Astronomische herfst gaat ook van start

De herfst begint en dag en nacht zouden dan even lang moeten duren. Maar dat is eigenlijk helemaal niet zo!

Nadat op 1 september de meteorologische herfst begonnen is, is het nu de beurt aan de astronomische herfst. Maar waarom begint de herfst nou precies vandaag, en wat zijn de verschillende achterliggende processen?

Vandaag (maandag 22 september) om 17.44 uur is het zover. Volgens de astronomische of sterrenkundige kalender begint dan de herfst. Dit in tegenstelling tot de meteorologische herfst die al op 1 september is begonnen. De reden hiervoor is voor meteorologen vooral van praktisch aard.

Veel mensen leven met het idee dat een seizoen altijd op de 21e van de maand begint. Gemiddeld is dat ook altijd zo. De lente begint meestal op de 20e en de herfst en winter beginnen meestal één of twee dagen later. Het is zelfs een aantal keren voorgekomen dat de astronomische herfst pas op 24 september begon. Het laatst was dit in 1931.

De seizoenen zijn ontstaan door de aardas die ten opzichte van de zon 23,5? uit het lood staat. Als dit niet het geval zou zijn zouden wij op aarde geen seizoenen kennen. Hierdoor verschilt de oppervlakte die een bundel zonnestralen moet verwarmen van dag tot dag. In de praktijk zien mensen dan dat de zon in de zomer hoger aan de horizon staat dan in de winter. De zonnestralen leggen in dat laatste geval ook een langere afstand door de dampkring af, waardoor deze meer worden teruggekaatst door verschillende stoffen in de atmosfeer. Al deze zaken zijn van invloed op de temperaturen.

Het zuidelijk halfrond en het noordelijk halfrond van de aarde hebben altijd tegengestelde seizoenen. Twee keer per jaar staat de zon loodrecht boven de evenaar. Dat is op het moment dat de herfst en de lente beginnen. Als de zomer op het noordelijk halfrond begint staat de zon loodrecht boven de Kreeftskeerkring. Dat is het moment dat de dag op het noordelijk halfrond het langst duurt en op het zuidelijk halfrond het kortst.

Een half jaar later staat de zon precies boven de Steenbokskeerkring en begint voor het noordelijk halfrond de winter. De nacht duurt dan op het noordelijk halfrond het langst en op het zuidelijk halfrond het kortst.

Vandaag om 17.44 uur staat de zon loodrecht boven de evenaar. In theorie zouden dag en nacht dan even lang moeten duren. Echter uit de tabel waar de tijden van zonsopkomst en zonsondergang te vinden zijn blijkt wat anders! De eerste herfstdag duurt namelijk 12 uur en 11 minuten. Pas op 25 september duren dag en nacht volgende de tabel van zonsopkomst- en zonsondergangtijden even lang. Hiervoor zijn eigenlijk twee verschillende oorzaken.

Op de eerste plaats wordt het moment waarop het bovenste deel van de zon boven de horizon komt gezien als het tijdstip van zonsopkomst. En ook van een zonsondergang spreken we pas als het laatste stukje zon verdwenen is. Hierdoor duurt de dag momenteel nog iets langer dan de nacht.

Een tweede rol is weg gelegd voor de atmosfeer. Deze zorgt namelijk voor een fenomeen dat refractie wordt genoemd. Door de atmosfeer worden zonnestralen gebroken en enigszins afgebogen. Hierdoor wordt het beeld van de zon bij de horizon iets opgetild, waardoor hij nog eerder op lijkt te komen en nog later onder lijkt te gaan. We kijken als het ware iets over de horizon heen en zien de zon dus al als hij in werkelijkheid nog net onder de horizon staat. Ook hier geldt, net als bij de scheve aardas, dat als de atmosfeer er niet zou zijn dit effect er ook niet zou zijn.

Bronnen: KNMI, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Stichting de Koepel Utrecht en Meteo Consult.

Foto voorpagina: archief Meteo Consult.