Origineel winters vakjargon.

Naast de officiële termen om aan te geven wat voor weer het is of wordt, bestaan er vele originele 'wilde' termen. We doen een greep uit deze rijke ruif.

In de meteorologie worden tal van termen gebruikt, waarvan nationaal, en soms zelfs internationaal is afgesproken wat ze betekenen. Door deze afspraken kan een weersverwachting duidelijk aan het publiek worden overgebracht. Een westenwind bijvoorbeeld, waait van west naar oost. Als er gesproken wordt over ‘lichte vorst’, dan wordt een temperatuur bedoeld van -0.1 tot en met -5.0 graden.

Naast deze ‘officiële’ termen worden er door weerliefhebbers echter tal van kreten gebezigd, die voor de insiders wel min of meer duidelijk zijn, maar voor het grote publiek abracadabra. We gaan proberen hierin enige duidelijkheid te scheppen.

Originele kreten.

Vooral op de diverse weerfora op internet worden soms erg originele kreten bedacht, die een bepaald weerbeeld beschrijven, maar soms ook een weergerelateerde gebeurtenis. In het navolgende concentreren we ons op de gebruikte termen die vooral in het winterseizoen worden gebruikt. We zullen deze termen in groepjes, die min of meer bij elkaar horen, gaan behandelen. Voor de insiders zal dit een feest van herkenning zijn en alle andere lezers zullen zich er misschien over verbazen dat onze Nederlandse taal toch rijker is aan weerkundige termen en kreten, dan u wellicht dacht. Daar gaan we.

Hogedrukgebieden.

Veel gebieden van hoge luchtdruk worden benoemd naar de plek waar ze zich bevinden, een enkele keer krijgen ze ook een naam van een persoon en soms wordt hun gedrag benoemd. Deze drie categorieën zullen nu de revue passeren.

Een Scandihoog. Dit is een hogedrukgebied dat ergens boven Noorwegen, Zweden, Finland en eventueel Denemarken is te vinden. Winterliefhebbers houden van Scandihogen, want niet zelden draait de wind bij ons dan naar oost tot noordoost, en wordt er vrieslucht aangevoerd. Geregeld gooit echter  ‘de Rus’ roet in het eten…

De Rus. Zoals de naam doet vermoeden, is dit een hogedrukgebied dat positie boven Rusland heeft ingenomen. In het winterhalfjaar is de luchtdruk daar heel vaak hoog, al ligt het zwaartepunt van hoge druk meestal boven Siberië. Lucht die met oostelijke winden aan de zuidflank van zo’n ‘Rus’ naar onze streken wordt gevoerd, heeft echter dikwijls een behoorlijk zuidelijke oorsprong en is daarom niet echt koud. ‘De Rus’ wordt daarom vaker verguisd dan bejubeld, hij blokkeert maar al te vaak de uitstoom van écht koude lucht vanuit het Hoge Noorden naar het zuiden. Zeker als ‘de Rus’ een sterke uitloper krijgt naar Scandinavië, kan het resultaat op de weerkaarten daarom soms veel winterser ogen dan de werkelijkheid uitpakt (zie ook ‘Seppiehoog’, hieronder).

Een Eurohoog. Een dergelijk hogedrukgebied is vaak boven Midden-Europa te vinden, met een typische positie boven de Alpen en/of de Balkan. Afhankelijk van de vorm, is de wind bij ons dan zuidoostelijk tot zuidelijk, of er staat weinig wind. Het weerbeeld kan dan behoorlijk divers uitpakken van ronduit zacht, tot flink winters, afhankelijk van de voorgeschiedenis. Er is in dat laatste geval vaak sprake van typische stralingskou, waarbij het in de onderste tientallen tot honderden meters van de atmosfeer vriest, maar daarboven zit droge en zachte lucht. Vooral gedurende de eerste winterhelft kan zo’n wintertje nog behoorlijk fel uitpakken.

Een Azoortje. Dit is een hogedrukgebied dat boven, of in de buurt van de Azoren is te vinden. Als dit hoog krachtig is, dan is het gegarandeerd in ons land zacht en wisselvallig, met westelijke winden. Soms gaat dit hogedrukgebied echter een vrijerij aan met een Scandihoog, en dan kunnen er op wintergebied leuke dingen gebeuren…

Een zakker. Een weinig honkvast hogedrukgebied, dat eerst op een, naar winterse maatstaven, interessante positie ten noorden van ons land is te vinden, maar vrij snel naar het zuiden beweegt. Zodra de as van dit hogedrukgebied ons land is gepasseerd, krijgt de wind hier een westcomponent en dat is niet gunstig voor het aanhouden van de vorst, om het eens voorzichtig te zeggen.

Een Bartlett hoog. Paul Bartlett was een Britse meteoroloog, die beschreef hoe hogedrukgebieden soms heel standvastig boven de Britse eilanden blijven liggen. Wij hebben dan te maken met een noordwesten-, of zelfs noordnoordwestenwind, die van oorsprong echter zachte en vochtige oceaanlucht aanvoert, die met een grote boog om dit hoog heen, naar ons land stroomt. Hoewel de windrichting misschien anders doet vermoeden, is het dan totaal niet winters. Bewolkt, miezerig en temperaturen tussen +4 en +8 graden is het meest waarschijnlijke weerbeeld. Uiteraard zien winterliefhebbers dergelijke hogen liever gaan dan komen.

