De vorstperiode van november 1965

In onze verhalenreeks van 'vergeten winters' blikken we vandaag terug naar de bijzondere vorstperiode uit november 1965.

Echt winterweer in november is in ons land nog zeldzaam. De zogenaamde ‘winterse speldenprikken’ komen natuurlijk wel vaker voor en soms is het zelfs een paar dagen lang min of meer winters te noemen.

In enkele jaren groeit zo’n ‘winterprik’ ook al in november uit tot een van formaat, waarbij men zelfs op de schaats weet te komen. In de verhalenreeks over ‘vergeten winterperiodes’ gaan we nu terug naar november 1965, toen we te maken kregen met bijna twee weken onvervalst winterweer, in vooral de noordelijke helft van het land. Die terugblik doen we mede aan de hand van het verslag van wijlen de heer N.A. Grootes, een schaatsliefhebber pur sang, die woonachtig was in de Zaanstreek.

Het voorspel.

November 1965 was in meerdere opzichten een bizarre maand. De maand begon stormachtig en op 4 tot en met 6 november kwam het al tot lichte vorst in de nacht en werden de eerste sneeuwvlokken gesignaleerd. Een dag later leek de nazomer echter helemaal teruggekeerd. In het midden en zuiden van het land werd de 15 graden royaal overschreden en in het zuidoosten werd met 19.5 graden zelfs bijna een warme dag gehaald! De luchtdruk boven Scandinavië begon toen echter te stijgen en mede geholpen door een depressie boven de Golf van Biskaje werd de wind al snel in de noordoosthoek gedrukt. De aangevoerde lucht was aanvankelijk niet koud, maar toch gingen de temperaturen gestaag naar beneden, want de aanwezige kou in het brongebied in Noord-Europa werd wel op transport gezet. Op vrijdag 12 november lag de maximumtemperatuur rond de 5 graden en kwam het ’s nachts opnieuw tot lichte vorst. Gedurende het weekeinde daarna ging het winterweer strengen. Op zaterdag de 13e vroor het in Twente al matig (-5.5 graden) en kwam het kwik overdag maar net boven nul, terwijl Beek in Zuid-Limburg de eerste ijsdag noteerde.

Meer ijsdagen.

Op zondag 14 november bleef het nog kouder. Op uitgebreide schaal vroor het ’s nachts matig en overdag kwam het kwik op de meeste plaatsen niet meer boven het vriespunt en in Limburg viel sneeuw. In de nacht daaropvolgend vroor het in het binnenland op veel plaatsen 8 of 9 graden, Eelde kwam met -9.9 graden net niet tot strenge vorst. Bij de schaatsliefhebbers begon het al te kriebelen en we laten de heer Grootes dan ook aan het woord:

“maandag 15 november, 2e ijsdag (…) het ijs begint al tamelijk sterk te worden, zéér vroeg voor de tijd van het jaar! Dinsdag 16 november: vorst 8 graden en overdag -2; ’s avonds stormachtige zuidoostenwind met 3 graden vorst, de derde ijsdag. Zo vroeg in het jaar hebben we vrijwel nog nooit een koude-inval gehad, het is buiten kompleet midwinter en de kranten spreken dan ook van een zeldzame koude.”

Op de kaartjes hiernaast is te zien dan op 16 november om 0 uur de koudste lucht ons land was binnengestroomd, op rond 1500 meter hoogte vroor het 10 tot 12 graden. Dankzij een tijdelijk wegvallende wind en opklaringen kwam het in Eelde in die nacht tot strenge vorst met -13.3 graden. Wel was de Biskajedepressie ondertussen behoorlijk diep geworden en deze drong naar het noordoosten op met zachtere lucht en een aanwakkerende wind. Op 17 en 18 november viel er sneeuw, ijzel en regen, het laatste vooral in het zuiden, bij daar flink oplopende temperaturen. Het winterweer werd dan ook tamelijk grimmig, te meer de vorst in het noorden niet werd verdreven, terwijl het in Limburg +9 graden werd!  Eelde kreeg er twee ijsdagen bij met maxima van -0.8 graden. De depressie trok echter niet door, maar bleef min of meer boven België hangen en de wind bleef dan ook in de oosthoek. De vorstgrens begon zich dan ook opnieuw naar het zuiden te verplaatsen, zodra het zwaartepunt van het lagedrukgebied zich naar het oosten begon te verplaatsen. Op vrijdag 19 november bleef het in het hele noorden vriezen en werd het in Eelde niet warmer dan -2.4 graden… 

Grimmig winterweer.

