Aangevreten wolken

Uitgestrekte wolkenvelden werden in de loop van donderdag op steeds meer plaatsen 'aangevreten', zowel van boven- als van onderaf.

Na een op veel plaatsen grijze start met in het midden en zuiden van het land op veel plaatsen zelfs mist, werd het in de loop van de donderdagochtend al lichter. Nadat donderdagochtend vroeg de zon zich slechts her en der eventjes had laten zien, begon in de loop van de ochtend op steeds meer plaatsen de bewolking open te breken. Dit had niet zozeer met het ‘wegdrijven’ van de bewolking te maken, maar meer met het feit dat deze langzaam werd ‘aangevreten’.

Dit ‘aanvreten’ gebeurde van twee kanten: van bovenaf en van onderaf. Van onderen gebeurde dit als gevolg van een proces dat vrijwel elke dag plaatsvindt: het onstabiel worden van de onderste lagen van de atmosfeer. Als de zon opkomt wordt het aardoppervlak opgewarmd en daarmee de lucht erboven. Ook als het bewolkt is, gebeurt dit, zij het in minder sterke mate dan wanneer de zon ongehinderd haar warmte aan het aardoppervlak kan afgeven.

Door deze opwarming van de lucht werd de lucht ook deze donderdag onstabiel. Dat wil zeggen dat luchtbellen vanaf het aardoppervlak opstegen, doordat ze warmer (en daardoor lichter) werden dan de koelere lucht erboven. Bij het opstijgen van die lucht ontstonden wervelingen, waardoor de warmere en relatief droge opstijgende luchtbellen van onderaf vermengd werden met de vochtigere koelere lucht erboven. Per saldo zorgden deze mengingen ervoor dat de lucht van onderaf steeds iets warmer en relatief droger werd. Hierdoor bevonden zich dus steeds dus minder waterdruppeltjes in de hogere luchtlagen. In concreto betekende dit dat de wolken, die vooral op 1 tot 1,5 kilometer hoogte aanvankelijk overal hardnekkig aanwezig waren, van onderaf aangevreten werden. De bewolking werd dunner.

Aan de bovenkant was iets anders aan de hand dat het oplossen van de bewolking nog verder stimuleerde: ‘subsidentie’. ‘Subsidentie’ is een meteorologische term voor het voorkomen van dalende bewegingen in hogedrukgebieden. Die dalende luchtbewegingen zorgden er voor dat de wolken ook van bovenaf ‘aangevreten’ werden. Dalende lucht warmt namelijk op, waardoor ze meer vocht in gasvorm kan bevatten en dus een deel van de wolk verdampt. Door de aanhoudende dalende luchtbewegingen zette dit proces zich donderdag gestaag voort. Op deze manier werd de bewolking ook van bovenaf steeds verder aangetast.

Dus: zowel van onder (door menging en uitdroging van de onderste luchtlagen als gevolg van toenemende onstabiliteit) als van boven (door aanhoudende dalende luchtbewegingen als gevolg van hogedrukwerking) werd de bewolking gedurende de dag steeds dunner.

Overigens is dit een simpele versie van de werkelijkheid, die in feite, zoals altijd in het weer, een stuk complexer en weerbarstiger was. Ook vele andere factoren speelden een rol. Zo zorgden de opstijgende luchtbellen - die dus voor de meningen en uitdroging van onderaf zorgden – bijvoorbeeld zelf ook voor het ontstaan van nieuwe bewolking. Opstijgende warme lucht koelt bij het opstijgen namelijk af, waardoor bij genoeg vocht en genoeg afkoeling, het juist ook weer tot condensatie en wolkvorming kan komen. Op veel plaatsen waar de zon doorbrak – en zelfs vaak al daarvoor – ontstonden stapelwolken. Op andere plaatsen werd de ‘oude’ bewolking die aan het verpieteren was, aangevuld met meer aaneengesloten wolkenvelden die de zon daar langer wisten tegen te houden dan elders.

Wilt u weten wanneer bij u de zon doorbreekt, of hoeveel zon u de komende dagen nog kunt verwachten? Bel dan de Meteo Consult Weerlijn: 0900-9725 (50 cent/ min.). Of bekijk de weersverwachingen via uw mobiele telefoon. Voor informatie over de vele andere (weer)diensten van Meteo Consult klik hier.

Afbeelding homepage: uitsnede foto door Willy Steenkamp.

Bron: Meteo Consult