De voorwaarden voor sneeuw

Aan welke voorwaarden moet er voldaan worden, wil het in Nederland zaterdagmiddag tot sneeuwval komen?

Het wordt de komende dagen spannend. De echte weerliefhebbers en dan vooral de sneeuwliefhebbers houden de weermodellen goed in de gaten en speculeren al dagen over eventuele sneeuwval. Maar wat zijn nou eigenlijk de voorwaarden voor sneeuwval?

Wil er überhaupt sneeuw vallen, dan zijn er in ieder geval 5 voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Een paar van die voorwaarden liggen voor de hand, zoals bijvoorbeeld de temperatuur aan het aardoppervlak waarbij eventuele neerslag valt en de hoogte van het nulgradenniveau.

Andere aandachtspunten voor meteorologen zijn de dikte van de luchtlaag tussen het ‘1000 en 850 hPa” vlak (de hoogte in de atmosfeer waarop de barometer, als je hem daar zou kunnen ophangen, een luchtdruk van respectievelijk 1000 en 850 hPa zou aanwijzen). Die dikte, in meters, zegt iets over hoe koud de luchtlaag in dit deel van de atmosfeer is. Hoe dunner, hoe kouder de lucht. Want koude lucht klinkt in en is zwaar. De barometer daalt in zulke lucht snel met de hoogte. Ook de dikte van de luchtlaag tussen 1000 en 500 hPa is van belang.

Als laatste kunnen we ook nog iets zeggen aan de hand van een getal, dat iets zegt over de vochtinhoud en de temperatuur van de luchtmassa, waarin we ons bevinden. Die grootheid wordt Theta-W genoemd. Om voor het komende weekeinde te bepalen hoe de sneeuwkansen erbij staan, gaan we elk van de hiervoor genoemde parameters nu even apart toepassen.

Weersituatie
Maar eerst kijken we even naar de weersituatie op dat moment. Een lagedrukgebiedje boven de westkust van Noorwegen en een groot hogedrukgebied boven de Atlantische Oceaan veroorzaken zaterdag een soort glijbaan van buien vanuit het zeer koude noorden (zie luchtdrukkaartje naast dit verhaal). De isobaren liggen vrij dicht bij elkaar, wat betekent dat er veel wind staat en deze komt vrijwel lijnrecht vanuit het zeer koude Poolgebied. Voor november zijn de temperaturen in de bovenlucht zelfs ongewoon laag. Zaterdag hebben we te maken met een kouinval op hoogte. Een bel met zeer koude lucht met een temperatuur van -41 graden op 5 kilometer hoogte komt dan boven ons land te hangen.

De stroming in de bovenlucht ligt vrijwel parallel aan de stroming aan de grond en ook hier liggen de stroomlijnen vrij dicht op elkaar (zie hoogtekaartje op 500 hPa). De wind in de bovenlucht is op datzelfde moment dus ook vrij sterk. Hierdoor krijgt de wind aan de grond nog wat extra stimulans, waardoor buien als het ware in een stroomversnelling ons land bereiken.

Neerslag
Nu is een ander punt natuurlijk dat, ook al is de atmosfeer er klaar voor, er ook op het moment suprême neerslag moet vallen, wil er sneeuw komen. Aan die voorwaarde wordt zaterdag in het grootste deel van het land voldaan. Met het nog relatief warme zeewater voor de kust wordt de koude lucht boven de Noordzee erg onstabiel en ontstaan er boven het water erg gemakkelijk buien. Omdat het temperatuurverschil vrij groot is, het zeewater is nu zo’n 12 graden en de lucht op 1,5 kilometer hoogte ligt zaterdag op -6 graden, ontstaan er gemakkelijk flinke buien. De buien worden steeds opnieuw van onderen gevoed door het warme zeewater. In een noordelijke stroming glijden de buien zaterdag de Nederlandse kust op (zie neerslagkaartje hiernaast). In het zuidoosten van het land is het rond het middaguur echter grotendeels droog, daar lijkt het ‘s middags dus niet te kunnen gaan sneeuwen.

Temperatuur op 1,5 meter hoogte
Ongemerkt hebben we het nu al over punt 2 van de voorwaarden gehad. De temperatuur op 1,5 meter hoogte. Hoewel het tussen de buien door zaterdag wel 5 of 6 graden kan worden, daalt de temperatuur in buien heel snel tot dicht bij het vriespunt. Dan is het ruimschoots koud genoeg om natte sneeuw te krijgen (let wel: in samenwerking met de andere 4 voorwaarden). De eerste voorwaarde voldoet!

De andere 4 voorwaarden
Als eerste kijken we naar de dikte van de luchtlaag tussen 1000 en 850 hPa. Deze moet, wil er een kans op sneeuw zijn, tussen 1310 en 1280 meter zijn. Als de laag minder dik is dan 1280 meter, dan is de kans op sneeuw (opnieuw slechts in combinatie met de andere 4 voorwaarden) bijna 100%. Op de diktekaart hiernaast zie je dat de dikte van deze laag zaterdagmiddag in het grootste deel van het land 1280 is. Aan een tweede voorwaarde wordt hiermee ook voldaan.

In het kaartje eronder zie je de dikte van de laag tussen 1000 en 500 hPa en daarmee komen we op voorwaarde 3. De dikte van deze laag is zaterdagmiddag vooral in het noordoosten erg laag, 5130 meter, en in Zeeland het minst laag, met 5180 meter. Toch zijn allebei deze waarden laag genoeg om sneeuw te veroorzaken. Om überhaupt een kans op sneeuw te krijgen moet de dikte van deze laag namelijk tussen 5350 en 5200 meter liggen en bij een dikte van 5200 meter is de kans op sneeuw 90%. Met deze waarden ligt ook hier de kans dus op bijna 100%.

Op naar voorwaarde 4, de Theta-W waarde. Deze moet tussen 0 en 7 graden Celsius liggen, wil er een kans op sneeuw zijn. In het kaartje aan de linkerzijde die de Theta-W waarden laat zien, zien we dat ook aan deze voorwaarde in het hele land wordt voldaan. Vooral in het Overijssel en Drenthe liggen de waarden erg laag, rond -2 graden.

De kans op sneeuw is op alle 4 deze voorwaarden dus bijna 100%. Maar er rest er ons nog één die de uiteindelijke doorslag zal gaan geven, de hoogte van het nulgradenniveau. In feite dus de hoogte in de atmosfeer waar het 0 graden wordt.

Als deze voorwaarde tussen 0 en 60 hPa uitkomt is er ook volgens deze regel een kans op sneeuw. Kijken we dan even naar het nulgradenniveaukaartje hiernaast, wordt duidelijk dat deze in vrijwel het hele land onder die 60 uitkomt. In het noordoosten van het land is de waarde zelfs 0. Alleen in het uiterste zuidwesten van Zeeland is de kans op sneeuw hierdoor minder groot.

Waar is de kans op sneeuw nu het grootst?
In vrijwel het hele land wordt dus zaterdagmiddag aan de 5 voorwaarden voldaan, alleen valt er in het zuidoosten op dat moment weinig neerslag. De grootste hoeveelheden sneeuw lijken volgens deze uitgangssituatie vooral in de noordoostelijke hoek van het land te gaan vallen.

Wilt u meer weten over de winterse buien op zaterdag? Bel dan onze weerlijn (0900-9725) en kies optie 2 voor het uitgebreide Nederlandse weerbericht.

Bron: Meteo Consult