Beginnende windhozen

Maandag werden boven Friesland tenminste twee beginnende windhoosjes gesignaleerd op een hardnekkige lijn met buien.

Maandagmiddag werden boven Friesland op tenminste twee plaatsen slurven gezien die uit buienwolken richting het aardoppervlak reikten. Voor zover bekend bereikten ze de grond niet, maar spectaculair zag het er natuurlijk wel uit. Bovendien zijn hoosachtige verschijnselen in deze tijd van het jaar heel bijzonder. Normaal gesproken komen hozen in Nederland aan het eind van de zomer of aan het begin de herfst voor, bij zeer zware onweersbuien soms ook vroeger in de zomer. Van zeer zwaar onweer was gisteren echter geen sprake.

Een regengebied trok in de ochtend vanuit het zuidoosten het land binnen en trok in noordwestelijke richting. Het gebied bestond aanvankelijk uit regen die aaneengesloten viel en egaal van karakter was. Aan het begin van de middag begonnen aan de voorzijde van het gebied, aan de west- en noordkant ervan, enkele buien te ontstaan.

De plekken waar de buien ontstonden, waren niet toevallig. Er was namelijk sprake van een zogenaamde windsprong, een verschil in windrichting. Eigenlijk waren er twee windsprongen. De ene bevond zich boven het westen van het land. Daar waaide de wind boven land uit het zuidwesten en aan zee uit het westen. De andere, een stuk scherpere, windsprong, was te vinden in een strook die over het noorden van het land tot over de Noordzee liep.

Dergelijke windsprongen bevorderen het ontstaan van buien. Op een windsprong botst lucht, die uit verschillende richtingen wordt aangevoerd. Hierdoor wordt de lucht gedwongen op te stijgen. En juist op plekken waar stijgende luchtbewegingen te vinden zijn, ontstaan – als ook andere omstandigheden gunstig zijn – buien.

Ook maandag ontstonden, vooral boven de beide windsprongen, dus buien door (extra) stijgbewegingen. Trok het gebied met aaneengesloten regen naar het noordwesten, de buien in het noorden en westen bleven op dezelfde plek hangen: namelijk precies boven de gebieden met een windsprong. Hierdoor leken als het ware twee neerslaggebieden door elkaar heen te lopen. Op zich al een bijzondere situatie.

De buien in het noorden rangschikten zich oost-west tot over de Noordzee. Boven Friesland kwamen daarbij beginnende windhoosjes voor. Niet alleen de botsing van de windregimes aan de grond speelde hierbij een rol. Ook de onstabiele bovenlucht (die de stijgende luchtbewegingen verder versterkte) was van belang. Ten slotte waaide de wind in de bovenlucht ook nog eens uit een totaal andere richting dan de winden aan de grond: namelijk uit zuidoost. Door dit verschil in windrichting tussen de verschillende luchtlagen ontstonden rotaties. In Friesland kwamen deze rotaties uit de wolken naar beneden zakken in de vorm van dreigende slurven: beginnende windhoosjes.

In de loop van de middag trok het meer aaneengesloten regengebied al verbrokkelend naar het noordwesten. Op veel plaatsen werd het daarachter snel droog, maar onder meer precies op de windsprong in het noorden bleef het nog enige tijd naspetteren. Niet toevallig dus.

Voor de buien- en windhoosliefhebbers was zondag op deze site alweer een mooi verslag te lezen van de tornadochasers van DutchTRex, vanuit de Verenigde Staten. Binnenkort volgt een nieuw verhaal, maar voor wie het team dagelijks wil volgen is er onder meer ook nog http://www.paanstra.nl/dutchtrex.

Afbeelding homepage: uitsnede foto R. Koops.

Bron: Meteo Consult