Vorst in september: record van Twente is discutabel

Op 20 september 1965 is in Twente -3.5 graden gemeten. We leggen uit waarom aan dat record getwijfeld moet worden.

Vandaag is het weerbeeld in een groot deel van het land een stuk minder fraai dan gisteren en hoe dat komt, hebben we in het verhaal van gisteren al uitgelegd. Vandaag zullen we aandacht schenken aan het optreden van koude nachten in september. Als alle omstandigheden meewerken, dan kan het kwik namelijk al fors dalen. Vorst aan de grond kan, vooral in de tweede helft van de maand, landinwaarts al op vrij uitgebreide schaal optreden in sommige nachten. Héél af en toe komt het zelfs al tot vorst in de weerhut, op de waarnemingshoogte van anderhalve meter boven het gras. We zullen in het navolgende verhaal in het kort de drie septembernachten behandelen die in De Bilt vorst hebben opgeleverd sinds het begin van de vorige eeuw. Daarna besteden we wat uitgebreider aandacht aan de nacht van 20 september 1965, toen het kwik in Twente was gedaald naar -3.5 graden, het laagterecord voor september voor Nederland. Er zijn echter genoeg redenen om bij dit record grote vraagtekens te plaatsen.

Zoals gezegd, een vorstdag in september is nog uiterst zeldzaam. Nabij de kust zijn deze sowieso nog niet voorgekomen voor zover bekend en in het binnenland is dat doorgaans alleen weggelegd voor die locaties die als ‘vorstgevoelig’ omschreven kunnen worden. Het meetveld bij het KNMI in De Bilt is zeker niet als zodanig aan te merken en de septembervorst is daar dan ook minimaal gebleven sinds 1901. Op 25 september 1906 daalde het kwik daar tot -0.1 graad, op 28 september 1939 was het minimum -0.2 graden en het september kouderecord in De Bilt werd gevestigd op 16 september 1971, toen het kwik tot -0.7 graden daalde.

Van die eerste twee vorstnachten uit 1906 en 1939, zijn maar weinig weergegevens bekend. Wel kunnen we aan de spaarzaam beschikbare meetgegevens zien dat de kou toen echt een binnenlandse aangelegenheid was, zelfs op een station als Eelde bleef de temperatuur ruim boven nul, met respectievelijk 4.6 en 2.9 graden. Kouder was het in Beek met minima van 1.1 en 1.3 graden. Er kan rustig vanuit worden gegaan dat in deze twee nachten het kwik in grote delen van Gelderland, Overijssel en Drenthe ook iets onder nul is gekomen in deze nachten. De weerkaarten van deze twee nachten (zie afbeeldingen) laten dan ook die typische circulaties zien die gunstig zijn voor het optreden van een koude nacht. Eerst het binnenstromen van relatief koude en droge lucht, gevolgd door een gunstig liggende rug van hoge luchtdruk, nabij of boven ons land, waardoor er een rustige en heldere nacht volgt.

Gisteren was het op de kop af 36 jaar geleden dat de (voorlopig?) laatste nacht optrad met vorst in september, althans op meer dan lokale schaal. Op de beide weerkaarten die van deze nacht zijn geplaatst (zie afbeeldingen) is te zien dat ook nu alles op zijn plaats viel, voor wat betreft het optreden van een koude nacht. Aan de oostflank van een hogedrukgebied stroomde eerst koude lucht binnen, waarbij het kwik op 850 hPa aan het begin van de nacht was gedaald naar rond -1 graad, wat voor september een erg lage waarde is. Het hoog zelf trok juist op tijd naar het oosten, waardoor de wind in deze nacht wegviel en het kwik onder een heldere hemel aan zijn val kon beginnen.

Hier en daar aan zee werd het helemaal niet koud, Vlissingen kwam zelfs niet lager dan 8.1 graden! Maar dieper landinwaarts was vorst aan de grond een algemeen verschijnsel en lagen de minima meest onder de 3 graden. Ook in Eindhoven en Twente kwam het in deze nacht tot vorst, met respectievelijk -0.4 en -0.9 graden. Twente was dus het koudste station, maar het verschil met de andere koudste locaties was niet erg groot. Zelfs de meetpost bij Rotterdam zat met een minimum van +0.4 graden dicht tegen vorst aan.

En dan komen we nu uit bij de beruchte nacht van 20 september 1965, toen in Twente het laagterecord van  september  werd  gemeten  voor  ons  land,  namelijk  een  minimumtemperatuur  van  -3.5 graden!

