Drie keer is scheepsrecht?

Zowel woensdag als donderdag sloten op veel plaatsen af met regen- of onweersbuien. De tegenstellingen binnen Nederland waren soms enorm.

Weerkundig waren het twee behoorlijk interessante dagen, die ons als meteorologen alvast een beetje opwarmden voor de zomer. De Nederlandse zomer, waarin een warme periode vaak al vrij snel wordt afgesloten door regen- en onweersbuien. Soms zelfs zo snel nadat het opwarmt, dat het net lijkt alsof er helemaal geen ‘zomer’ is geweest, zoals veel mensen zeggen over de afgelopen zomer van 2007.

De ‘echte’ zomer vorig jaar vond plaats in april en begin mei toen er zes wekenlang nauwelijks een druppel viel en we half april de 30 graden al bijna bereikten. Ook dát echter, is eigenlijk geen echte Nederlandse zomersituatie. Want zoals hierboven al aangegeven, de buien en afkoeling volgen meestal veel sneller. Daarbij kunnen zich op één moment grote tegenstellingen voordoen binnen ons land.

Zo ook na de temperatuursopleving van afgelopen zondag tot op woensdag. Nadat zondag voor de eerste (!) keer dit jaar de 15-gradengrens op grote schaal werd gepasseerd, zagen we woensdag vooral in de oostelijke helft van het land op diverse plaatsen de 20-gradenbarriere sneuvelen. De propellers van de zomermotor begonnen zowaar te pruttelen.

Maar…. vanuit het westen naderde een front, waarachter koelere lucht het land zou gaan binnenstromen. Zoals we in de zomer veel vaker zien, ontstonden al voor het front uit regen- en onweersbuien. Dit had met verschillende zaken te maken.

Sowieso, zien we al voor een dergelijk front uit dat de onstabiliteit van de atmosfeer toeneemt. Stapelwolken kunnen gemakkelijker ontstaan en uitgroeien dan in de uren of dagen ervoor. Wanneer het front daarbij pas laat op dag dichterbij komt, is deze onstabiliteit nog verder vergroot doordat de temperaturen aan de grond hoog zijn opgelopen.

Verder waren er, en nu kijken we specifiek naar afgelopen woensdag, twee zones waar de onstabiliteit verder gestimuleerd werd. Deze twee zones, zogenaamde ‘convergentiezones’, kenmerkten zich onder meer door het feit dat aan beide zijden ervan de windrichting (net) anders was. In dergelijke zones botsen twee luchtstromen, waardoor de lucht geen andere kant op kan dan naar boven. Dergelijke convergentiezones zorgen voor een extra steuntje in de rug van de onstabiliteit, en zijn daarmee een voorkeursgebied voor het ontstaan van buien.

Eén van de twee convergentiezones van woensdag lag boven een strook die liep van Limburg tot over Gelderland. De andere lag boven het zuidwesten van het land.

Maar….. er was nog meer aan de hand. Met het oplopen van de temperaturen werd de atmosfeer niet alleen nog onstabieler, maar ook liepen de tegenstellingen tussen de temperatuur boven de nog koude zee (slechts 9 a 10 graden) en de temperatuur boven land steeds verder op. Hierdoor kwam er als eerst in Zeeland een stevige zeewind op gang.

Daarmee stroomde koele lucht van boven zee het land op. Deze koude lucht won steeds verder terrein en bereikte uiteindelijk de meest westelijke convergentiezone boven Zuidwest-Nederland die doorliep tot boven België. Omdat koele lucht zwaarder is dan warme lucht, schoof deze lucht met geweld onder de warme lucht in het binnenland. Op deze overgang (het zogenaamde ‘zeewindfront’) kregen de al aanwezige stijgende luchtbewegingen nog een extra zet. De stapelwolken groeien daardoor extra fors uit. Op de plek het zeewindfront uiteindelijk de convergentiezone boven het zuidwesten bereikte, waren de stijgende bewegingen in de atmosfeer maximaal: daar ontstonden dan ook als eerste de pittigste buien.

De temperatuursverschillen tussen het gedeelte van het land ten oosten en het gebied ten westen van de buienlijn waren enorm. Zie ook het kaartje met de temperaturen aan het eind van de middag hiernaast.

Deze buien waren overigens niet de enige buien van de dag. Op de oostelijke convergentiezone kwam het zeer plaatselijk in Limburg ook al tot een eerste bui. Maar de meeste activiteit was toch vooral te vinden boven delen van het zuidwesten.

Verder waren ook op het ‘eigenlijke front’ ten westen en zuidwesten van ons al de hele dag buien te zien, die langzaam dichterbij schoven. Met het ontstaan van de zojuist beschreven buien daarvoor uit, boven land in Nederland en België, nam de activiteit van deze tweede buienlijn echter wat af. Ook dát is een verschijnsel dat we in de zomer regelmatig tegengekomen: de stevigste buien vallen vaak vóórdat het ‘eigenlijke’ front overtrekt.

Hoe dieper de zomer in overigens, hoe kleiner de verschillen tussen de temperatuur van het steeds warmere zeewater en het warme land worden. Maar ondanks dat, zien we (net als overigens ook afgelopen woensdag) dat voorafgaand aan het ‘eigenlijke’ front, het verschil in luchtdruk vaak afneemt. Hierdoor valt de windsnelheid iets terug, en krijgt daardoor een eventuele zeewind vaak alsnog kans dieper het land op te dringen met op het zeewindfront soms een lijn met pittige regen- en onweersbuien.

Het aparte was dat de situatie van woensdag zich donderdag vrijwel identiek herhaalde met opnieuw de buien die aanvankelijk vooral vóór het front uit het meest actief waren. Later zou het eigenlijke front boven het noordoosten van het land zelf ook flink activeren.

Zondag zouden we overigens voor de derde keer in 5 dagen een vergelijkbare situatie kunnen meemaken. Dit weekeinde wordt het met een zuidelijke aanvoer namelijk steeds warmer. Zondag volgen later op de dag naar verwachtingen wederom buien op nadering van een koufront. Drie keer is scheepsrecht zullen we maar zeggen.

Afbeelding homepage: uitsnede foto Henk Voermans, Breda

Bron: Meteo Consult