Wisselvallige zomer brengt gemoederen in beweging

De zomer is wisselvallig. Weersverwachtingen staan in het brandpunt van de aandacht.

De zomer gaat z’n belangrijkste fase in, die waarin de vakanties vallen. En het weer blijft onbetrouwbaar. Net als vorig jaar heerst wisselvalligheid en zijn vooral storingen weersbepalend. Steeds weer drijven buiengebieden over, maar niet altijd overal. Zoals vaak in dit soort periodes zijn er regio’s die de dans ontspringen, en dat soms meerdere dagen achter elkaar. Het vertrouwen in de weersverwachting neemt dan af.

Het verwachten van buien is een moeilijke tak van sport in de meteorologie. Neerslagverwachtingen, die er soms indrukwekkend kunnen uitzien, vertellen meestal niet het hele verhaal. De tombola van stijg- en daalbewegingen in de atmosfeer die bij buiensituaties uiteindelijk bepaalt waar de buien gaan vallen, hoe ze er uitzien, hoe zwaar ze zijn en ook de gebieden die er NIET mee te maken krijgen, wordt ook door het toeval gestuurd.

Zoveel als in z’n macht ligt, probeert de meteoroloog vat te krijgen op dat ingewikkelde proces. De technieken die ter beschikking staan om te bepalen welke gebieden, wanneer en in welke mate met de verwachte buien te maken krijgen, worden allemaal toegepast. En toch verrassen de buien elke keer weer, omdat zoals gezegd dat toeval in de buientombola ook zo’n grote rol speelt. Waardoor er dus gebieden zijn waar niets gebeurt, terwijl wel buien verwacht zijn. Tot grote frustratie van onder meer de toeristenbranche, die erg van het weer afhankelijk is.

Verwoorden onzekerheid
Op allerlei manieren proberen we die onzekerheid te verwoorden, zoals door te stellen dat het vooral droog zal zijn, dat er tussen de buien door ook veel ruimte is voor de zon, dat op iedere willekeurige plaats hooguit 1 of 2 buien zullen vallen, of door zelfs te proberen aan te geven vanaf wel tijdstip ze kunnen opdoemen, en dan bij voorkeur ook nog waar. Toch blijft die onzekerheid lastig om te hanteren, niet alleen voor de meteorologen zelf, maar ook voor de gebruikers van weerberichten die er af en toe hun dagplanning op willen baseren.

Het is de vloek van een wisselvallige zomer, zoals die van 2012 tot nu toe. Die komt na de voor wat het weer betreft ook al niet bijster betrouwbare zomer van 2011. Binnen de chaos is al minstens anderhalve maand lang wel duidelijk waar het wisselvallige weer in ons deel van Europa vandaan komt. Je hoeft het nieuws maar te analyseren. Als het een keer over zon en hitte gaat, dan komen die berichten of uit het oosten van de Verenigde Staten, of uit het zuidoosten en oosten van Europa. Gaat het om wisselvalligheid, overlast door buien, water en overstromingen, dan komen die berichten al wekenlang uit het westen van Europa en Scandinavië.

Daar zit een patroon in. Een patroon dat ook op de weerkaart van vandaag heel mooi terug te vinden is. Opvallend is de keten aan hogedrukgebieden die er al een tijdje is, zo vanaf IJsland om Groenland heen (boven Groenland wordt door het relatief koude weer daar op de ijskap bijna altijd een hogedrukgebied ingetekend) richting het Noordpoolgebied, en dan vooral het zeegebied aan de noordzijde van Canada en Alaska.

NAO-index en AO-index
Die hogedrukgebieden kun je ook terugvinden in het gedrag van twee indices die in het weer van alledag een belangrijke verklarende rol spelen. Beide indices, de AO-index die iets zegt over de drukverdeling in het Arctische gebied en de NAO-index, die iets zegt over de drukverdeling op ons deel van Atlantische Oceaan, nemen al sinds het einde van mei geregeld (AO-index) of voortdurend (NAO-index) een negatieve waarde aan. De NAO-index door de aanwezigheid van het hogedrukgebied bij IJsland, de AO-index door het hogedrukgebied in het Poolgebied.

Langgerekte hogedrukzone
Omdat nu feitelijk een langgerekte hogedrukzone bestaat van IJsland naar de Arctische Oceaan, noord van Canada en Alaska, kan koude lucht vanuit het Poolgebied aan de oostflank van die hogedrukzone met noordelijke en bij ons westelijke winden steeds weer tot het westen van Europa doordringen. In de hogere delen van de atmosfeer gebeurt hetzelfde, waardoor de straalstroom bij ons voor zomerbegrippen steeds onnatuurlijk zuidelijk ligt. En het is die straalstroom die ervoor zorgt dat het wisselvallige weer bij ons maar aanhoudt.

Boven het westen van de oceaan en geregeld ook het oosten van de VS waait aan de westflank van de hogedrukzone juist een zuidelijke wind die warme lucht naar het noorden stuwt, uiteindelijk helemaal het poolgebied in. Daar is het ijs, mede om die reden, dit jaar ook in recordtempo aan het smelten en moeten we nog zien wat we na de zomer overhouden. Verder zijn de terugkerende hittegolven in het oosten van de VS hiermee verklaard. Een andere warme tak ligt boven het zuidoosten en soms ook het oosten van Europa, waar aan de oostflank van de zone met lagedrukgebieden in onze omgeving ook geregeld een warme zuidenwind waait.

Alles hangt met elkaar samen
En zo hangt alles dus met elkaar samen. Komen we er nog uit, is dan de vraag? Kijken we naar de verwachtingen voor de twee indices, die we in dit verhaal hebben benoemd, dan zie we bij de Arctische variant, de AO-index dat het teken daar de komende tijd weleens naar positief zou kunnen omklappen. Wat misschien wel wijst op het (tijdelijk) verdwijnen van het hogedrukgebied in die regio. De NAO-index lijkt voorlopig nog negatief te blijven, dus zijn er nog geen echte aanwijzingen dat het in onze omgeving op termijn verandert. Bij een lage NAO-index hoort in de zomer nu eenmaal een uitzakking van lage druk, vooral in de hogere delen van de atmosfeer, en dan vaak net langs of over de westrand van Europa naar het zuiden.

Dit beeld wordt overigens bevestigd door de nieuwste pluimverwachtingen, zoals die ook op deze site te bekijken zijn. Die laten een voorlopig aanhouden van het wisselvallige weer zien, met temperaturen die in het algemeen lager dan normaal zijn voor de tijd van het jaar. Waarbij er volgende week ook best weleens een warmere dag met meer zon tussendoor kan zitten.

Bron: Meteo Consult.