Een Seppiehoog. Seppie is de nickname van een forumlid, die een onverwoestbaar optimisme ten toon spreidt voor wat betreft het aanwijzen van beginnend winterweer op toekomstige weerkaarten. Helaas blijkt dikwijs bij een diepgaandere analyse dat er van dat winterweer toch niets terechtkomt, ook niet als de getoonde weerkaart precies uitkomt. De reden is bijvoorbeeld omdat de aangevoerde lucht helemaal niet koud is (zie ook ‘de Rus’ hierboven).

De vinger. Een krachtige smalle rug van hoge luchtdruk, bij voorkeur aanwezig in de bovenlucht, met een noord-zuid oriëntatie op de oceaan richting IJsland. Bij ons komt de stroming dan uit noordelijke richtingen, waarmee dan koude lucht, maar ook sneeuwbuien kunnen worden aangevoerd. Kromt die ‘vinger’ zich vervolgens richting Scandinavië, dan kan er wellicht een mooie vorstperiode in de steigers worden gezet.

Sneeuwtermen.

Voor veel winterliefhebbers vormt sneeuw de slagroom op de wintertaart. Helaas is sneeuw in ons land een zeldzaam verschijnsel en de meerdere termen geven dat dan ook duidelijk aan. Soms hebben we echter geluk en sneeuwt het echt goed…

Lantaarnpaalstaren. Dit doen winterliefhebbers vaak als er sneeuw wordt verwacht, terwijl het donker is. In het licht van een lantaarnpaal, vooral als het felste licht met de hand wordt afgeschermd, kan men zelfs het kleinste vlokje zien dwarrelen… Leidt soms tot slapeloosheid tijdens nachten waarin motsneeuw wordt verwacht. (Bij serieuzere sneeuwval wordt er sowieso niet geslapen).

Dakraamsneeuw. Vaak valt er in ons land natte sneeuw. De overgang tussen regen en sneeuw is een delicaat proces. Vooral op een dakraam kan men de eerste, bijna geheel gesmolten sneeuwvlokken zien vallen, terwijl het zo op het oog alleen nog maar lijkt te regenen.

Kletsnatte sneeuw. Zie ‘dakraamsneeuw’.

Natte flatsen. Nee, dit is geen vogelpoep, maar het zijn half gesmolten sneeuwvlokken, die ook niet blijven liggen. Het sneeuwt echter wel wat duidelijker dan bij ‘dakraamsneeuw’ of ‘kletsnatte sneeuw’.

Kiekenpluimen. Het echte werk! De sneeuw valt nu in grote vlokken.

Zakdoekjes. Ook hierbij sneeuwt het hard, met zeer grote vlokken, die eigenlijk nog wat groter zijn dan bij ‘kiekenpluimen’. Op 11 april 1978 heeft schrijver dezes vlokken zien vallen met een oppervlakte tot dertig vierkante centimeter. Dat waren échte ‘zakdoekjes’!

Winterkarakteristieken.

Op meerdere manieren wordt aangegeven hoe een winterperiode valt te typeren. De officiële termen ‘vorstperiode’ of ‘koudegolf’ dekken de lading lang niet altijd, om de doodeenvoudige reden dat de kou dikwijls niet zo hevig is. Een verhaal apart vormt de index die de kans op winterweer voor de komende dagen (weken) beschrijft, en waarmee we zullen beginnen.

Wiki / Joki. Respectievelijk de Winter Koude Index en de Jorrit Koude Index. Jorrit is een forumlid die deze index als eerste heeft bedacht. Het is een schaal die loopt van 0 tot en met 9, die met een toenemende waarschijnlijkheid beschrijft of het winters zal worden in de Benelux, of niet. Bij ‘1’ bijvoorbeeld is er geen sprake van winter en wijzen de weermodellen ook in de nabije toekomst op geen enkele wijze in de richting van enig winterweer. Een eventuele verandering in de circulatie levert ook alleen maar zacht weer op. Bij ‘5’ kan het vriezen of dooien. Diverse modellen geven aan dat het binnen 3 tot 6 dagen kan gaan vriezen in ons land, maar er zijn evenzogoed ook nog diverse ‘zachte’ oplossingen te bespeuren. Bij ‘9’ is de vorstgrens bij wijze van spreken al tot de oostgrens gevorderd en zijn alle weermodellen en pluimen al dagenlang eensgezind van mening dat de vorst ‘morgen’ gaat invallen en zich voorlopig niet laat verdrijven. De schaatsen kunnen worden geslepen!

Een prik. Nee, met de inenting voor de Mexicaanse griep heeft deze kreet niets te maken. Bedoeld wordt een periode van één of een paar dagen met licht winters weer. Er valt eens een (natte) sneeuwbui, ’s nachts vriest het wat, maar de dooi loert voortdurend om de hoek en sowieso komt het kwik overdag boven nul. In sommige winters krijgen we niet veel meer dan een aantal van deze ‘prikken’ te verwerken.

