Winterweer van formaat in 1993

De afgelopen dagen kwam het tot sneeuw en vorst. In 1993 was echter sprake van een volwassen vorstperiode waarbij diverse records sneuvelden.

Naast de bekende winters zoals die van 1942, 1963 en 1997, zijn er nog veel meer felle (en korte) winterse perioden geweest. Deze “vergeten winters” of winterse perioden passeren de komende maanden de revue op deze site. Eerder verschenen al verhalen over de record vroege winter van 1980 en de sneeuwrijke november van 1985, vandaag behandelen we november 1993. De gemiddelde etmaaltemperatuur over de gehele maand kwam op 2,2 graden uit. Zelfs voor januari is dat nog te koud. Alleen in 1921 (1,3 graden) en 1919 (1,8 graden) was het over de gehele maand gezien nog kouder. Toch was de kou nu veel uitzonderlijker.

Mistige start van de maand

Eind oktober kwam de atmosfeer, onder invloed van een krachtig hogedrukgebied ten noorden van de Waddeneilanden tot rust. Na een zonnige 29ste oktober ontstond in de daaropvolgende nacht laaghangende bewolking en dichte tot zeer dichte mist. In het oosten en zuidoosten kwam daarbij de temperatuur onder nul uit. Door het gebrek aan zonneschijn was het de laatste dagen van oktober en de eerste dagen van november behoorlijk kil met maximaal 3 tot 6 graden. De temperatuur ging echter snel omhoog en op 3 november werd in Zeeland en Brabant bij een doorbrekende zon al 14 of 15 graden gemeten. Een dag later steeg ook elders in het land de temperatuur naar 13 tot 15 graden. In het zuiden werd lokaal 18 graden gemeten. Na deze thermische uitschieters volgde een wisselvallige periode met vrijwel normale temperaturen voor de tijd van het jaar.

Storm

Op zondag 14 november lag er boven het uiterste noorden van Nederland een actieve randstoring met een kerndruk van ongeveer 985 hPa. Even ten zuiden van de kern bevond zich een sterk windveld en vooral de Zeeuwse en Zuid-Hollandse kust kreeg met flink wat wind te maken. In het noorden van het land was het qua wind een rustige dag. Wel viel er flink wat regen (een dagsom van meer dan 20 mm in grote delen van het land) en kwam voor het laatst deze maand tot temperaturen van 10 graden of meer. Een soortgelijke temperatuur kon pas in december gemeten worden.

Er volgde een aantal rustige dagen waarbij het droog bleef en de zon geregeld tevoorschijn kwam. Zowel overdag als 's nachts ging de temperatuur langzaam omlaag. In de loop van de week kwam het tijdens de nacht en vroege ochtend steeds vaker tot lichte vorst. Boven Noord-Europa hoopte zich een portie winterkou op en met het oplopen van de luchtdruk boven Scandinavië kon deze lucht zich langzaam uitbreiden richting ons land.

Op zaterdag 20 november kwam op veel plaatsen in ons land Sinterklaas aan, zo ook in Gouda. Na een nacht met lichte vorst kwam overdag de temperatuur nog maar net boven het vriespunt uit. Het was een grijze dag en met een oostelijke stroming trok een zwak front over het land. Het leverde af en toe neerslag op. In Gouda kwam de goedheiligman aan bij een dik wolkendek waaruit zo nu en dan wat vlokken sneeuw vielen. In de middag viel er af en toe een vlok sneeuw of een druppel regen of ijsregen. In Limburg was sprake van serieuze sneeuwval. Lokaal kwam een sneeuwdek van 2 cm tot stand. In de nacht naar zondag 21 november nam vrieskou bezit van ons land.

Extreem koude 21ste november

Op 21 november was het uitzonderlijk koud voor de tijd van het jaar. Een maximumtemperatuur van 7 of 8 graden is normaal, maar op 21 november 1993 bleef de temperatuur overdag steken op -3 tot -5 graden! De gehele dag was het bewolkt en zo nu en dan viel er wat motsneeuw. De meeste sloten en vijvertjes waren al bedekt met een laagje ijs dat in de dagen ervoor onder rustige omstandigheden tot ontwikkeling was gekomen. In Hilversum waren op het vijvercomplex Anna's Hoeve al een aantal schaatsers de eerste rondjes aan het rijden. Het ijs was bijzonder dun, maar dik genoeg zodat de schaatsers geen nat pak haalden. Overigens maakte een stevige oostenwind het winterweer compleet. De gevoelstemperatuur lag af en toe tussen -15 en -20 graden!