Op zaterdag 20 november lag de vorstgrens met een west-oost oriëntatie over het noorden van Noord-Limburg en was het eigenlijk bar winterweer. Het relaas van de heer Grootes is zeer illustratief:

“Het vroor vannacht 3 graden, maar ook overdag bleef het kwik onder nul, alweer een ijsdag (de 4e) en dat in november! Bovendien valt er ijzel – onderkoelde regen die direct op de grond bevriest – en zijn de wegen spiegelglad. Voor het eerst van mijn leven heb ik op 20 november geschaatst! De dooi was van weinig betekenis, de ijsregen zorgde voor verdere ijsvorming, zodat het ijs op de sloten sterk genoeg bleek. Roffelig ijs, maar ik kon de lust niet weerstaan het ook eens te proberen (…) Vanavond is de wind weer in kracht toegenomen, het vriest 3 graden en er wordt bovendien nog ijzel of sneeuw verwacht. De toestand op de wegen wordt met het uur slechter, zo meldt het laatste nieuws van de televisie. In het gehele land ondervindt het verkeer veel hinder van de gladheid.”

Met het wegtrekken van depressie stroomde er op 21 november met een naar noord tot noordoost ruimende wind wat minder koude lucht binnen waardoor het overdag tot een lichte dooi kwam, maar hogerop in de atmosfeer koelde de lucht juist af. Het gevolg waren sneeuwbuien en toen het de nacht daarop ophelderde en de wind ging liggen, ging het kwik hard onderuit. In Eelde duikelde het kwik naar -13.1 graden en de nacht daarop trad de derde nacht met strenge vorst op met -10.1 graden.

Het einde van een bijzonder vroege koudegolf.

Het had aldus maar weinig gescheeld of Eelde had een bijzonder vroege koudegolf beleefd. Eigenlijk werd aan de eis van drie strenge vorstnachten voldaan, en ook aan de eis van minstens vijf ijsdagen, want dat waren er zelfs acht! Helaas werden deze acht ijsdagen tweemaal doorbroken door een dagje met een minimale dooi van respectievelijk +0.2 en +0.9 graden, zodat aan de aanvullende eis van vijf opeenvolgende ijsdagen niet werd voldaan. Het werd aldus een fikse vorstperiode.

Na de 22e bracht een naderende depressie vanuit het westen de wind in de zuid- en later zuidwesthoek en was het letterlijk wachten op de dooi die er zat aan te komen en die op 24 november dan ook algemeen werd. We citeren voor de laatste keer de heer Grootes uit de Zaanstreek:

“De suikerbietencampagne is door de vroeg ingetreden vorst in ernstige moeilijkheden geraakt. Naar raming zitten er in ons land nog ca. 10.000 hectare bieten in de hard bevroren grond en het is vrijwel onmogelijk deze te rooien (…) 23 november. Vannacht flinke sneeuwbuien, er ligt tenminste 5 cm sneeuw en vanochtend vroor het maar liefst 6 graden, overdag rond het vriespunt. In de loop van de avond wordt het weer slechter. De harde ZZW-wind wakkert aan tot stormkracht en er valt bovendien veel sneeuw. Zo beleven we nu al in november een sneeuwstorm, alsof het hartje winter is!

24 November. Zware dooi. De sneeuw is in de nanacht overgegaan in regen en de harde ZZW-wind zorgt voor een stijging van de temperatuur tot +5 graden. Zo komt er spoedig een einde aan dit vroege wintertje dat al ijsvorming veroorzaakte op het IJsselmeer en het Veluwe- plus het Eemmeer al niet meer bevaarbaar waren!”

De cijfertjes.

Na de 24e was de winter dus voorbij, maar dat betekende niet dat het erg zacht werd. ’s Nachts bleef het kwik namelijk flirten met het vriespunt. Zo hadden we een vorstperiode van allure achter de rug met in Eelde 14 vorstdagen op rij, 8 ijsdagen en een totaal Hellmanngetal (de sommatie van alle negatieve etmaaltemperaturen met weglating van het minteken) van 40.1. De vorstsom (de sommatie van alle negatieve minimum- en maximumtemperaturen met weglating van het minteken) kwam zelfs uit op 87.1. Verder zuidwaarts kwam men zo nu en dan in zachtere lucht terecht. In De Bilt waren deze cijfers respectievelijk 12, 3, 20.0 en 54.8 en in Beek 12, 5, 20.7 en 40.2. Traditioneel was het langs de kust minder koud, maar zelfs Den Helder noteerde nog twee ijsdagen en elf vorstdagen bij een Hellmanngetal van 8.4 en een vorstgetal van 27.0. Vlissingen had als laagste maximum precies 0.0 graden op 15 november en slechts 8 vorstdagen. Daar stelde dit vroege wintertje duidelijk het minste voor. Toch hadden een bijzonder vroege winterse periode achter de rug, die pas in 1980 een nóg vroegere herhaling zou kennen.

Bronnen: Meteo Consult, eigen archief, Wetterzentrale, ’50 Jaar Zaanse ijskronieken’ door N.A. Grootes en ‘Bar en boos, zeven eeuwen winterweer in de Lage Landen’ door Drs. J. Buisman. Foto’s: N.A. Grootes (voorpagina); Wetterzentrale en screenshots van het meteoprogramma van Joop Dijkstra.