normaal is bijzonder

Al bijna drie maanden lang vertoeven de temperaturen in ons land rondom de norm. We leggen uit dat dit best bijzonder is.

De afgelopen augustusmaand heeft in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 17.1 graden opgeleverd en daarmee was het qua temperatuur een hele normale maand. Als we dat zo zeggen, dan bedoelen we in feite dat de temperatuur maar weinig afweek van het klimatologische gemiddelde van 17.2 graden, wat in De Bilt de gemiddelde temperatuur is van alle dertig augustusmaanden van de jaren 1971 tot en met 2000. Het is echter onjuist om dan van ‘normaal’ te spreken, want de ervaring leert dat het bijna altijd ‘te koud’ of ‘te warm’ is en dat dit rekenkundige gemiddelde zélf betrekkelijk weinig voorkomt.

Momenteel is het tamelijk bijzonder dat na een extreem warme eerste helft van het jaar we nu een vrij lange periode beleven met temperaturen die rondom het langjarige gemiddelde vertoeven. Korte periodes met koele en warmere dagen wisselen elkaar af en slaan elkaar aldus ‘dood’.  We hebben op deze site al enige malen geschreven dat 2007 hard op weg lijkt te zijn om het warmterecord van vorig jaar te breken en die bewering staat nog steeds kaarsrecht overeind. Het jaar 2006 heeft in totaal een warmteoverschot van 525.4 graaddagen opgeleverd in De Bilt en tot en met gisteren (5 september) staat dit jaar op vrijwel hetzelfde aantal, 525.7 graaddagen. Het overschot of het tekort van iedere dag verkrijgt men simpel door van de opgetreden gemiddelde temperatuur de gemiddelde waarde voor die dag af te trekken. Zo was het gisteren behoorlijk koel met een gemiddelde temperatuur van 11.4 graden, terwijl de norm voor 5 september staat op 14.7 graden, zodat we 3.3 graaddagen te kort kwamen. Inmiddels is er alweer belangrijk zachtere lucht binnengestroomd en vandaag zal er daarom een klein ‘plusje’ worden geboekt.

Met andere woorden, als de komende herfstmaanden en december een volstrekt gemiddelde temperatuur gaan opleveren, dan wordt 2007 als geheel net zo warm als het recordwarme jaar 2006. Een kleine afwijking naar de warme kant is echter al voldoende om het huidige jaar de allerwarmste te maken sinds het begin van de metingen uit 1706.

Terugkijkend zien we dat al op 12 juni van dit jaar een stand van 525.6 graaddagen werd bereikt, dus sinds die tijd – 86 dagen, bijna drie maanden dus – we ten opzichte van deze norm slechts 0.1 graaddag winst hebben geboekt. Op zich zegt dat natuurlijk niets. Het kan anderhalve maand extreem warm zijn geweest, en daarna een aantal weken extreem koud. Maar dat blijkt niet het geval te zijn geweest. De temperatuur schommelt nu al vele weken lang rond het gemiddelde, dan weer iets erboven, vervolgens er iets onder en dat dan steeds een paar dagen lang.

Van die 86 dagen was er niet één precies even warm als de voor de die dag geldende norm. In totaal verliepen 44 dagen kouder en 42 warmer. Gedurende 25 dagen was de afwijking naar de koude of warme kant echter minder dan één graad. In tegenstelling tot eerdere periodes, traden er ook relatief weinig dagen op die zeer sterk afweken van de norm. Afwijkingen van vijf graden of meer zijn niet opgetreden. De relatief koudste dag was 30 juli, het was toen met 14.2 graden 4.6 graden kouder dan de norm. De relatief warmste dag was 15 juni met 19.2 graden, 4.9 graden boven de norm. Het aantal ‘gematigd’ warme en koude dagen met een afwijking van tenminste 2.0 graden, hield elkaar keurig in evenwicht met respectievelijk 18 en 17. Ook hieruit blijkt dat het kwik inderdaad nu al lange tijd rond de norm schommelt zonder écht grote uitschieters en dat is best bijzonder. 

Bronnen: Meteo Consult, KNMI, eigen archief.

Foto’s: Doede de Jong (voorpagina); Karin Broekhuijsen; Willy Bonnink-Naves; Jan Kuipers.