Bijna kerst en het sneeuwt!

Op een aantal plaatsen in ons land waren mensen enigszins verbaasd toen ze vanmorgen de gordijnen open deden, het had namelijk gesneeuwd!

Het heeft iets magisch, sneeuw tijdens de kerstdagen. De kans is groot dat we ook dit jaar een groene kerst krijgen, maar vanmorgen was het toch heel lokaal wit door wat lichte sneeuw. Opmerkelijk is dat de temperatuur vanaf 230 a 250 meter boven het aardoppervlak boven het vriespunt ligt. Op 400 à 500 meter hoogte werd vanmorgen maarliefst een temperatuur van +9 graden gemeten. Nu zult u denken, sneeuwval terwijl het op een paar honderd meter hoogte flink aan het dooien is, kan dat wel? Ja dat kan!

Vrijwel alle neerslag die in Nederland valt begint als sneeuw. Neerslag ontstaat als een wolk bestaat uit kleine water- en ijsdeeltjes. Tot een temperatuur van -10 tot -14 graden kan een wolk nog uit vloeibare deeltjes bestaan. Door het verschil in dampspanning groeit een ijsdeeltje (condensatiekern) ten nadele van een waterdeeltje. Op een gegeven moment is het ijsdeeltje groot genoeg om als sneeuwvlok naar beneden te vallen. De temperatuur die de sneeuwvlok onderweg tegenkomt bepaald de neerslagvorm aan het aardoppervlak. Vriest het de hele weg omlaag, dan valt er sneeuw. Komt de temperatuur boven nul, dan valt er regen of als de temperatuur maar net boven nul ligt natte sneeuw. Gaat de sneeuw door een laag waar de temperatuur boven nul ligt, maar vriest het direct aan de grond nog licht, dan valt er ijzel of ijsregen. Dit neerslagvormend proces is bij meteorologen beter bekend als het Wegener-Bergeronproces, vernoemd naar de ontdekkers van dit proces.

Voor sneeuw hebben we dus wolken nodig die bestaan uit water en ijsdeeltjes en de temperatuur tussen de wolkenbasis en het aardoppervlak moet onder nul liggen. De bewolking waar we nu mee te maken hebben bevind zich op ongeveer 200 meter. Op die hoogte vriest het wel, maar van 10 tot 14 graden vorst is geen sprake. Wat is dan wel de oorzaak van deze zeer lokale, maar soms intensieve sneeuwval?

Door de hoge luchtdruk is er sprake van dalende luchtbewegingen die de koude luchtlaag aan de grond als het waren samenpersen. Het is alsof je een spons uitknijpt. Er komt heel veel vocht beschikbaar. Bij een temperatuur van -4 of -5 graden komen de eerste ijskristallen beschikbaar en wordt het Wegener-Bergeronproces in gang gezet: het begint te sneeuwen! Dat het nu bij een veel hogere temperatuur al lukt, dan hoog in de atmosfeer komt doordat de luchtdruk aan de grond veel hoger is (water bevriest daardoor veel makkelijker) en omdat er veel meer condensatiekernen beschikbaar zijn. Die condensatiekernen zijn vooral aan de lijzijde van grote steden en industriegebieden beschikbaar omdat de oostelijke wind hier net wat meer vuildeeltjes kan oppakken. De sneeuw die lokaal in ons land ligt, vinden we dus vooral aan de westkant van de grote steden terug.

Vandaag blijft het wolkendek vrijwel gesloten en op “sneeuwgevoelige plekken” komt nog af en toe wat sneeuw omlaag. Verder blijft het de hele dag vriezen en vannacht komt het kwik opnieuw in de buurt van -5 graden uit. Pas als morgen de zon doorbreekt zal de sneeuw verdwijnen. Op plaatsen waar het dekje slechts een paar millimeter dik is, zal de sneeuw al verdwenen zijn voordat de temperatuur boven nul komt (sublimatie), daar waar sprake is van een aantal centimeters blijft het nog even wit. Samen met een schaatsijs op een aantal ondergelopen weilanden en ondiepe vennetjes is de aanloop naar kerst compleet winters. Of de kou blijft “plakken” tot en met tweede kerstdag kunt u horen in de Meteo Consult Weerlijn onder optie 2 en 5.

Op begin februari 2006 viel er lokaal sneeuw bij vrijwel dezelfde omstandigheden. Collega Reinout van den Born ging toen op onderzoek uit in de omgeving van Nijmegen. Lees hier zijn verslag.