Een veeg. Tijdens ‘een veeg’ is het winterweer duidelijk van wat meer betekenis. De gemiddelde etmaaltemperatuur komt zowaar een paar dagen onder nul te liggen, een eventueel sneeuwdekje weet zich langer dan een paar uur te handhaven en soms kan het een nacht stevig vriezen. Er wordt zowaar een ijsvloertje gevormd en sommige waaghalzen proberen op het nog te dunne ijs hun pas geslepen schaatsen uit. Meestal valt echter de dooi in, voordat het tot uitgebreide schaatspret kan komen.

Een haal. Hierbij balt Thialf toch echt zijn vuisten. Er valt flink wat sneeuw, die dagenlang blijft liggen, maar als het niet sneeuwt, dan krijgen we in ieder geval een reeks ijsdagen met ’s nachts matige tot strenge vorst. Eventuele dooi is licht en beperkt zich tot een dagdeel, waarna de vorst weer invalt. Een ‘haal’ is vaak ook een officiële vorstperiode en kan soms zelfs uitgroeien tot een echte koudegolf.

Der Hammer. Duits voor ‘de hamer’. Bedoeld wordt de spreekwoordelijke mokerslag die Koning Winter uitdeelt als het in ons land plotsklaps tien tot vijftien graden gaat vriezen…

Overige wintertermen.

De navolgende ‘kreten’ zijn niet goed in een hokje te plaatsen, maar horen wel bij het winterseizoen. Er zitten een aantal zeer originele tussen, die we u daarom niet willen onthouden.

De (dampende) visbak. Twijfelachtig koosnaampje voor de Noordzee. In het winterhalfjaar is het water van de Noordzee relatief warm. Hoewel er boven dit water in koude, onstabiele lucht gemakkelijk (winterse) buien ontstaan, doet een wind van zee, dit tot verdriet van de sneeuw- en ijsliefhebbers, het kwik al snel boven het vriespunt oplopen. Dat geldt vooral voor de kustprovincies.

XXX is gevallen. Op ‘XXX’ moet een plaatsnaam worden ingevuld. Deze kreet wordt gebruikt zodra op die meetpost de temperatuur, na langere tijd vorst, tot boven het vriespunt oploopt.

Gele terrorist. Weinig vleiend koosnaampje voor de zon. Vooral in februari doen haar stralen een maagdelijk sneeuwdek snel verdwijnen, vandaar.

Zoutterroristen. De pekelwagens, die op de wegen het wit, in combinatie met het achterop komende verkeer al snel in een bruinige smurrie doen transformeren. Liefhebbers van een fraai winters landschap waarderen deze strooiacties maar matig, wat overduidelijk uit deze term blijkt.

Dakvorst. Een plat garagedak zal onder rustige, heldere omstandigheden zeer snel afkoelen, net als een autodak, bijvoorbeeld. Zo kan een dun laagje water op zo’n dak al geheel bevroren zijn, terwijl zowel de luchttemperatuur als de kwikstand op 10 cm boven het gras nog boven nul ligt. Er is in dat geval sprake van ‘dakvorst’.

Het SV. Het Spitsbergen Verbond. Leden van deze club, die zetelt in het Belgische Gent, zijn winterliefhebbers in hart en nieren.

De (Russische) beer is los! Nee, dit is geen wanhoopskreet van een oppasser uit een dierentuin, maar het teken dat met een forse oostelijke wind ijskoude vrieslucht vanuit Rusland naar onze streken wordt gevoerd. Meestal blijft dit ‘dier’ echter rustig in zijn Russische kooi zitten…

(U)GKB. Duitse afkorting voor het ‘(ultra) glazen bollen bereik. Dat zijn de weerkaarten voor dag ‘zes’ tot en met dag ‘tien’ vooruit, of nog verder in de toekomst. In het winterhalfjaar laten die kaarten niet zelden de meest fraaie winterse circulaties zien, die echter vaak niet realiteit worden. Het zijn de spreekwoordelijke strohalmen gedurende eindeloze zachte tijden met regenvlagen en aanhoudende positieve temperaturen…

Een Balkanveeg. Een fikse uitstroom van koude lucht, die, vanwege een verkeerde ligging van de hoge- en lagedrukgebieden, niet naar ons land wordt gevoerd, maar over Oost-Europa richting de Balkan vloeit. Het gevolg is soms winterweer tot in Griekenland. Hierbij moeten de winterliefhebbers tandenknarsend in ons land toekijken, hoe een fraaie ‘winterkans’ opnieuw om zeep wordt gebracht. 

Tot zover deze opsomming van diverse winterse termen, die ik de afgelopen jaren vooral op Weerwoord ben tegengekomen. Deze lijst is noch volledig, noch absoluut, maar doet slechts een greep uit de talenbron de het Nederlands (en Vlaams) rijk is.

Bronnen: Meteo Consult, Meteociel, Wetterzentrale, www.weerwoord.be, met speciale dank voor de diverse leden van dit forum, zonder wie dit verhaal niet mogelijk was geweest. Foto voorpagina: Tom van der Spek.