Allemaal beestjes....

Het is zomer, maar geen stabiel zomerweer. De komende dagen kunnen elke dag regen- en onweersbuien ontstaan. Daarbij blijft het warm tot zeer warm. Als het warmer wordt, zien we steeds meer beestjes...

 

Allemaal beestjes……

Het is zomer, maar geen stabiel zomerweer. De komende dagen kunnen elke dag regen- en onweersbuien ontstaan. Daarbij blijft het warm tot zeer warm. Als het warmer wordt, zien we steeds meer beestjes. Van de meesten hebben we weinig last, sommige zijn vervelend en houden ons uit onze slaap. Er zijn beestjes waar we niet zonder kunnen en er zijn beestjes die allergische reacties of vervelende ziektes kunnen overbrengen....

Muggen

Tijdens het wisselvallige en koele weer tijdens de eerste drie weken van juli viel het met de muggen mee. Maar nu de temperaturen naar zomerse tot tropische hoogten stijgen, zijn ze er weer. Het zijn de wijfjes die steken, want ze hebben bloed van een mens of dier nodig om hun eieren te voeden. Muggen steken van zonsondergang tot zonsopkomst, men moet dus vooral ’s nachts op zijn hoede zijn. Muggen worden aangetrokken door koolzuurgas dat wij uitademen en door allerlei andere geuren. In een steeds warmer wordend klimaat is het niet uitgesloten dat we steeds vaker last krijgen van muggen. Bovendien worden in Nederland steeds meer “natte”natuurgebieden aangelegd. Muggen houden niet alleen van warmte maar ook van vocht. Misschien moet Nederland zich wel voorbereiden op meer muggenplagen en is het standaard plaatsen van horren in Nederlandse woning geen overbodige luxe. Vorig jaar had Schiermonnikoog met een muggenplaag te maken. Lek geprikte toeristen vluchtten het eiland af en de toeristensector klaagde over zwermen insecten die de terrassen onleefbaar maakten.  Meer muggen betekent niet dat ook de kans op ‘muggenziekten’ als malaria stijgt. De malariamug kan hier niet overleven, want die legt al het loodje als de temperatuur onder de 14 graden komt.

Wespen

Net als mensen kijken wespen ook uit naar warm weer. Bij oplopende temperaturen worden terrassen niet alleen door mensen bevolkt, maar ook door wespen. De wespen zijn dit jaar vroeg door de zachte winter en het warme voorjaar. Men verwacht dat we ook langer last zullen hebben van wespen. Elk jaar ondervinden we in Nederland in de zomermaanden last van wespen. Vooral in de maand augustus veroorzaken ze veel overlast op terrassen en in achtertuinen. Tegen die tijd zijn de wespennesten op volle sterkte en zijn er geen larven meer in het nest. Aangezien de larven zoetstoffen aan de volwassen wespen geven als dank voor voedsel moeten de wespen bij afwezigheid van larven in het nest op zoek naar andere bronnen van zoetigheid. Onze ijsjes en limonades vinden ze een mooie vervanging. Vandaar dat ze dan limonadewespen genoemd worden. De eerste limonadewespen werden vorige week al gemeld. Normaal gesproken komen de wespenkoninginnen vanaf half april uit hun winterschuilplaats te voorschijn om een nest te bouwen en eitjes te leggen. Vanaf maart is ook mogelijk, maar dat is wel vroeg. Dit jaar werden de eerste wespenkoninginnen echter al vanaf januari gesignaleerd! Dit heeft waarschijnlijk te maken met de uitzonderlijk zachte januari en de zachte februari. Door de normale temperatuur van begin maart tot halverwege april hebben sommige koninginnen de eerste weken na het ontwaken niet overleefd. De wespennesten die wel tot ontwikkeling gekomen zijn, hebben veel eerder de fase dat ze overlast veroorzaken bereikt. In de tweede helft van april steeg de temperatuur weer en ontwaakten de meeste koninginnen uit hun winterslaap. Door de uitzonderlijk warme mei zijn de omstandigheden voor het beginnen van een nest gunstig zeer geweest.Omdat de wespenkoninginnen over een lange periode zijn gezien: januari tot en met begin mei, wordt verwacht dat we zo’n vier weken langer dan normaal last hebben van de limonadewespen.

Bijen

Bijen reageren ook op warm meer. De laatste tijd horen we in het nieuws juist berichten dat bijenvolken massaal sterven.  Bijensterfte, of de zogenaamde wintersterfte, is een normaal verschijnsel in de imkerij. Er is nog veel onbekend over deze bijensterfte. Veelal in het voorjaar ontdekken imkers tijdens inspecties dat een aantal van hun volken de winter niet heeft overleefd. De laatste jaren worden er in een aantal Europese landen (inclusief Nederland) een hoger sterftepercentage waargenomen dan normaal. In Nederland is de sterfte dit voorjaar echter lager dan vorig jaar. Er zijn allerlei mogelijke oorzaken voor sterfte van bijenvolken, zoals bijenziekten, slechte imkerpraktijken, vergiftiging en klimaatsfactoren. Er zijn ook geruchten dat draagbare telefoons wel eens een rol zouden kunnen spelen. Het Ministerie van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit heeft het onderzoek naar de oorzaken van de sterfte uitgebreid. En ook internationaal vindt uitgebreid onderzoek plaats want bijen zijn uiterst belangrijk voor mensen. Albert Einstein heeft ooit eens een uitspraak gedaan: “als de bij sterft, heeft de mens nog vier jaar te leven. Geen bijen meer, geen bevruchting meer, geen gras meer, geen dieren meer, geen mens meer”? De bij vormt de belangrijkste schakel in het proces van bestuiving en dus bevruchting van veel planten. Ongeveer een derde van de gewassen die voor consumptie verbouwd worden is afhankelijk van bestuivers. Bijen worden onder andere gebruikt in de fruitteelt, de glasgroenteteelt en in de zaadteelt. Appels, peren, kersen, komkommers, pompoenen, meloenen, aardbeien, courgettes, paprika’s, enzovoort, enzovoort. Zonder bijen kunnen we ze vergeten.

