Duif strijdt om haar jongen

Een nieuwe golf met hitte rolt over Nederland. En in Valencia strijdt een duif om haar jongen.

Een nieuwe periode met warmte rolt deze dagen over Nederland. Brengt plezier en vertier, zeker voor al die mensen die nu vakantie hebben. Maar soms ook overlast. Het wordt warm in huis, steeds meer mensen kunnen hierdoor niet in slaap komen op het moment dat ze dat anders zouden doen. Voor ouderen en zieken is zo’n (eventuele) hittegolf hoe dan ook een tegenstander van formaat. En ook dieren kunnen behoorlijk last hebben van de zon en warmte. Dit verhaal gaat over een tortelduif in het Spaanse Valencia die op een straatlantaarn boven een drukke straat – in weer, wind en hitte – probeerde twee jongen groot te brengen. En daar niet in slaagde…

Als we op 7 mei onze intrek nemen in hotel Dimar aan de Gran Via Marqués del Turia in Valencia valt het ons nog niet meteen op. Maar in de dagen erna blijkt al snel dat zich op een van de sjieke straatlantaarns voor ons balkon (dat op de drukke verkeersweg voor het hotel uitkijkt) een nest bevindt. Een tortelduif zit er te broeden. We kunnen niet meteen zien of de eieren al zijn uitgekomen. Wel vervult de vondst ons met enthousiasme. Nog thuis volgden we dagelijks het wel en wee van de vogels die je via de site beleefdelente.nl met webcams kon bekijken. En bij de duif maken we het nu allemaal live mee!

Al gauw blijken zich geen eieren, maar twee piepkleine kuikens in het nest te bevinden. Moeder duif is de hele dag in de weer om voedsel aan te slepen. Nu en dan zitten de piepers alleen, dan weer zit zij erbij en houdt haar oogappeltjes uit de wind of beschermt ze tegen de regen die soms valt. Het weer valt ook in het zo oostelijk in Spanje gelegen Valencia nog tegen die dagen. Soms zien we dat moeder duif en vader duif elkaar afwisselen om de jongen in de gaten te houden, op het moment dat ze echt niet alleen kunnen zijn.

Duivenconcert
Wij trekken die dagen dagelijks door de stad. Door het enorme park, aangelegd in de voormalige bedding van rivier de Turia. En verbazen ons over de vele vogels die er wonen, te midden van de zee aan beton en steen waaruit de grote Spaanse stad toch is opgebouwd. Iedere ochtend weer dat concert van de duizenden tortels die ons, als we door het park op weg zijn naar de tram, van alle kanten toezingen. Maar ook andere merkwaardige vogels stelen de show, zoals de Europese kanarie en de felgroene grasparkiet die veel voorkomen. Het is stadsnatuur in optima forma. En ook stadsnatuur kan heel mooi zijn, vinden we.

Intussen groeien onze duifjes als kool. We kijken wanneer we kunnen, maken ons zorgen als moeder duif een tijdje afwezig is en gaan pas slapen als ze weer terug is. Wel vinden we het nestje wat klein, zo op de rand van die lamp. En zijn we er niet helemaal gerust op wat er zou kunnen gebeuren als de piepers nog groter zijn en het weer eens hard waait. Maar de wind verdwijnt. We sluiten de eerste week in Valencia af met een bezoekje aan de dichtbijgelegen oude stad Sagunt en voelen voor het eerst de zomerwarmte opkomen.

Hoogwerkertje
Als we de tweede week op maandag, zoals iedere dag, rond een uur of 4 ’s middags bij ons hotel terugkeren, na de gebruikelijke activiteiten van de dag, kunnen we onze ogen niet geloven. Er staat een hoogwerkertje bij de lamp van ónze duif, met een Valenciaanse gemeentewerker erop. Hij heeft een verfpot bij zich en een grote kwast. De glazen bol is al van de lamp gedraaid, de man staat op het punt het zwarte bovenwerk van nieuwe verf te voorzien. We schrikken ons rot en mijn vriendin rent op de mannen af en probeert hen in het Spaans duidelijk te maken dat er een nest op de lamp zit, met jonge duiven erin en dat ze die duiven met rust moeten laten. Ze kijken haar schaapachtig aan, vragen haar of ze de duiven wil hebben. Nee, ze wil alleen dat ze met rust worden gelaten. Dat is alles.

We rennen naar binnen, naar ons balkon en spelen ostentatief de toeschouwer. Het helpt. De man geeft alleen de onderkant van het bovenwerk een likje, laat het nest zitten en verdwijnt, na de bol er weer te hebben opgedraaid, verbaasd naar zijn volgende lamp. Geschrokken, maar opgelucht halen we adem. De kuikens liggen er nog, pal in de zon, dat wel. Moeder duif, die eerder vanaf een dichtbijstaande boom toekeek, laat zich even niet zien. Als het ’s avonds donker is geworden, komt ze eindelijk terug. En voert haar jongen… Gelukkig!