Maar met dat record is iets geks aan de hand. Kijken we naar de minimumtemperaturen die in deze nacht elders in het land zijn gemeten, dan liggen die zonder uitzondering anderhalf tot meer dan drie graden hoger dan in de vorstnacht van 16 september 1971, die we hiervoor hebben behandeld. In De Bilt bijvoorbeeld, was het minimum +2.7 graden, in Rotterdam +4.7 graden en in Eindhoven +2.2 graden. Sterker nog, als we die -3.5 graden van Twente niet meerekenen, was Eindhoven zelfs het koudste station van heel het land! In Twente was het dus bijna zes graden kouder geworden!

Op zich kán een dergelijk groot verschil optreden, maar helaas hebben we geen meetgegevens van Deelen, ook vaak een koud station. In Eelde koelde het trouwens af tot +3.0 graden. Kijken we naar de weerkaarten van deze nacht, dan is de overeenkomst met de koude nacht uit 1971 duidelijk, met echter een belangrijk verschil. De bovenlucht is duidelijk minder koud en lag aan het begin van de nacht niet rond -1 graad, maar tussen +2 en +4 graden, toch een markant verschil. De -3.5 graden is trouwens ook gemeten op één uurtijdstip, het uur daarvoor en daarna lag het kwik aanzienlijk hoger, zelfs boven nul! Zouden we die ene waarde van -3.5 graden weglaten en een schatting maken van de opgetreden minimumtemperatuur op basis van de overige uurtemperaturen, dan zouden we voor Twente ergens tussen +1 en +2 graden uitkomen. Sterker nog, het is gemakkelijker te geloven dat er een coderingsfout is gemaakt en dat die ‘-3.5’ in werkelijkheid +3.5 graden moest zijn…

Kunnen we nog meer indirecte bewijzen vinden dat die kwikstand van -3.5 graden mogelijk onjuist is? Ja. Uit analyse van de weerkaarten op 19, 20 en 21 september 1965 blijkt dat dit prachtige en rustige herfstdagen waren, met een groot verschil tussen dag- en nachttemperatuur. In de nacht van 18 op 19 september was Twente met een minimum van +2.1 graden óók het koudste station van het land, maar de andere binnenlandse meetpunten hadden toen een minimum van respectievelijk 4.3, 4.4 en 4.7 graden. Een verschil van ruim 2 graden is vrij normaal in dit soort nachten en komt veel vaker voor. Overdag liep het kwik bij weinig wind en 8 tot 10 uur zonneschijn op naar waarden tussen 15 en 18 graden. Daarna volgde dus die beruchte nacht, die we hierboven al hebben behandeld.

Op 20 september zelf bleef het vrij zonnig en zeer rustig qua wind. Het werd nog iets warmer met maxima tot ruim 18 graden aan toe (Twente zelf kwam tot 18.8 graden, op de 19e was dat 17.4 graden). Ook de nacht van 20 op 21 september verliep rustig en helder, en weer was Twente het koudste station met 2.9 graden, terwijl het in De Bilt en Eindhoven naar 3.8 en 4.6 graden was afgekoeld. Opnieuw zien wij hier een normaal temperatuurverschil tussen deze meetstations.

Alles samennemend, moeten we tot de conclusie komen dat het temperatuurrecord voor september van -3.5 graden, gemeten op 20 september 1965 te Twente, op zijn minst van een vet vraagteken moet worden voorzien, hoewel deze waarde door het KNMI toch als juist is aangemerkt. Gezien het weerbeeld in deze nacht, de dagen en nachten hiervoor en hierna, alsmede de bestudering van de weerkaarten en de opgetreden temperaturen op de overige stations in ons land, geven ons genoeg voeding om sterk te twijfelen aan dit record. Belangrijk daarbij is ook dat het kwik in Twente niet geleidelijk naar die -3.5 graden is gedaald, maar dat er sprake is van een abrupt temperatuurbeeld, die eigenlijk niet in het beeld past. We zien dan ook genoeg grond om te beweren dat het échte temperatuurrecord voor september in ons land -2.6 graden bedraagt, gemeten in Wijster op 30 september 1928.

Bronnen: Meteo Consult, Wetterzentrale, site Alwin Haklander, KNMI, eigen archief.

Getoonde weerkaarten zijn van het NCEP, via site Wetterzentrale; foto voorpagina: Corrie Hollaar Rijksen.