Natuurijs rulez!

Drie mannen schaatsen over het dunst mogelijke ijs in een polder in Friesland en riskeren natte voeten. Waar komt hun fascinatie vandaan?

Er stond dinsdag een fascinerende foto in De Stentor, een regionaal dagblad dat in Midden-Nederland verschijnt. De foto was genomen in de Rypstjerkerpolder in Friesland, een polder die door de vele regenval gedurende de eerste helft van de decembermaand deels onder water stond en waarop als gevolg van de vorst van de afgelopen dagen een laagje ijs van 3 of 4 centimeter was ontstaan.

Drie Friese mannen, alle drie getooid met een ijsmuts en dikke wanten, schaatsten aan het uiterste randje van de ‘ijsvlakte’, tussen de grassprieten door. Op de achtergrond is – tegen een grijze Friese lucht – nog duidelijk een molen zichtbaar. De eerste mensen in Friesland schaatsen op natuurijs, meldt het berichtje onder de foto droog. Aan de rand van het ondergelopen weiland lukt het al, middenin nog niet. Daar is het ijs nog niet dik genoeg en zouden de schaatsers zeker natte voeten krijgen. Het beeld blijkt maandag al te zijn genomen en bevestigt wat veel mensen al een paar dagen dachten, er zal deze week her en der op natuurijs geschaatst kunnen worden, nu het eindelijk vriest.

Gefascineerd bekijk ik de foto en laat het beeld enige tijd op me inwerken. “Er wordt al geschaatst op natuurijs”, roep ik een paar collega’s erbij. Nieuwsgierig komen ze kijken. “Waar is dat”, vraagt er een. Nadat ik hem heb gemeld waar de foto is genomen, noemt hij zelf meteen de plaats. “Daar zijn ze altijd het eerste”, weet hij, zelf afkomstig uit Friesland. “Dat is schaatsen met de grasmaaier voor je uit.” Z’n opmerking levert gelach op. Maar snijdt hout. Want als je goed kijkt, zie je het gras door het ijs heenkomen.

Wat is dat toch voor iets merkwaardigs, dat Nederlanders, als er ook maar het minste of geringste ijs is, meteen de schaatsen onderbinden en dat ijs op gaan? Doen ze het alleen voor de foto? Of is de drang om te schaatsen zo groot dat ze het gewoon niet meer houden? Zouden Oostenrijkers in de Alpen meteen ook de lange latten uit de kast pakken zodra er ook maar het minste of geringste aan sneeuw in hun bergen is gevallen?

Oude winters

Na een zomer lang wroeten in oude winters, voor het boek Winters van Toen dat in de boekwinkels inmiddels al aan z’n derde druk toe is, fascineert de foto me alleen maar meer. Nu ik weet dat de winters van vroeger echt veel kouder en ingrijpender waren dan hun slappe aftreksels van de laatste 10 a 20 jaar, dringt zich toch steeds meer het idee op dat veel Nederlanders domweg terugverlangen naar die koude wintermaanden van toen.

Afgelopen zondag in Nijmegen. De zon schijnt aan een staalblauwe hemel. Het is maar net boven nul en er waait een koude oostenwind. Niet een dag om meteen naar buiten te gaan. Toch blijken er veel mensen op straat. Als je goed luistert, roepen ze allemaal wel een keer dat het koud is, maar dan wel op zo’n manier dat je proeft dat ze het eigenlijk hartstikke leuk vinden. Over de Waalbrug gaat het via Lent langs de Waal naar de spoorbrug. In de uiterwaarden, die deels onder water staan door de hoge waterstand in de rivier, is het nat. Op de randen is het eerste, prille ijs zichtbaar, verder is het gewoon vloeibaar.

Fascinatie

We staan even stil op de brug en kijken naar beneden. Opnieuw voel ik die fascinatie. Terwijl we het in de zomer tijdens klimaatworkshops alleen maar hadden over wegsmeltend poolijs, terugtrekkende gletsjers en de snelle opwarming van de aarde, zie ik hier – zelfs in Nederland – toch weer een beetje natuurijs ontstaan. Het maakt me blij, misschien ook wel omdat ook in m’n achterhoofd weet dat dit uiteindelijk toch steeds bijzonderder zal worden.

Weer terug in de stad besluiten we naar het Valkhofpark te lopen, waar gedurende de kerstperiode en in de eerste dagen van het nieuwe jaar een kunstijsbaan ligt, op een van de mooiste locaties die Nijmegen kent. Op een heuvel, onder oude bomen en tussen een paar oude monumenten, uitkijkend op de Waalbrug, het icoon van de Waalstad. Twee dagen eerder, toen het nog grijs was en somber, maar niet zo koud, waren we er ook al. Nu blijkt het veel drukker. Het is echt gezellig. Tientallen kinderen en ook een paar volwassenen draaien hun rondjes op de kleine baan, meest op fel oranje schaatsen, die ter plaatse worden gehuurd. Want welk kind beneden 10 jaar heeft nu nog zijn eigen schaatsen?

Vriesmachines

Opvallend is het grote aantal mensen dat naast de baan staat en lachend toekijkt. Keer op keer horen we de verzuchting dat mensen hopen dat het straks ook op natuurijs weer eens mag lukken. Hoe anders is dit beeld dan dat van nog net geen jaar geleden, toen we in het Openluchtmuseum in Arnhem ook aan de rand van een kunstijsbaan stonden. Toen in een warme zuidwestenwind met een temperatuur van ongeveer 14 graden. Een schoolklas op het ijs, dat wel. Maar ook al deden de vriesmachines nog zo hun best, door de warme wind bleef de baan bij lange na niet op temperatuur en stond er een bak water op.

Nederland mist z’n ijs. En zelf voel ik het ook zo. Ik maak al plannen voor later in de week om – waar het dan ook maar mogelijk is – toch weer even m’n schaatsen onder te binden, om te genieten wat dat korte momentje dat het natuurijs ons gunt. En als het niet anders kan, dan ook maar tussen de grassprieten door. Er gaat niets boven natuurijs. Of beter: er gaat niets boven natuurijs in Nederland. Ook al is het nog maar zo’n klein beetje!

Uitsnede foto voorpagina: Martin de Jongh. In Rheden sneeuwde de mist uit en werd het wit.

Bron: De Stentor, Meteo Consult.