Hoe lager hoe grijzer

Donderdag en vrijdag domineerde bewolking. Vooral de onderste laag wolken gaf het geheel een grijze aanblik.

De temperaturen lagen vrijdag duidelijk lager dan donderdag, met 3 tot 5 graden tegenover 6 tot 9 graden. Een flink verschil. Het weerbeeld daarentegen, veranderde geen spat: het bleef bewolkt en op veel plaatsen grijs.

Dat grijze, dat donkere, werd veroorzaakt door de aanwezigheid van lage bewolking. Deze bestaat voornamelijk uit miljarden en miljarden klein waterdruppeltjes. En die laten samen een stuk minder licht door dan de hogerop aanwezige middelbare en hoge bewolking, bestaande uit de wat minder dichtbezaaide wolken van ijskristallen.

In de loop van de dag werd het in het zuidoosten van Nederland als eerste langzaam lichter. De aangevoerde lucht onderin de atmosfeer werd daar langzaam minder vochtig. Hierdoor loste aanwezige nevel langzaam op, alsook een deel van de onderste lagen van de bewolking.

Dit bleek uiteraard ook uit de gegevens van de verschillende meetstations. In het zuidoosten lag de onderkant van de bewolking, de basis, stukken hoger dan in het noordwesten. De zichtwaarden aan de grond waren er ook een stuk hoger. Hetzelfde gold voor de invallende straling. Zie ook de kaarten van Nederland hiernaast.

Zaterdag zal dit naar verwachting niet meer het geval zijn, want de drogere lucht van boven het zuidoosten, wint langzaam terrein. Het wordt daarmee iets lichter. De voor zonne-instraling funeste lage bewolking lost dan op steeds meer plaatsen grotendeels op. En, zoals het er vrijdagmiddag tijdens het schrijven van dit verhaal naar uitzag, zien we daarbij op steeds meer plaatsen nu en dan voorzichtig een waterig zonnetje doorbreken.

Bron: Meteo Consult