Dé weeramateur met een lintje

Veel mensen zijn hobbymatig met het weer bezig. Johan Effing doet dit zelfs al meer dan 50 jaar. Een portret.

Op de Achterhoekse weerdag van 2005 vroeg hij mij al om eens langs te komen in Twente en nu was het dan eindelijk zover: op een natte julidag reisde ik naar Losser af, om daar de ‘doorgewinterde’ weeramateur Johan Effing en zijn vrouw Elfriede te bezoeken. Ik kreeg een gezellig, warm onthaal met boterhammen en koffie. Al snel ging het gesprek – uiteraard zou ik willen zeggen - over het weer, maar ook het (familie)leven van Johan en Elfriede passeerde de revue. 

Johan (1936) en Elfriede zijn al ruim 47 jaar getrouwd en hebben samen drie kinderen, twee zoons en een dochter en ook een stel kleinkinderen. Johan is geen meteoroloog. Samen met zijn vader zocht hij na de lagere school, vlak na de oorlog, de toekomst in de textielindustrie, kwam vervolgens nog even in de marine terecht, maar is een groot deel van zijn leven toch stukadoor en betonreparateur in loondienst geweest. Dit werk heeft hij tot en met 1992 gedaan. En tot op de dag van vandaag weet men Johan te vinden op het gebied van weer en klimaat in het oosten des lands. Zijn weergegevens kwamen zelfs van pas bij het onderzoek naar de vuurwerkramp in Enschede in 2000.

Begin van de weerhobby

In tegenstelling tot kinderen in het westen van het land, leed Johan geen honger in de oorlog, al was het eten niet best. Het was voor Johan een onvergetelijke tijd als kind, want je hoefde niet naar school. Bovendien ontwaakte in die tijd zijn belangstelling voor het weer en alles wat met aardrijkskunde te maken had. Op 12 december 1946, Johan herinnert zich het nog goed, begon voor het gevoel de koudste winter van de vorige eeuw met zijn ijzige oostenwinden. Een verhaal dat Johan mij al vaker had verteld: de inkt bevroor in de inktpotten en door gebrek aan kolen werden de scholen gesloten. De mijnwerkers in Limburg gingen zelfs op zondag aan het werk! Voor de beginnende weeramateur Johan, met alleen een weerpraatje om zeven uur op de radio, als je er ten minste een had, was het een geweldige winter. “We stonden tot diep in maart op de schaats en aan sneeuwstormen was geen gebrek. Uit de Volkskrant van begin maart kan ik mij een plaatje herinneren waarop een radio stond met een man die met een bijl op de radio inhakte, omdat het weerbericht het einde van de winter nog steeds niet aankondigde!”. 

Sneeuw en ijs waren nog maar nauwelijks gesmolten, of de heetste zomer van de 20ste eeuw diende zich aan. Johan zegt hierover: “Veel kan ik mij van deze zomer niet meer herinneren, wel weet ik nog dat er een groot gebrek was aan veevoer en dat het vee sterk vermagerd in de weiden rondliep. Want door de droogte in combinatie met de felle zon groeide er geen sprietje gras meer. Door de droge winter en het zeer warme weer was het grondwater peil sterk gedaald, waardoor vele waterputten droog stonden. En veel beuken hebben deze zomer niet overleefd. Waterleiding was er niet, zodat het drinkwater in melkbussen van de Losserse melkfabriek werd aangevoerd. We hadden in deze zomer een oude wasketel zonder bodem in de Elsbeek gegraven, een riviertje dat langs ons huis liep waar we ook drinkwater uithaalden. Als weeramateur toch wel een voldaan gevoel als je je deze gebeurtenissen nog goed kunt herinneren”. 

Textielindustrie 

In de jaren 1947-1954 verdiepte Johan zich in de textielfabriek in de weeftechniek. Hij leerde werken met allerlei schitterende patronen kleuren en bloemen, weefde sarongs voor de dames van het toenmalige Oost-Indie. Wat Johan niet wist, was dat deze weeftechniek wel iets weg had van het werken met een computer. ‘En dit zou mij in de herfst van mijn leven nog eens van pas komen!” aldus Johan.  