Teken

In 2007 werden door bezoekers van www.natuurkalender.nl 1576 tekenbeten gemeld.  In 2006 waren dit er 1861. De meeste meldingen kwamen in beide jaren uit Schouwen-Duiveland, Apeldoorn en Ede. Tekenbeten werden in 2007 net als in 2006 vooral opgelopen in bos en tuin. Ouderen lopen het vaakst een tekenbeet op in de tuin, jongeren in het bos. Tuinieren en wandelen zijn daarbij de activiteiten waarbij tekenbeten het meest worden opgelopen. Maar ook tijdens het spelen worden veel tekenbeten opgelopen. De recordhoge temperaturen in herfst 2006, winter 2006/2007 en lente 2007 hebben tot een duidelijke toename in het aantal actieve teken in die periode geleid. Het aantal met de Borrelia-bacterie besmette teken in Nederland varieerde in 2007 van nul tot dertien procent. In 2006 was dit nog 22 tot 29 procent. Beten van besmette teken kunnen bij mensen de ziekte van Lyme veroorzaken. Dit jaar genoten teken van de extreem warme mei dit jaar. Tot nu toe hebben ruim 300 mensen zich gemeld in 2008 met een of meer tekenbeten. 38 procent hiervan werd opgelopen in de tuin en 32 procent in het bos. De meeste teken werden gevangen in het westen van het land. Het grafiekje laat duidelijk zien dat de toename in het aantal tekenbeten eenzelfde lijn volgt als de stijging in temperatuur. De maand mei is een zeer warme maand geweest met een gemiddelde maandtemperatuur van 15,7 °C, terwijl 12,7 °C normaal is voor deze maand. Hiermee was mei de warmste meimaand in ruim een eeuw. Het oude record stond op naam van mei 1992 met een gemiddelde temperatuur van 15,6 °. Uit een voorlopige eerste analyse blijkt dat tot nu toe 38% van de tekenbeten is opgelopen in de tuin en 32% in het bos. Het is dan ook niet verrassend dat 27% van de tekenbeten wordt opgelopen met tuinieren en 26% tijdens het wandelen. De categorie “anders” is met 20% ook hoog. Uit de maandelijkse tekenvangsten uitgevoerd door de Natuurkalender, het Laboratorium voor Entomologie aan Wageningen Universiteit en het IVN blijkt dat in mei de vangsten in het westen van het land beduidend hoger lagen dan in de rest van Nederland. Het gaat hierbij met name om het Twiske en Wassenaar. Dit komt zeer waarschijnlijk doordat de temperaturen in het westen van het land in het voorjaar hoger lagen dan in andere delen van het land. Het feit dat het noorden van Nederland vrij weinig neerslag heeft gehad, heeft wellicht ook een rol gespeeld in het lagere aantal gevangen teken daar.

Eikenprocessierups

Hogere temperaturen in het voorjaar en de zomer en een droge september zijn de oorzaak van een toename van de eikenprocessierups. Eikenprocessierupsen komen van oorsprong niet uit ons land. Sinds 1991 worden ze elk jaar met name in het zuiden van het land aangetroffen en veroorzaken soms veel overlast. De haartjes van de rups kunnen allergische reacties teweeg brengen. In de afgelopen jaren heeft de rups zich steeds verder uitegbreid naar het noorden van ons land. Ook dit heeft te maken met de opwarming. In 1996 was de overlast door de brandharen van de rups voor het eerst groot in de gebieden waar hij voorkam. De rups zat toen nog onder de grote rivieren en werd dat jaar voor het eerst in Zeeland aangetroffen. In 1997 werden er echter beduidend minder rupsen aangetroffen. Vanaf 2001 nam het aantal locaties waar de rups werd aangetroffen weer sterk toe tot en met 2004. In 2005 en vooral 2006 lag het aantal meldingen weer lager maar vorig jaar, 2007, werden weer een groot aantal rupsen aangetroffen. Vorig jaar werd de rups in vrijwel de hele zuidelijke helft van het land aangetroffen. De opschuiving naar het noorden komt overeen met de verschuiving die we bij veel warmteminnende soorten hebben waargenomen in de afgelopen jaren. Aangezien de eikenprocessierupsen vooral op de warme zuidkant van bomen wordt aangetroffen doet vermoeden dat de rupsen voorkeur hebben voor warmere omstandigheden. In de gebieden waar de eikenprocessierups voorkomt is de gemiddelde zomertemperatuur 17,6°C (met een range van 16,5 tot 18,7°C). In het noorden van het land ligt de gemiddelde zomertemperatuur momenteel op 16,7°C (range:15,2 – 17,6). Op basis van de vier klimaatscenarios van het KNMI is bepaald wanneer het klimaat in het noorden van het land geschikt is voor de eikenprocessierups. In 2020 zal de gemiddelde zomertemperatuur naar verwachting uitkomen tussen de 16,6 en 17,6°C. In 2050 komt de gemiddelde zomertemperatuur afhankelijk van het scenario uit tussen de 17,0 en 19,0°C. Op basis van de klimaatscenarios lijkt het dus zeer waarschijnlijk dat de eikenprocessierups in de komende tien jaar in het hele land voor zal komen. Gemeenten in het noorden van het land dienen de komende jaren dus ook alert te zijn.

Bronvermelding: Natuurkalender.nl, Natuurbericht.nl, Ministerie van LNV, Alterra.