Nazomer

Het weer is zo ongeveer het meeste besproken onderwerp in Nederland. Momenteel valt het woord nazomer regelmatig.

September is de eerste meteorologische herfstmaand, maar in veel voorgaande jaren ontpopte de septembermaand zich tot een heuse (na)zomermaand. Een periode met mooi najaarsweer wordt in de volksmond ook wel oudewijvenzomer genoemd. Over de oorsprong van dit begrip lopen de meningen uiteen. Dit is niet verwonderlijk, want het najaar kent verschillende oplevingen met allemaal hun eigen benamingen.  

In Nederland en Vlaanderen wordt een zomerse periode rond 29 september het Sint- Michielszomertje genoemd. Begin oktober heet zo’n periode Kranenzomer, rond 11 oktober het Sint Gummaruszomertje en  rond 11 november spreekt men van de Sint-Maartenszomer. In het noorden van Amerika noemt men mooi nazomerweer ‘Indian Summer’.  

In Nederland worden voorlopig luchtpakketten van de Noordzee aangevoerd. Vervolgens worden de luchtmassa’s eigenschappen hiervan aangenomen. De zogeheten maritieme eigenschappen maken de lucht onder meer vochtiger en neemt verder wordt de temperatuur van de Noordzee overgenomen. Dit is tevens de reden waarom in het zomerseizoen de temperaturen minder hoog zijn (gematigd dus) als de wind vanaf zee waait. In het winterseizoen is het dan juist relatief warmer of minder koud.  

Boven land komen de continentale kenmerken van luchtsoorten naar boven, zoals de relatieve ‘droogte’ ervan en de aanwezigheid erin van vervuiling door industrie. Daarnaast bepalen de temperaturen van zowel het zeewater als het aardoppervlak ondermeer ook de opbouw van de atmosfeer in de onderste niveaus. De lucht is daardoor afhankelijk van de stroming stabiel (temperatuur stijgt met de hoogte), neutraal of onstabiel (het wordt kouder met de hoogte) van opbouw.  

Ook wisselen de eigenschappen van het land of de zee per seizoen. Lucht vanaf zee is zoals eerder geschreven zomers relatief koel en zorgt 's winters meest voor zacht weer. Alleen een ’poeierend noordelijke stroming’ kan het wel weer heel koud maken. De lucht afkomstig uit de poolstreken strijkt dan dusdanig snel over de Noordzee dat er onvoldoende tijd is om te transformeren. Morgen en overmorgen wordt het daarom maximaal 16 a 17 graden. 

De huidige aanlandige stroming, veelal uit richtingen tussen west en noord hangt samen met de aanwezigheid van een hogedrukgebied ten (zuid)westen van Ierland. In de kern zelf is het vaak mooi weer, veroorzaakt door dalende luchtbewegingen. De lucht stroomt aan de grond van hoge naar lage druk en dit wordt gecompenseerd door een daling van lucht op grotere hoogte. Anders zou er als het ware een "tekort" aan lucht ontstaan in het hogedrukgebied. Bij dalende luchtbewegingen lost eventueel aanwezige bewolking op.  

In en rond een lagedrukgebied echter stijgt de lucht juist, met als gevolg vorming van (neerslag)wolken. Bij een lagedrukgebied stroom de lucht daarbij spiraalsgewijs naar het centrum. Eenmaal in de kern aangekomen wordt de lucht gedwongen op te stijgen. Een andere optie is er namelijk niet. Tijdens de opgaande beweging neemt de druk af en treed een volumevermeerdering op. De benodigde energie hiervoor moet door de luchthoeveelheid zelf geleverd worden. Dit gaat ten koste van de temperatuur. Als de lucht vochtig is zullen wolken ontstaan waaruit neerslag kan vallen, want als lucht afkoelt kan het minder vocht bevatten. De meeste bewolking en regen vinden we meestal daar waar de fronten op de weerkaarten zich bevinden.  

Het Ierse hoog ligt al een dag of tien op de weerkaarten, maar voor het weer in eigen land is de positie zeer ongunstig. Het is eigenlijk een plek die in het voorjaar veel meer voor de hand zou hebben gelegen dan in deze tijd van het jaar. Voor onze omgeving resulteert dit in een west tot noordwestelijke stroming met aanvoer van vochtige en koele lucht. Het koelte aspect wordt extra versterkt doordat het zeewater ongeveer 2 graden minder warm is dan vorig jaar, verder trekken in dit circulatiepatroon af en toe storingen mee.

Voor een knapbeurt van het weer is het belangrijk dat het hoog naar het continent opschuift, zodat de wind naar zuid draait en er een warme en droge luchtstroming op gang kan komen. De kansen hierop worden vrijwel iedere dag besproken in de lange termijn verwachting van de Meteo Consult audiolijnen, 0900 9725 en dan optie 5. Onder optie 6 zijn overigens verwachtingen op te vragen voor 4 weken vooruit die elke vrijdag opnieuw worden ingesproken. Verder zijn hier ook de maandverwachtingen te beluisteren. 

Bron: Meteo Consult