Zijn marinetijd

In januari 1954 verwisselde Johan de textielindustrie voor de Koninklijke Marine in Hilversum. In geuren en kleuren vertelt Johan over die tijd: “De nawinter van 1955 was erg koud en de Loodrechtse plassen, waar we eigenlijk roeien moesten leren, waren dichtgevroren. Op dit ijs maakte ik voor het eerst in mijn leven kennis met enkele echte Friese schaatsenrijders en het was net of we stil stonden. Maar als ik moest oefenen met het gooien van handgranaten stonden zelfs doorgewinterde mariniers met jaloerse blikken te kijken als ik de klootschiettechniek gebruikte.” En tot op de dag van vandaag beoefent Johan deze voor het oosten van het land typische sport. Johan vervolgt: “In de Van Braam Houckgeest kazerne te Doorn beleefde ik ook de bizarre februarimaand van 1956. Het was net of we enkele weken in een diepvrieskist leefden. Aan sneeuw was er toen geen gebrek, want rond het midden van de maand viel er in een nacht 30 tot 35 cm sneeuw. Het dikste pak dat ik ooit in mijn leven heb gezien. De volgende nacht vroor het op verschillende plaatsen 25 graden. In april en mei, toen we het wintertenue verwisselden voor het zomertenue, liepen er nog manschappen rond met hun hoofd in het verband als gevolg van bevriezingsverschijnselen. Vooral de mariniers die toen terug kwamen uit het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea hadden het zwaar te verduren, want oren beschermen tegen de strenge kou was niet toegestaan, want ze waren toch niet voor niets marinier.” 

Waarnemer van Jan Pelleboer en winterliefhebber

Vlak na zijn marinetijd in 1957 las Johan in een artikel in de Twentsche Courant (nu Tubantia, JB), dat er in Twente regenwaarnemers werden gezocht. Hij reageerde hierop en daar bleek toen Jan Pelleboer achter te zitten. Jan kreeg hem zover dat hij in Groningen een glazen regenmeter kocht voor tien gulden, een heel bedrag voor die tijd. Met deze regenmeter, die overigens niet stuk vroor, mat Johan het een na laatste droogste jaar van de 20ste eeuw, 1959, met 425 millimeter! Tot begin jaren tachtig heeft Johan deze regenmeter gebruikt en er een mooie meetreeks aan overgehouden.  

Van de jaren tot de zeer strenge winter van 1962-1963 die op zijn marinetijd volgden, zal Johan een specifieke weersituatie nooit vergeten. “Op een zondag in januari of in februari begon het rond het middaguur, vergezeld van een harde noordwestenwind, hard te sneeuwen waardoor later de temperatuur tot ver onder het vriespunt daalde en de bloemen op de ramen verschenen. Deze lucht moet toen toch wel ontzettend koud zijn geweest! De sneeuw bleef liggen, hier en daar meters hoog opgewaaid, waardoor de wereld veranderde in een poollandschap. Een dag later viel met dezelfde noordwester de dooi alweer in. Het moet in januari of februari 1959 zijn geweest.” 

Johan is een echte winterliefhebber. Dat blijkt ook uit zijn emotionele ervaring die hij in de winter van 1962-1963 meemaakte. “18 januari 1963, mijn verjaardag, een zaterdag, zal ik nooit meer vergeten. Bij de warmte van ouderwetse Bocal haard, nog gestookt met nootjes en met buiten een noordoosterstorm, hoge driftsneeuw en de temperatuur ver onder nul, hebben we samen met familie en vrienden onder het genot van een kopje koffie, een borreltje, en niet te vergeten onze eerste zoon Peter - toen zeven maanden oud - naar het ploeteren van Reinier Paping in de sneeuw op de Dokkumer Ee op onze nieuwe grootbeeld zwart-wit televisie zitten kijken. Curieus was dat ik begin 1997 op 4 januari van dat jaar in de buurt van de beroemde knik van Bartlehiem, vergezeld van mijn twee zoons en schoondochter, de Elfstedentocht van 1997 mocht zien. Ik heb die middag vaak teruggedacht aan die 18 januari van 1963 toen we zo gezellig samen bij de kolenhaard naar de Elfstedentocht hebben zitten kijken. Als ik aan deze momenten terug denk kan ik nog wel emotioneel worden.” 

