge vorst. De kansen op een sneeuwdek zijn op dat moment relatief klein.

Een andere optie is, en dat is vooral de laatste jaren vaak gebeurd, dat de straalstroom zich naar het zuiden verplaatst. Vaak gebeurt dat aan de oostflank van een hogedrukgebied dat zich van de centrale delen van de oceaan tot in het zeegebied in de buurt van IJsland/Groenland opbouwt. De noordelijke winden aan de oostflank van die hogedrukzone brengen koude lucht vanuit het poolgebied naar het zuiden, aan de zuidkant voorafgegaan door de straalstroom die in de hogere etages van de atmosfeer de grens vormt tussen die oprukkende koude lucht enerzijds en de warme lucht aan de zuidkant daarvan, anderzijds. Die straalstroom komt dan naar het zuiden.

Het koudere weer, dat we in dat geval in Nederland krijgen, kan ook tot winterse omstandigheden leiden, maar dan met vaker neerslag, als het echt koud is ook in de vorm van sneeuw. Vooral in de winter van 2009/2010 en in december 2010 hebben we deze variant gehad. Voor schaatsers is deze vorm van winterweer minder gunstig, Er ligt vaak sneeuw op het ijs en die houdt het ontstaan van een betrouwbare ijsvloer vaak tegen. De vorst van februari dit jaar begon zonder sneeuw van betekenis. Daarna vormde zich een mooie ijsvloer. Toen de sneeuw alsnog kwam, kon op veel plaatsen al geschaatst worden. Een Elfstedentocht zat er helaas niet in.

Moeilijk te voorzien
Het al dan niet ontstaan van een hogedrukgebied boven Scandinavië is moeilijk te voorzien. Ook op het moment dat het echt aan de orde is, blijken de meeste computermodellen het bij de berekening van dergelijke hogedrukgebieden langere tijd moeilijk te hebben. Het is dan ook een illusie maanden tevoren te voorzien of zo’n hogedrukgebied er komt. Dat is onbegonnen werk. De andere situatie, met een voorkeur voor hoge druk in het zeegebied van IJsland en Groenland, lijkt wel enig soelaas te bieden als het om het maken van seizoensverwachtingen gaat. Er is de laatste jaren veel onderzoek naar gedaan, vooral door de bijzondere winter van 2010.

Een getalletje, dat verraadt hoe het er met de drukverdeling boven de oceaan voorstaat, is de NAO-index. Is de luchtdruk bij IJsland relatief laag en bij de Azoren hoog, dan is dat getal positief. Is de luchtdruk bij IJsland relatief hoog en bij de Azoren laag, dan wordt dit getal negatief. Dit jaar is de NAO-index, met korte onderbrekingen, al lange tijd negatief. Met een telkens terugkerende voorkeur voor de opbouw van hogedrukgebieden in het noorden bij IJsland en Groenland en steeds weer opduikende lagedrukgebieden bij de Azoren. Vooral in Spanje en in Portugal, maar ook in Marokko hebben ze de laatste weken gemerkt wat dit betekent. Er is veel meer regen dan normaal gevallen. De stuwmeren zijn er nu al flink aan het stijgen, terwijl de winter nog moet komen. Ook deze week blijft het in die regio erg wisselvallig.

Bij ons een afwisseling
In Nederland zien we door de lage NAO-index de laatste maanden steeds afwisseling van perioden waarin het relatief koud is, met ook vrij koude bovenluchten en perioden waarin de wind langere tijden uit het zuiden waait, met in dat geval boven normale temperaturen. Echt winterweer is het nog niet geweest, maar het is ook nog maar november.


Qua aanloop naar de winter heeft het weerbeeld dit jaar wel wat weg van het weerbeeld dat we ook in de aanloop naar de winter van 2010 zagen. Ook toen hadden we een vaak negatieve NAO-index, die zich gedurende de wintermaanden uiteindelijk in versterkte mate doorzette. Het resulteerde in een koude winter met vaak sneeuw en niet eens zoveel schaatsijs. De grote vraag is nu of het dit jaar ook zo zal gaan. Er zijn wat dit betreft veel conflicterende signalen.

Tegengesteld
Kijken we bij voorbeeld naar de verwachting van de Engelse weerdienst (UKMO), dan lijkt die op misschien wel een soort van herhaling van de winter van 2010 aan te sturen. De winterverwachting van het Europese Centrum (ECMWF) is precies tegengesteld en gaat voor grote delen van Europa van sterk boven normale wintertemperaturen uit. Nederland zou dan aan de westrand van dit warme gebied terecht moeten komen. Beide opties zijn mogelijk, zelfs op basis van de Europese drukverdeling zoals we die de afgelopen steeds hebben gezien.

Andere fenomenen die op dit moment sterk hun stempel drukken op het weersverloop op het Noordelijk Halfrond zijn het veel warmere zeewater dan normaal in de oceaan tussen de VS en Europa en een bijzondere verdeling van koude en warme stukken zee op de Grote Oceaan tussen de VS en Azië. Samen met de lichte El Nino (een warme zeestroom langs de evenaar) die er nu is in het zeegebied tussen Peru en Indonesië, oefent elk van deze fenomenen z’n eigen invloed uit op de grootschalige drukverdeling in onze wijde omgeving. De grote vraag is hoe dit samenspel de komende maanden precies uitpakt. Het dubbeltje kan beide kanten uit vallen, zo lijkt het nu. In de verwachting voor de komende winter van Meteo Consult (te beluisteren via de weerlijn, 0900-9725 (60 ct/min), kies voor optie 8) staat dan ook dat we voorlopig uitgaan van een kans van 60 procent op een zachte, wisselvallige winter en een kans van 40 procent op een winter die normaal tot kouder dan normaal uitvalt. Over een paar maanden zullen we het echt weten.

Bron: Meteo Consult. Foto uitsnede voorpagina: Lida Verkade.