De vorst werd voorlopig niet verdreven door milde oceaanlucht. Hogedruk was aanwezig vanaf Scandinavië tot diep in Siberië en zo kon zeer koude lucht tot het westen van Europa doordringen. Ook de 22ste was in het gehele land een ijsdag en ook op de 23ste vroor het op de meeste plaatsen het gehele etmaal. Tijdens de nachtelijke uren kwam het zo nu en dan tot strenge vorst. Op de 23ste vroor het in de vroege ochtend aan de oostkant van de Veluwe lokaal meer dan 13 graden (Eerbeek -13,5 graden). Op deze dinsdag kwamen boven de Noordzee enkele felle sneeuwbuien tot ontwikkeling die, met een vrijwel weg vallende en soms zelfs naar west draaiende wind het land op trokken. Lokaal kwam in Zeeland en het noordwesten van het land een (tijdelijk) sneeuwdek tot stand van 1 tot 3 cm. De volgende nacht trokken meer sneeuwbuien over Noord-Holland en Friesland. Op veel plaatsen lag een paar cm sneeuw. De sneeuw stapelde zich op Texel op tot bijna 10 cm. Ook in Denemarken en het noorden van Duitsland viel sneeuw. In Sleswig-Holstein lag lokaal meer dan 10 cm sneeuw.

Doden door de vrieskou

Niet alleen in eigen land was het koud, ook in Duitsland, Frankrijk en zelfs aan de andere kant van de Noordzee was het koud. Delen van Engeland konden een serie ijsdagen noteren en langs de kust kwamen sneeuwbuien tot ontwikkeling. De kou was echter ondragelijk voor diegene die dag en nacht op straat leven. In Nederland werd de opvang voor zwervers uitgebreid. In Parijs en Boekarest vroren 9 zwervers dood door het vroege winterweer.

Na een paar rustige dagen waarbij de temperatuur op veel plaatsen iets boven nul kwam, hernam het hogedrukgebied boven Scandinavië opnieuw stelling. De laatste weerkundige herfstdagen verliepen winters. Steeds meer slootjes, vijvertjes en ondiepe plassen waren geschikt om te schaatsen. In De Bilt kwam het tijdens de gehele vorstperiode tot vijf ijsdagen. Sinds 1901 was er nog nooit een novembermaand met zoveel ijsdagen.

Mooi toetje

Toch had ook het krachtige hogedrukgebied, dat op een gegeven moment verbinding had tot diep in Siberië, niet meer de puf op opdringerige oceaanstoringen op afstand te houden. Op dinsdag 30 november kwam in de ochtend een dooifront dichterbij. Terwijl in het binnenland de laatste opklaringen dicht smeerden, viel in de westelijke helft van het land regen, ijzel, ijsregen en lokaal ook wat sneeuw. Een groot deel van de dag lag de dooigrens vanaf Friesland naar het westen van Brabant. Ten oosten ervan vroor het licht, langs de kust dooide het (heel) licht. In de ochtend was het in Zeeland spiegelglad en kwam het openbaar vervoer vrijwel tot stilstand. Overdag viel te lezen dat het front boven Nederland verder zou inzakken. Op het moment dat veel weerliefhebbers dit lazen, en eigenlijk meer dan tevreden waren met de vorstperiode van de dagen ervoor, kwam er voor velen toch nog een mooi toetje.

De warme lucht probeerde opnieuw de koude lucht te verdrijven, maar werd door de plakkerige kou gedwongen om op te stijgen. De lucht koelde daarbij zover af, dat een luchtlaag met positieve temperaturen steeds dunner werd. Sneeuwvlokken konden daardoor hun val tot het aardoppervlak overleven. In Brabant intensiveerde de ijsregen aan het begin van de middag en twee uur later kreeg ook de regio Utrecht met ijsregen én sneeuw te maken. Aan het begin van de avond lag er 3 cm sneeuw. In de avond trok de sneeuwval richting het oosten van Zuid-Holland. In Gouda kwam een mooi laagje van 2 tot 3 cm sneeuw te liggen. In Midden-Brabant kwam uiteindelijk een sneeuwdek van 5 tot 7 cm te liggen.

Echt vergeten

De vrieskou kon zich nog één dag ophouden in ons land zodat op 1 december de schaatsen nog even ondergebonden konden worden en er zo hier en daar nog een flink sneeuwballengevecht losbarstte. Waar we, na de koude winter van 1997, al een tijdje op wachtten gebeurde later in de winter van ‘93/’94 wel. Opnieuw kwam er in februari een hogedrukgebied boven Scandinavië te liggen en kwam het tot een vorstperiode. Lokaal kwam de temperatuur meerdere nachten onder -10 graden uit. De kou was ook in februari hardnekkig. Tweemaal kwam een dooifront boven het midden van het land tot stilstand. Vooral in het zuiden viel geregeld sneeuw. In het Zeeuwse Sluis kwam een sneeuwlaag van 17 cm tot stand op 22 februari 1994. Omdat zowel december als januari behoorlijk zacht verliepen, viel de koude februarimaand niet echt op en verder telt november niet mee als wintermaand, maar als herfstmaand. Hierdoor kunnen we zeggen dat de winter van 1993-1994 echt een “vergeten winter” is.

Binnenkort blikken we terug op een volgende vergeten winterse situatie. Wilt u meer lezen over de grote winters van de vorige eeuw, dan is het boek Winters van toen misschien iets voor u. Via deze website kunt u een exemplaar bestellen. Misschien iets voor Sinterklaas of onder de kerstboom! Klik hier voor meer informatie.

Bronnen: Meteo Consult, Leeuwarder Courant, Groninger Courant, Anton de Wijk, Weerspiegel, Wetterzentrale.

Foto voorpagina: Leeuwarder Courant.