De bouw in

Rond deze tijd diende zich ook de grote crisis in de textielindustrie aan. Werk was er in overvloed. Gelokt door de hoge lonen in de bouw waagden velen de overstap van de textielindustrie naar de bouwplaats. Voor velen liep dit vroeg of laat op een mislukking uit, omdat ze geen vakopleiding hadden gevolgd. Johan had het geluk om een vakopleiding als stukadoor te kunnen volgen. Na deze opleiding trof hij een stukadoor uit Drenthe waarmee Johan ging samenwerken. Hij sprak met hem af dat Johan hem elke week 25 gulden zou betalen en dat hij in ruil hiervoor hem het vak zou leren. Dit was in die tijd geen probleem want de stukadoors- salarissen behoorden tot de hoogste van de bouw. Johan zegt hierover: “Eindelijk zat ik goed op mijn plaats en kon vooral in de winter volop genieten van ons gezin en van het winterweer als ik in het vorstverlet liep, een prachtige tijd. In november1965 liep ik al op 12 november in het vorstverlet en nooit zal ik die maandagmorgen vergeten toen het bijna 8 graden vroor bij een harde oostenwind, waardoor alles was vastgevroren. De weerkundigen hadden dit niet verwacht. Ook voor mij was deze vroege winterinval een grote verrassing. Deze vorstperiode heeft ontzettend veel vorstschade veroorzaakt, want de ruwbouw is in dat jaar bijzonder nat de winter ingegaan. Complete woningen met stucwerk zijn toen van binnen stuk gevroren. Het jaar 1965 is als een van de natste jaren (1225 mm) uit mijn meetreeks de geschiedenis ingegaan. De zomer van 1965 is met 375 mm nog altijd het natste seizoen wat ik ooit heb gemeten.” 

Lid van de 'weerclub'

We slaan even een periode over en komen dan terecht in het jaar 1975, toen Johan in juli of augustus, dat weet hij niet meer precies, lid werd van de Werkgroep Weeramateurs (nu: Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie, JB). Of kortweg weerclub, zoals Johan het noemt. “Nooit zal ik mijn eerste bezoek aan een bijeenkomst ergens in Utrecht vergeten. Het was alsof ik in een andere wereld terecht kwam met allerlei vreemde snoeshanen. Maar spoedig voelde ik mij thuis bij deze club en al gauw merkte ik dat er veel meer mensen waren met een grote belangstelling voor het weer. Men verzekerde mij dat ik op een prachtige plek in Nederland woonde voor het oprichten van een amateurweerstation. Toen kwam alles in een stroomversnelling. Een timmerman bouwde een weerhut. Ik kocht een paar thermometers en werd vrijwillig waarnemer van het KNMI. In extreme situaties kreeg ik meer dan eens een telefoontje uit de weerkamer.  Tijdens de scherpe kou-inval van oudejaarsdag 1978 ben ik zelfs meerdere keren gebeld, omdat de windmeter van de vliegbasis Twente was uitgevallen. De dienstdoende meteoroloog legde me dan precies uit hoe de kou-inval in zijn werk ging. Ook Friede werd door Erwin Kroll eens gevraagd om eens even naar buiten te kijken of het ook sneeuwde.” 

Regioleider Oost

Op een van de regiobijeenkomsten in 1981 van de vereniging werd Johan gevraagd het regioleiderschap over te nemen van Martin Bosch, omdat Martin toen eindredacteur werd van Weerspiegel, het maandblad van de vereniging. Johan nam de uitdaging aan en heeft er nooit spijt van gehad. “Alleen het over typen van een geschreven verslag gaf wel eens problemen, maar ik vond hiervoor altijd wel iemand die mij hierbij wilde helpen. Het slagen van de bijeenkomsten van regio oost hadden we natuurlijk ook voor een groot gedeelte te danken aan de medewerking van de gemeente Wierden. Toen Ane Lieuwen, de Burgemeester van Wierden en ook een van onze leden, overleed hebben we voor onze bijeenkomsten een prima stek gevonden bij RTV Oost in Hengelo. Met deze omroep hebben we door Ton ten Hove, weerman van deze omroep, hele goede contacten. We voorzien Ton dagelijks van waarnemingen die hij dan weer gebruikt in zijn overzichten en weerberichten. Vlak voor de kerst wordt ons dan een gezellige avond aangeboden en krijgen we een kerstpakket mee naar huis." Alweer enige tijd is Johan geen regioleider meer, maar hij blijft nog steeds wel trouw de bijeenkomsten bezoeken.