Het wordt zomer…
De zomer verovert Valencia. Vanaf nu zien we alleen nog de zon. We moeten ons eerst goed insmeren voordat we op stap gaan. Want een paar minuten in de zon blijken al voldoende om te verbranden. Toch is Valencia een aangename stad in de zomerhitte. Want het mag dan tijdens de – vaak windstille – ochtenden snel warm worden, meestal valt voor de middag al een aangename zeewind in die de temperaturen weer draaglijk maakt. Het enige dat blijft is die hete zon. En daar krijgen onze duifjes met de dag meer last van.

Het valt ons die tweede week op dat moeder duif zich overdag, en dan met name in de middag als de zon het nest vele uren ongehinderd kan beschijnen, nauwelijks en uiteindelijk zelfs helemaal niet meer laat zien. Alleen ’s avonds is zij van de partij om haar jongen te voeren. Het kan niet anders of die jongen hebben het zwaar in de lange periodes dat ze niets krijgen. Onbeschermd, in de zon, op hun zwarte lamp die natuurlijk superheet wordt.

Het verbaast ons eigenlijk dan ook niet dat we, als we een van de ochtenden wakker worden en het nest weer bekijken, ontdekken dat een van de jongen er blijkt te zijn uitgevallen. Hij ligt dood op het trottoir beneden ons balkon. Het andere jong is er nog wel, moeder duif lijkt alweer op pad. Op zoek naar voedsel, hopen wij. Maar we weten het niet. De natuur is hard, maar toch ervaren we de dood van het duifje als een schok. Nog harder dan hiervoor hopen we dat het andere kuiken uiteindelijk wel zal overleven en zal kunnen uitvliegen.

Omdat het zo warm is, wordt de stad onrustiger. In Spaanse steden valt het leven in de zomer ’s nachts niet meer stil omdat steeds meer mensen hun activiteiten naar de donkere uurtjes beginnen te verplaatsen. Ik ben geen beste slaper, zelfs als het stil is en lig die dagen dus vaak wakker. Af en toe ga ik eruit en kijk naar buiten, naar de fel schijnende lamp met het nest erop. Ik zie het jong en meestal ook de moeder erbij zo door de nacht gaan. Met op de achtergrond de brede straat die maar niet rustig wil worden. Luid schreeuwend trekken een paar Spanjaarden over het trottoir onder me voorbij. Ze hebben net als laatste de deur van een kroeg dichtgetrokken, stel ik me zo voor. En zullen nu ook toch wel gaan slapen.

Op de grond
De volgende dag zijn we wat eerder terug in onze hotelkamer dan anders. Het is warm, de zon schijnt onbarmhartig en ook ons jonge duifje heeft het zwaar. Daar zit ie weer, alleen op zijn nestje, pal in de hete zon. Zo op het oog rustig. Ik heb met hem te doen. Even komt hij in beweging, lijkt zich om te draaien, staat zelfs min of meer op en kijkt me een moment, zo lijkt het tenminste, intens aan. En gaat dan weer liggen. Tenminste dat denk ik, want terwijl ik me omdraai en andere dingen wil gaan doen klinkt door de kamer: ‘Wat is ie toch onrustig..!’ En kort daarna: ‘Waar is ie gebleven? Hij is toch ook niet uit het nest gevallen?’ We rennen naar het balkon en zien tot onze schrik ook het tweede jong op de grond liggen.

Terwijl ik verbluft achterblijf, rent mijn vriendin naar beneden en pakt het duifje op. Het vogeltje is nog erg warm, door de zon waarin het de hele dag heeft moeten liggen. Eerst leeft het nog, maar dat duurt niet lang. Een voorbijganger informeert wat er aan de hand is. Ik maak een paar foto’s om het in elk geval nooit meer te vergeten. Daarna krijgt het overleden vogeltje een rustig plekje onder een van de heggen in het parkje in de middenberm van de drukke weg. Terug in de kamer zijn we verdrietig en praten over hoe hard de natuur is. Ik probeer te troosten en zeg dat ze het zeker weer opnieuw zal proberen. Zo zit de natuur nu eenmaal in elkaar. En het gaat ook vaak wel goed, roep ik. Luister naar de vogelconcerten die we elke ochtend weer horen als we door het park naar de tram lopen..!

De rust keert weer. Wat rest, is een leeg nest. ’s Avonds keert moeder duif terug en ziet dat ook haar tweede jong het niet heeft gered. Met een brok in de keel zien we haar in de bomen aan de overkant van de weg verdwijnen. Het is nog geen vijf minuten later als we een luid geklapwiek horen. Moeder duif is gespot door een mannetje. Ze gaat het opnieuw proberen.

Bron: Meteo Consult.