Zon aan zee

Zaterdagochtend ontstonden landinwaarts al gauw nieuwe (stapel)wolken, terwijl het dichtbij de westkust langdurig vrijwel onbewolkt bleef.

Na een aantal flinke buien in het oosten en zuidoosten in de avond en nacht naar zaterdag, ontstonden zaterdagochtend landinwaarts alweer een flink aantal nieuwe, onschuldige, (stapel)wolken. In een brede kuststrook (westkust) bleef het echter langdurig bijna onbewolkt. Wat veroorzaakte deze verschillen tussen kustregio en binnenland?

In en rond de zomerperiode is het een veel voorkomend verschijnsel. In geval het in de nacht (deels of geheel) helder is, kan het flink afkoelen. ’s Ochtends is het dan in de luchtlaag aan het aardoppervlak meestal kouder dan enkele tientallen meters erboven. Omdat koude lucht lichter is dan warme lucht, kan deze lucht niet opstijgen en blijft waar ze is: aan de grond.

Als ’s ochtends de zon vervolgens gaat schijnen, warmt de zon het aardoppervlak flink op en stijgt de temperatuur in de onderste luchtlaag snel. De lucht erboven wordt een stuk minder snel verwarmd. In de loop van de dag ontstaat daardoor een situatie, waarbij de lucht aan het aardoppervlak warmer wordt dan de lucht enkele tientallen meters erboven. De lucht aan de grond wordt daardoor lichter dan de koudere lucht erboven: luchtbellen stijgen op vanaf het aardoppervlak.

Bij dat opstijgen, koelen de luchtbellen af. Daarbij is belangrijk dat lucht waterdamp bevat en dat hoe kouder lucht is, hoe minder waterdamp deze kan bevatten. Wordt de lucht na een poosje opstijgen te koud dan wordt een deel van de, overtollige, waterdamp omgezet in druppels: wolkvorming.

Nu keren we weer terug naar het verschil tussen land en kust(strook). Waarom ontstaan er dichtbij zee vaak minder wolken dan (verder) landinwaarts? Het is eigenlijk heel simpel: de relatief koele zee zorgt ervoor dat de lucht dichter aan het water minder sterk kan opwarmen dan verder landinwaarts. Wanneer de wind vanaf zee waait, zoals zaterdag het geval was (namelijk uit het zuidwesten), dan heeft een behoorlijk brede strook langs de kust met minder hoge temperaturen te maken dan in het binnenland. De noordkust profiteerde echter niet of nauwelijks, omdat de zuidwestenwind daar juist vanaf land blies.

Dichtbij zee wordt de lucht aan het aardoppervlak dus minder snel warm en kunnen de luchtbellen pas later op de dag en ook minder ver opstijgen. Doordat ze minder ver kunnen opstijgen, koelen ze daarbij tegelijkertijd minder af. Het ‘probleem’ dat een luchtbel daardoor een deel van haar waterdamp omgezet ziet worden in waterdruppels en dus in een wolk, komt daardoor pas later op de dag en meestal minder sterk voor. Hierdoor is het dichtbij zee in en rond de zomerperiode vaak zonniger dan landinwaarts.

Bij weinig wind, of een aflandige wind (bijvoorbeeld uit zuidoostelijke richting), zijn de verschillen tussen land en zeestrook minder duidelijk of zelfs afwezig. Bij weinig wind ontstaan dan soms juist boven de duinen als een van de eerste plekken wolken, doordat de zandgronden daar heel snel kunnen opwarmen in zulke omstandigheden. Zaterdagochtend was het dus niet het geval.

Met een aanhoudend matige tot vrij krachtige zuidwestenwind heeft ook de rest van de zaterdag een (steeds smaller wordende) kuststrook de beste papieren, maar ook daar zijn stapelwolken aanwezig. Het blijft daarbij droog. Zondag wordt het een heel ander verhaal. Na een overal vrij zonnige start van de dag, drijft vanuit het zuiden een storing binnen die in de loop van de middag en avond naar verwachting overal voor buien gaat zorgen, ook aan zee.

Voor een actuele gesproken weersverwachting voor vandaag en de buien van morgen, bel de Meteo Consult Weerlijn: 0900-9725 (50 cent / min.).

Afbeelding homepage: Uitsnede foto Jannes Wiersema

Bron: Meteo Consult, KNMI