Weerkennis komt van pas

Begin jaren tachtig liep het werk in de bouw sterk terug en dat bleef ook voor Johan niet zonder gevolgen. “Je zat in die tijd op een soort vinkentouw en werd wel eens drie of vier keer per jaar ontslagen. Ondanks je ervaring werden familieleden van bazen en uitvoerders vaak bevoordeeld. Met vijftig jaar ben je eigenlijk al te oud om het tempo en lange reistijden in het stukadoorsvak vol te houden. Maar door het volgen van allerlei cursussen bleef ik wel van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte.” Dit was zijn geluk, want tijdens een leermeestercursus in Wijk aan Zee vroeg men Johan of hij zitting wou nemen in de examencommissie van Noord-Nederland. “Ook hier kwam mijn gevoel, of inzicht in het weer, weer goed van pas. Want tijdens het eerste examen in een spiksplinternieuw gebouw in Veenendaal hadden alle kandidaten die in de boxen een werkstuk moesten maken, last van de bijzonder schrale lucht in het dure gebouw. Enkele van mijn mede-examinators, de directeur en andere kopstukken die geen praktijkervaring hadden, waren het niet mij eens dat er in het dure gebouw iets niet in orde was met het binnenklimaat. Maar door het opstellen de volgende dag van een van mijn thermo-hygrografen (een instrument om de temperatuur en luchtvochtigheid te meten, JB) kon ik bewijzen dat het binnenklimaat in gebouw veel te droog was. De kandidaten hadden mazzel, want bij de beoordeling van de werkstukken werd hiermee rekening gehouden. Als je stukadoort bij een te lage luchtvochtigheid droogt de mortel (specie) eerder uit en vooral bij het pleisteren van scherpe kanten gaat de mortel brokkelen en wordt het werk niet mooi strak.”  

Johan stopt met werken

In het najaar van 1992 kreeg Johan van zijn baas te horen dat hij hem niet meer nodig had. Na het lezen van de ontslagpapieren bleek dat deze niet juist waren ingevuld, maar gelukkig was Johan in het bezit van een aantal loonspecificaties, zodat hij de zaak recht kon trekken. “Precies op mijn 57ste verjaardag, als stukadoors kunnen uittreden, op 18 januari 1992, kreeg ik mijn papieren toegestuurd. Dit uittreden hebben we bij Jan Versteegt in Tolkamer nog gevierd met een dik stuk boterkoek. We hadden daar samen met regio Gelderland een regiobijeenkomst georganiseerd. Nu brak voor Elfriede een mij en een mooie tijd aan en konden we volop van onze hobby's gaan genieten. Elfriede kon uren lang op haar piano Bach zitten studeren. Maar het ging niet zo als we ons dat hadden voorgesteld. Elfriede werd ziek. Tergend langzaam gingen haar krachten achteruit en in het voorjaar van 1993 werd ze in het ziekenhuis in Enschede opgenomen. Met vallen en opstaan en veel teleurstellingen heeft ze nu de ziekte gelukkig overwonnen.”

Intrede van de computer in huize Effing

Al vanaf de jaren tachtig ging Johan zich verdiepen in de computer en alles wat daar bij komt kijken. “Mij werd toen wel eens gevraagd: waarom heb je nog geen computer? Ik antwoordde dan altijd wat moet ik met zo'n machine. Met mijn ruim 50 jarige ervaring dacht ik, en zei altijd, dat het zonder een computer best mogelijk is om de waarnemingen van mijn weerstation te ordenen of een weerpraatje voor een zieken- of stadsomroep in elkaar te timmeren. Maar als je ouder wordt, worden de waarnemingen toch een steeds kostbaarder bezit. Bovendien zijn de logboeken aan slijtage onderhevig. Het is bovendien erg jammer dat je weinig met de waarnemingen kunt doen. Heel langzaam rijpte bij mij dan ook het plan om hier en daar maar eens wat in het rond te vragen of een computer ook wat voor me zou zijn. Van mijn leeftijdgenoten kreeg ik zonder uitzondering te horen dat ik daar veel te oud voor was. Je kunt het geduld er niet voor opbrengen. Heel verrassend is het achteraf te moeten constateren dat de meeste jonge mensen, waaronder mijn kinderen en Elfriede, er heel anders over dachten. Toen kwam het probleem, hoe ga ik het aanpakken. Moet ik een tweedehands aanschaffen of een geheel nieuwe. Weer kreeg ik allerlei uiteenlopende adviezen. Een vriend van één van mijn kinderen, die informatica studeerde, heeft me geadviseerd om toch maar een geheel nieuwe computer te nemen met Windows 95. Dit om de eenvoudige reden dat je er veel sneller mee kunt leren werken.”  

