Moeilijk stromingspatroon

De atmosferische constellatie van dit moment is lastig. Er trekken gemakkelijk 'golven' in fronten.

In de hogere luchtlagen staat dit weekeinde een zuidwestelijke stroming, aan de grond varieert de wind tussen zuidoost, zuid en zuidwest. Dergelijke stromingspatronen zijn erg lastig. Niet alleen voor computermodellen, ook voor ons. Want, in dit soort situaties kunnen frontale systemen gemakkelijk iets anders doen dan wordt voorzien.

Zo ging het ook gisteren. De hele week al hadden wij een regenachtige zaterdag uitgezet. De modelberekeningen waren daarin uitermate consistent, waarbij de veroorzaker een regenzone zou zijn die vanuit Noord-Frankrijk over ons land zou schuiven. Afgelopen donderdag waren de verwachtingen dat het noorden niet in de gestage regenzone terecht zou komen, maar wel vanaf zee een aantal buien over zich heen zou krijgen.

Afijn, toen kwamen afgelopen vrijdag de kaarten successievelijk met een wat andere oplossing. Het front ten zuiden van ons zou zaterdag min of meer stationair blijven boven Noord- en Noordoost-Frankrijk, terwijl buien ’s ochtends boven het westen en noorden zouden hangen en ’s middags ook het land in zouden schuiven.

De zaterdag leek dus voor wat betreft neerslag landinwaarts heel wat droger uit te pakken dan we eerder in de week dachten. Maar, de atmosfeer besloot anders. Het werd toch een natte dag. Er sloeg toch een golf in het front ten zuiden van ons en vandaar dat ook het binnenland vanaf de ochtend al een aantal millimeters omlaag zag komen.

Wat zijn de moeilijkheden bij zuidelijke stromingen?
Bij westelijke winden, zowel aan de grond als hogerop, is de straalstroom vaak sterker dan tijdens een golvende straalstroom. En die golving/meandering, daar hebben we nu inderdaad (al tijden) mee te maken. Als een frontaal systeem vanaf de oceaan met behulp van westelijke winden hogerop, over West-Europa schuift, heeft zo’n front vaak vrij veel ‘push’. De straalstroom staat daarbij min of meer haaks op het front en kan zodoende het hele regengebied gemakkelijk onze kant op duwen.

Bij een zuidwest-noordoost georiënteerde straalstroom over Europa, zoals we nu hebben, ligt een front geregeld niet haaks op de bovenluchtstroming (niet haaks op de straalstroom), maar ligt min of meer gelijk aan de bovenluchtstroming. Daardoor wordt het front dus veel onduidelijker door die straalstroom aangestuurd/aangeduwd. De manieren waarop een front progressie maakt, hangt veel meer van subtiliteiten af dan bij een west-oost straalstroom.

Een front dat veel minder door de straalstroom wordt aangestuurd, kan gemakkelijk gaan zwabberen. Vergelijk het met een vlag in de wind. De vlag hangt precies in de windstroming en krijgt allemaal willekeurig ogende golvingen als 'ie wappert. Zo kun je ook een zwabberend front voor je geestesoog halen. Nu en dan slaat er een golf in, die vervolgens kan uitgroeien tot een klein lagedrukgebiedje of een apart frontje. Dat laatste is gisteren gebeurd. Eigenlijk trok er een front van zuid naar noordoost en onder andere door opglijding (nieuwe luchtsoort schuift over aanwezige luchtsoort en zorgt door het afkoelingsproces voor condensatie en neerslagvorming) is er op veel plekken 3 tot 5 millimeter gevallen

Bron: Meteo Consult, uitsnede foto voorpagina: Ditta Modderkolk