Zeewindfront

Door een opstekende zeewind ontstaat er een gebied waarin gemakkelijk buien tot stand komen.

De zomer is in volle gang met veel zon en erg hoge middagtemperaturen. In het binnenland stijgt het kwik tot ruim boven 30 graden, lokaal zelfs tot 36 graden, maar ook in de kustgebieden warmt het snel op en is het soms tropisch heet. Op de stranden is het echter vaak een stuk aangenamer. Er is daar ten eerste sprake van verkoeling door het verdampen van het zeewater en bij erg warm weer zoals nu, steekt er ten tweede gemakkelijk een windje vanaf zee op. Het zeewater is momenteel een graad of 18 en dit resulteert op de stranden in de middag vaak in wat verkoeling. In een onstabiele situatie levert dit echter ook een soort front op, convergentielijn, waarin gemakkelijk buien ontstaan en al bestaande buien extra geactiveerd kunnen worden. Een zeewindfront.

Het verschil tussen de temperatuur boven het vasteland en het zeewater is op dit soort warme, zelfs hete dagen erg groot. Op enkele plekken bijna 20 graden! Aan de kust is dit verschil minder groot, maar met een zeewatertemperatuur van 18 graden en op dit moment, vrijdagmiddag, plaatselijk al bijna 35 graden langs de westkust, treedt ook hier een verschil op van 17 graden. Door dit grote temperatuurverschil heeft de wind bij het oplopen van de temperatuur in de middag vaak de neiging om langs de kust om te klappen en vanaf zee te gaan waaien.

Zeewind
Hiervoor moeten we misschien eerst even kort uitleggen hoe zeewind ongeveer tot stand komt. Door het grote temperatuurverschil tussen de lucht boven het zeewater en het vasteland ontstaan geleidelijk kleine luchtdrukverschillen. Warme lucht stijgt op, maar boven land zal de warme lucht verder stijgen dan boven het relatief koelere zeewater. Er ontstaat boven land dus als het ware een klein lagedrukgebied en boven zee vormt zich door ontbreken van stijgbewegingen daar een hogedrukgebiedje. Wind waait van hogedruk naar lagedruk en uiteindelijk stroomt de lucht dus vanaf zee richting het vasteland. De wind klapt op dat moment dus om, een windsprong, en zeewind is dan geboren.

Convergentielijn
Langs de kustlijn komt de wind vanaf dat moment dus vanaf zee en boven land blijft de wind uit tegengestelde richting waaien. Die luchtstromen botsten in de kuststrook dus als het ware tegen elkaar op en niet alleen krijg je dan geforceerd stijgende lucht, maar ook extra aanvoer van vocht vanaf zee. Op die lijn ontstaan dan ook gemakkelijk buien en door de extra optilling en het extra toegevoegde vocht kunnen de buien nog eens extra geactiveerd worden. Een lijn met buien ontstaat dan langs de kustlijn of wat dieper landinwaarts en we spreken dan van een zeewindfront.

Tot in het binnenland
Onder bepaalde omstandigheden kan zo’n zeewindfront tot diep landinwaarts doordringen. Soms zelfs tot voorbij het midden van het land. Vandaag, vrijdag, staat er weinig wind en bovendien komt de wind uit zuidelijke richting. Dat betekent dat de twee windrichtingen niet pal tegenover elkaar staan. Door weinig tegenwerking en de geringe kracht van de wind weet het front als het er eenmaal is dus gemakkelijk tot het vasteland door te dringen.

Onweersbuien
Vandaag zien we dit in de loop van de middag gebeuren. Met tropische waarden boven land tot op het strand en zeewatertemperaturen van een graad op 18, zal de wind geleidelijk gaan omklappen naar een westcomponent. Langs de kust ontstaan in de onstabiele lucht geleidelijk stapelwolken en uiteindelijk ook buien. De bellen met lucht zijn echter zo warm, dat ze als een speer stijgen.

Door turbulentie en sterke luchtstromingen in de bui, ontstaat een hoge concentratie elektrische lading. In de buienwolk stromen de sterk stijgende lucht en de dalende koude lucht met snelheden van soms meer dan 200 kilometer per uur langs elkaar heen en daarin worden ook elektrisch geladen deeltjes meegevoerd. De buienwolk wordt hierdoor ‘opgeladen’ en daardoor worden ontladingen mogelijk tussen twee wolken of tussen wolk en aarde. Dit leidt uiteindelijk tot het bekende gerommel en bliksem van een onweersbui.

Droogte
Met de huidige droogte is het echter niet verkeerd dat er een paar buien gaan vallen. De natuur heeft flink wat te lijden onder het neerslagtekort en mede door die droogte wordt het in ons land nu zo warm (lees hier meer over). Inmiddels is het doorlopend potentieel neerslagtekort opgelopen tot gemiddeld 200 millimeter. Er moet dus flink wat regen vallen om het tekort te doen terugdringen. We bevinden ons met deze getallen in de 5% droogste jaren.

Bronnen: Meteo Consult, KNMI