Het duurde even voordat Johan Windows 95 onder de knie kreeg. Hij volgde daarvoor een cursus en ruim twee maanden is hij hier mee bezig geweest. En nu kwam zijn ervaring in de weeftechniek mooi van pas. “Het werken met Windows 95 heeft namelijk wel wat weg van een driewals zes kleurenpatroon van een weefgetouw. Of van een Dobby- of Jacquardweefsel (=bloemenweefsel) van een automatisch weefgetouw. Deze machines lopen ook op programma's of kaarten waardoor het geweven patroon te voorschijn komt”, aldus Johan.  

Weerstation Losser

Inmiddels zijn we weer een flink aantal jaren verder en is ook Johan op het internet te vinden met zijn weerstation. Op zijn site is genoeg informatie over het weer in Oost-Nederland en aanverwante zaken te vinden. Hier heeft Johan samen met zijn webmaster Albert Oude Nijhuis dan ook bijzonder veel vrije tijd aan besteed en met enige steun van het Dagblad Tubantia heeft Albert er een prachtige site omheen gebouwd. Ik kan u de site van harte aanbevelen.

Koninklijke onderscheiding!

Naast het erelidschap van de VWK dat hij in mei 2004 voor zijn 50-jarig jubileum als actief weeramateur kreeg, mag een ander hoogtepunt voor Johan niet onvermeld blijven: zijn Koninklijke onderscheiding. Tot zover ik weet is Johan de enige actieve weerhobbyist die dit heeft! Dit heeft hij te danken aan zijn dochter, die hem heeft aangeprezen/aangemeld. “Dit werd voor mij een van de grootste verrassingen die ik ooit heb beleefd. Je beseft aanvankelijk niet waar je dit aan verdiend hebt. De eerste weken na zo’n onderscheiding weet je niet goed raad met alle felicitaties die op je af komen. In je hoofd en op je bureau en in de computer lijkt het dan rommeltje te zijn. Er waren felicitaties van de oud-burgemeester van Losser: Smit, maar ook de minister van Verkeer en Waterstaat en de directeur van het KNMI. Door de vele gelukwensen en berichten die op je af zijn gekomen dringt het tot je door dat je toch wel met iets unieks bezig bent geweest. Het in kaart brengen en het toegankelijk maken van het klimaat van oost Nederland. Dit is voor mij een soort ontdekkingsreis door de rijke weerhistorie van ons klimaat geweest. Daardoor krijg je een prachtig beeld van het Nederlandse klimaat.” 

Hele grote aardappelen

Die middag heeft Johan mij nog de omgeving in en rond Losser laten zien, het werd zowaar droog, wel bleef het bewolkt. En we namen even een kijkje in Erve Kraesgenberg, een historische (nagebouwde) boerderij alwaar van 27 juni tot en met 20 juli een uitgebreide archeologische, geologische tentoonstelling en klimaatexpositie plaatsvond (Geologie en Klimaatsverandering). Dat laatste was op initiatief van Johan, in samenwerking met het KNMI en de instrumentencommissie van de VWK. Hij heeft er zelf ook een lezing over het klimaat van Oost-Nederland gehouden. Verder waren er nog veel meer activiteiten, ook voor kinderen.

Wij kwamen ook nog even in Duitsland terecht, Losser ligt immers aan de Duitse grens. Verder reden we langs de Losserse klootschietvereniging waar Johan actief de sport beoefent en we eindigden de rit op het volkstuincomplex. Want hier is Johan meerdere dagen in de week te vinden. Naast het weer steekt hij hier veel vrije tijd in en verbouwt allerlei groentes. En ik had geluk: de oogst aardappels is bij hem dit jaar enorm. Samen konden we erg grote aardappels uit de grond halen. Zulke joekels heeft Johan naar eigen zeggen nog niet eerder gehad! Maar ook zijn sla zag er prima uit. Ik kreeg beide groenten mee naar huis en heb er de afgelopen weken af en toe flink van gesmuld! 

Na een kopje heerlijke koffie van Elfriede was de gezellige julimiddag teneinde. Ik keerde weer huiswaarts. Ik was met de trein en Johan bracht mij terug naar het station Enschede. En vlak nadat de trein zich in beweging zette door het Twentse land, begon het helaas toch weer flink te regenen, nadat het toch een tijdlang droog was geweest. Maar dit heeft de plezierige middag met een bijzondere man absoluut niet verpest. Een weerhobbyist waar we als weerliefhebbers trots op mogen zijn.

Jordi Bloem

Met grote dank aan en bron: Johan en Friede Effing, Tubantia.

Weersite van Johan: www.weerstationlosser.nl