Over bevriezing, aanvriezing en opvriezing

In een vorstperiode vallen de termen 'bevriezing', 'opvriezing', 'aanvriezing' en 'ijzel' nog wel eens. Lang niet altijd worden deze kreten echter correct gebruikt. Tijd dus voor een korte uitleg.

In de afgelopen vorstperiode werden diverse wintertermen in de weerberichten genoemd, zoals ‘aanvriezende mist’, ‘ijzel’ en ‘opvriezing’. Al deze kreten werden gebezigd om het luisterende en kijkende publiek te waarschuwen voor gladde wegen. Toch worden de diverse termen dikwijs verkeerd gebruikt. We proberen, nu het kwik is opgelopen, enige klaarheid in deze materie te geven, want zodra 2008 op de kalender verschijnt, zou de winter wel eens snel weer aanwezig kunnen zijn!

Bevriezing van natte weggedeelten 

Als we gladheid door hagel, sneeuw of door uit bomen neerdwarrelend rijp buiten beschouwing laten, dan wordt het in ons land daarnaast het vaakst glad doordat water op de weg bevriest. Dit heet simpelweg ‘bevriezing van natte weggedeelten’ en op zich is dat een goede term. Het meest berucht is nachtelijke regenbui bij temperaturen boven nul, waarna er een brede opklaring volgt en door uitstraling het kwik aan de grond beneden nul komt en het water bevriest. Dat proces kan al snel optreden. Plassen op een garagedak, maar ook autoruiten en –daken kunnen al bevriezen of van een laagje rijp worden voorzien, als de luchttemperatuur nog een aantal graden boven nul ligt. In sommige berichten wordt regen die bevriest zodra het na de bui opklaart ‘ijzel’ genoemd, maar dat is een onjuiste term voor dit verschijnsel. Want wat is ijzel feitelijk?

IJzel

Echte ijzel is regen, die valt door een luchtlaag waarin de temperatuur beneden het vriespunt ligt, waarbij de druppeltjes ook afkoelen tot onder het vriespunt, maar nog niet zijn bevroren. Dit noemen we ‘onderkoelde regen’ een neerslagvorm die in ons land maar zelden voorkomt. Zodra zo’n druppeltje in contact komt met een koud voorwerp, bevriest het onmiddellijk. Bij onderkoelde regen zal zich dus overal een dikke ijskorst op kunnen vastzetten, zonder dat zich ijspegels vormen (alleen bij lampen die warmte afgeven zal dat gebeuren, maar bijvoorbeeld vrijwel niet langs prikkeldraad).

Vaker komt de ijzelvorm voor dat het regent, maar de druppeltjes nog niet onderkoeld zijn. Bij de grond aangekomen duurt het daarom eventjes tot ze bevriezen. Het resultaat is dat er relatief wat minder ijs op voorwerpen komt te zitten, omdat een deel van het regenwater er nog in slaagt er vanaf te druppelen. In dit geval zullen er overal fraaie ijspegels ontstaan, ook bijvoorbeeld langs prikkeldraad. Het eindresultaat zal in ieder geval hetzelfde zijn. Er vormt zich een ijskorst op trottoirs en wegen en het is spiegelglad. Belangrijk in deze is dat de regen in korte tijd, binnen enkele minuten bevriest. Als de weg koud is en de luchttemperatuur onder nul, zal dat ook vaak zo snel gebeuren.

In sommige berichten wordt er ook over ijzel gesproken in het geval van de regenbui en de opklaring daarna, zoals hierboven is aangestipt. Dit is echter bevriezing van natte weggedeelten. Eventuele gladheid zal in dat geval veel plaatselijker optreden, maar daarom des te verradelijker zijn.

Aanvriezende mist

Een kreet die steevast in de weerberichten opduikt zodra het tot mist komt, bij temperaturen onder nul. Het is ook de meest misbruikte kreet, want als de vorst invalt en voortduurt, zal het bijna nooit tot aanvriezende mist komen. Zet in een vochtige ruimte een koud glas limonade neer en een glas lauwe thee. Op het limonadeglas zal zich zeer snel condens vormen, maar op het glas met thee gebeurt dat niet. Om dezelfde reden zal aan het begin van een vorstperiode mist nooit op de weg kunnen aanvriezen, omdat die weg een hogere temperatuur heeft dan de omringende lucht. Voor die koude mistdruppeltjes zal het wegdek dus lijken op dat glas lauwe thee en ze zullen zich daar niet op afzetten.

Anders wordt het verhaal als na een flinke vorstperiode de dooi invalt, maar het wegdek nog een temperatuur van onder nul bezit. Als er nu mist ontstaat (en dat gebeurt vaak, de zogenaamde ‘dooimist’), dan is de weg opeens als dat koude limonadeglas geworden en is er wél sprake van ‘aanvriezende mist.’ 

Opvriezing

Aan het eind van een vorstperiode duikt de term ‘opvriezing’ nog al eens op. Als de luchttemperatuur boven nul is en blijft, maar de vorst nog in de grond zit, dan kunnen wegdelen tijdens nachtelijke opklaringen wit uitslaan van de rijp. Opnieuw gaat dan de vergelijking met het koude limonadeglas op. ‘De kou trekt uit de grond’ zegt men dan ook wel eens. Dat is trouwens een betere kreet dan de term ‘opvriezing’, want daarmee wordt het verschijnsel bedoeld dat de bevroren grond uitzet, omdat het grondwater bevriest. Omdat ijs een groter volume inneemt dan water, komt de grond dan ook letterlijk omhoog. Tuintegels kunnen dan ook opeens los gaan zitten en in een extreem geval kan ook een wegdek beschadigd raken.

Gedurende de komende dagen zullen we van deze verschijnselen geen last meer krijgen, maar juist met Oud en Nieuw lijkt Koning Winter een offensief voor te bereiden. Hoe dit in zijn werk gaat en welke regio de speerpunt van dit offensief zal worden, moet nog worden afgewacht. Voor winterliefhebbers zijn de ontwikkelingen in ieder geval interessant. Op deze weersite kunt u de meest actuele weerkaarten oproepen en via de Meteo Consult weerlijn 0900-9725 zullen wij u meerdere malen per dag op de hoogte houden van de weersontwikkelingen. Kies dan optie ‘2’ voor een gedetailleerd weerbericht tot 5 dagen vooruit en optie ‘5’ voor een meer globale verwachting voor dag ‘6’ tot en met ’10’.

Bronnen: Meteo Consult.

Foto’s: Gerrit van Osch; Andreas Rathmanner, Martha Kivits en Evelien van Poppel.