De nieuwe norm voor mei.

Volgend jaar wordt de norm de periode 1981-2010. Wat voor verschillen heeft mei opgeleverd?

Dit jaar vergelijken we het opgetreden weerbeeld nog met de norm waarvoor de 30-jarige periode van 1971 t/m 2000 wordt genomen. Met het verstrijken van 2010, wordt echter geleidelijk de norm berekend, waarmee we vanaf volgend jaar zullen gaan vergelijken, namelijk de periode 1981 t/m 2010.

Eerder zijn al de opgetreden verschillen en overeenkomsten in de maanden januari t/m april besproken, maar nu is mei aan de beurt en binnenkort volgt juni. Net als de vorige keren concentreren wij ons op de temperatuur, neerslag en zonneschijn.

De temperatuur in mei.

De eerste vier maanden van het jaar laten een duidelijke opwarming zien, een bewijs dat ons klimaat warmer aan het worden is. Daarmee vertellen we niets nieuws. Hoe is dat beeld in mei? Juist dit jaar beleefden we de koudste meimaand uit zowel de nieuwe, als de oude 30-jarige reeks met in De Bilt een gemiddelde etmaaltemperatuur van 10,5 graden. Daarmee werd het langjarige gemiddelde op de valreep nog iets gedrukt, maar dat neemt niet weg dat ook in mei de temperatuur onverbiddelijk zijn weg omhoog heeft gezocht, zoals het kaartje hiernaast laat zien.

Voor de vijf hoofdstations (Den helder, Eelde, De Bilt, Vlissingen en Beek) is de gemiddelde temperatuur van de drie 30-jarige periodes 1961-1990; 1971-2000 en 1981-2010 weergegeven en vergeleken met 1961-1990. De stijging die tien jaar geleden al werd ingezet, is daarna zelfs nog iets sneller doorgegaan, met totale afwijkingen van 0,7 tot 1,0 graden. Wat destijds een gemiddelde meitemperatuur in Vlissingen was, wordt volgend jaar de norm voor Den Helder en hetzelfde gaat op als we De Bilt met Eelde vergelijken. Daarbij heeft de mate van opwarming zich in het zuiden van ons land nog een tikje heftiger voltrokken in vergelijk met het noorden van het land. In Beek is de afwijking een volle graad en te zien is dat vooral de koele meimaanden de afgelopen jaren hebben ontbroken, met als grote uitzondering mei 2010 dus. Als we de klimatologen mogen geloven, dan is het heel goed mogelijk dat we dit jaar de koudste mei van deze eeuw hebben beleefd!

Voor De Bilt hebben we de dagelijkse etmaaltemperaturen uit de periodes 1971-2000 en 1981-2010 vergeleken. Opnieuw is het opmerkelijk dat niet één dag onveranderd is gebleven. Drie dagen (17, 18 en 19 mei) zijn iets koeler geworden, maar de overige dagen iets, tot wat meer, warmer. Echt grote afwijkingen zijn ditmaal achterwege gebleven, de vijf dagen met de grootste afwijking naar boven zijn 0,9 graden warmer geworden en liggen verspreid over de maand verdeeld. Tellen we alle plussen en minnen op, dan is de maand als geheel in De Bilt 13,1 graaddagen warmer geworden en staat de teller van januari tot en met mei op 68,8 graaddagen in de plus, een flinke afwijking!

De neerslag in mei.

We hebben het al eerder gezegd, neerslag is een zeer grillig element en het voorkomen van een relatief natte of juist droge maand, kan het gemiddelde, zelfs over dertig jaar bekeken, behoorlijk doen schommelen. Hoe dan ook, de periode 1981-2010 is in vergelijk met het tijdvak 1971-2000 een tikje natter geworden, al zijn de verschillen klein. Zowel in absolute, als relatieve zin bezien, is het in Den Helder het meest natter geworden, procentueel zit de toename daar tussen 5 en 10%. Op diverse plekken in het binnenland is echter nauwelijks sprake van een toename, zoals in De Bilt. Hoeveel dat zegt, laat de grafiek duidelijk zien. De uiterste maandsommen sinds 1981 liggen meer dan 130 mm uiteen en verschillen daarmee meer dan het dubbele van de gemiddelde maandsom. Kijkend naar de maandsommen uit de jaren ’80 en begin jaren ’90, dan is de kans vrij groot dat het gemiddelde de komende jaren min of meer gelijk blijft of iets daalt. Rond 1990 zijn er echter een aantal droge meimaanden op rij geweest, zodat de kans groot is dat het lopende 30-jarige gemiddelde over acht tot dertien jaar opnieuw een stijgende tendens zal vertonen.

De zonneschijn in mei.

Ook in mei is het zo dat de kuststreken gemiddeld meer zonneschijn krijgen dan de gebieden diep landinwaarts. Dat zien we aan het aantal gemiddelde zonne-uren op de vijf hoofdstations ook duidelijk terug. Het verschil tussen Beek en Den Helder is aanzienlijk. Overal is mei wat zonniger geworden, maar die toename is langs de kust en in het noorden van het land groter in vergelijk met het binnenland en dan voor het zuidoosten. Stellen we de hoeveelheid zonneschijn in Beek op 100%, dan heeft Den Helder volgens de oude norm gemiddeld 18% meer zonneschijn dan Beek, maar in de nieuwe norm is dat verschil opgelopen naar 21%! In absolute zin is het verschil 40,3 zonuren, oftewel ruim één uur per dag dus. Het grappige feit doet zich dus voor dat Den Helder in mei zowel natter als zonniger is geworden!

Kijken we naar het aantal uren zonneschijn in Vlissingen gedurende de afgelopen dertig jaar, dan zien we dat sinds 1997 grote schommelingen eigenlijk achterwege zijn gebleven. Daarvoor traden zowel zeer zonnige, als extreem sombere meimaanden op. Vooral mei 1983 als 1984 bakten het wat dat betreft bruin. De kans is dan ook groot dat als over een paar jaar deze twee heel sombere maanden gaan afvallen, het gemiddelde een verdere stijging zal vertonen, waarna er wellicht een stagnatie zal optreden.

Samenvattend kan dus gesteld worden dat mei klimatologisch bezien in het hele land warmer is geworden en vooral in de kustprovincies ook zonniger. Hier en daar is de maand ook een tikje natter geworden, maar eigenlijk is het neerslagbeeld vooral grillig, waardoor een gemiddelde – zelfs over dertig jaar – hier minder zegt dan bij beide andere elementen.

Bronnen: Meteo Consult, KNMI, eigen archief. Foto voorpagina: Gerard Boukes.