Winter, de 'echte' herfst

De meteorologische herfst is al meer dan twee maanden onderweg, maar het 'herfstseizoen' bij uitstek moet nog komen: de winter.

Grijs en traag trekken de dagen aan ons voorbij. Bewolking en soms mist domineren het weerbeeld al etmalen achtereen, op een beperkt aantal plekken soms onderbroken door een korte zonnige episode.

Weerliefhebbers die hoopten op een onstuimige herfst met veel wind komen voorlopig bedrogen uit. Hoewel bedrogen…. het échte topseizoen voor 'herfstachtige' omstandigheden moet nog komen: de winter.

De herfst als aanloop naar de winter

Dat evenwel juist de herfst met onstuimig ‘herfstweer’ wordt geassocieerd, is aan de andere kant niet vreemd. De temperaturen dalen, het aantal regenuren neemt toe, en ja, ook gaat het al wat harder waaien. En door deze ontwikkelingen verliezen geleidelijk steeds meer bomen hun blad.

Verder is waarschijnlijk van invloed op de beleving van de herfst als ‘onstuimig’ jaargetijde dat áls het een keer tot storm komt en er nog redelijk wat blad aan de bomen zit, relatief gemakkelijk takken afwaaien en bomen omvallen. Het mag dan wel zeker niet ieder jaar stormen tijdens de herfst, áls het gebeurt dan blijft het daarmee wel scherp hangen.

De winter: de meeste wind

Maar zoals al aangegeven, is de winter eigenlijk het echte ‘herfstseizoen’. Dat komt vooral duidelijk terug in de windsnelheden. Nadat we in de herfst al een lichte toename in windsnelheid hebben gezien ten opzichte van de zomer, bereiken we in het winterseizoen de piek.

De cijfers

Zulke beweringen vragen natuurlijk om onderbouwing door cijfers. En die is er dan ook.

Gemiddelde windsnelheid per seizoen

Kijken naar de gemiddelde windsnelheid dan kennen de zomermaanden de laagste windsnelheid, met bijvoorbeeld op kuststation De Kooy een gemiddelde van 5,2 m/s. De lente noteert 6,0 m/s, de herfst 6,1 m/s. De winter is duidelijk de topper met 6,9 m/s.

Pieken met veel wind

Op zichzelf zeggen gemiddelden niet alles. Het zou theoretisch gezien namelijk zo kunnen zijn dat een toename in gemiddelde windsnelheid wordt bewerkstelligd doordat het op alle ‘normale’ dagen nét iets harder waait, zonder dat het aantal dagen met serieuze en voor de weersbeleving duidelijk merkbare windpieken stijgt.

Echter, in de praktijk zien we dat ook het aantal dagen met ‘veel wind’ in de wintermaanden het hoogst ligt. Definiëren we ‘veel wind’ als tenminste een vrij krachtige windkracht 5 landinwaarts en tenminste een stormachtige wind, kracht 8 aan de kust, dan ontstaat het volgende plaatje:

Kuststation De Kooy (bij Den Helder) kent in de lente – afgerond – gemiddeld 1 dag met windkracht 8 of meer, in de zomer 0 dagen, in de herfst 2 dagen, en in de winter 4 dagen.

Gaan we dan naar het binnenland, en kijken we naar het aantal dagen met tenminste windkracht 5, dan komen de cijfers voor het beschutten station De Bilt uit op respectievelijk 12 (lente), 3 (zomer), 9 (herfst), en 19 (winter). Een voor de meeste plaatsen wat wind betreft representatiever station als Deelen noteert 31 dagen met tenminste windkracht 5 in de lente, 16 in de zomer, 26 in de herfst en 35 in de winter. Een relatief onbeschut station als Schiphol komt tot respectievelijk 38, 26, 34, en 43 dagen.

Dat was een hoop cijfers op een rij, waaruit blijkt dat de winterperiode (de maanden december tot en met februari) de meeste dagen kent met ‘veel wind’.

De lente

Overigens tonen diezelfde cijfers ook dat op dat gebied niet alleen de winter maar ook de lente de herfst aftroeft. Daarbij ligt tevens de gemiddelde windsnelheid in de lente hoger. Daarbij zien we dat de meeste wind bestemd is voor de vroege lente - niet toevallig het dichtst bij de winterperiode. Datzelfde geldt trouwens voor de herfstperiode, die in november door de jaren heen de hoogste windsnelheden kent.

Afbeelding homepage: archief.

Bronnen: Meteo Consult, KNMI (website + Klimaatatlas van Nederland)