Noordpoolijs smelt snel

De ijsbedekking van de Noordpoolzeeen was de afgelopen aprilmaand recordlaag. Het ijs lijkt sneller te smelten dan verwacht.

De oppervlakte van het zeeijs in het noordpoolgebied was de afgelopen aprilmaand recordlaag. Het tekort ten opzichte van de normaal in april bedroeg 1,1 miljoen vierkante kilometer, waarbij als gemiddelde de periode van 1979 tot vorig jaar wordt genomen. Onderzoekers van het Amerikaanse National Snow and Ice Data Center (NSIDC) concluderen op basis van een onderzoek, dat zij hebben gedaan, dat de afname van het zeeijs in het noordpoolgebied veel sneller gaat dan welk klimaatmodel dan ook tot nu toe heeft berekend. Zij verwachten ook dat de Noordpool in de zomer veel eerder ijsvrij zal zijn dan tot nu toe werd gedacht omdat er inmiddels al een voorsprong van 30 jaar is op het tijdschema, waarvan het in de klimaatdiscussie toonaangevende IPCC (het Intergovernmental Panel on Climate Change) tot nu toe was uitgegaan. De klimaatrapporten, die het IPCC om de zoveel tijd lanceert, zijn gebaseerd op berekeningen van 18 verschillende klimaatmodellen.

Bij het meten van de totale oppervlakte van het zeeijs in het Noordpoolgebied spelen twee momenten jaarlijks een belangrijke rol. In maart, na de winter op het Noordelijke Halfrond, bereikt het zeeijs meestal zijn maximale oppervlakte, in september, na afloop van de zomer op het Noordelijke Halfrond, wordt de geringste oppervlakte bereikt. Sinds 1953 zien we bij het septemberpunt een afname van 7,8 procent per 10 jaar aan zeeijs, waargenomen door de satellieten die het gebied voortdurend in de gaten houden. Volgens het gemiddelde van de IPCC-berekeningen had dit 2,5 procent per tien jaar moeten zijn, met een maximum van 5,4 procent. In maart is de afname minder sterk, maar nog altijd 1,8 procent per 10 jaar. Het gemiddelde van de klimaatmodellen ging hier van 0,6 procent uit. Op basis van het huidige tempo lijkt het erop dat het moment, waarop in de zomer al het aanwezige zeeijs smelt, ruim voor 2050 zal worden bereikt. Het IPCC gaat er in zijn berekeningen van uit dat dit punt ergens tussen het jaar 2050 en ruim voorbij het begin van de 22ste eeuw ligt.

Op de plaatjes naast dit verhaal zien we dat de totale ijsbedekking op de noordelijke ijszeeën op dit moment iets minder dan 12 miljoen vierkante kilometer bedraagt, ruim een miljoen vierkante kilometer minder dan normaal. Het plaatje daarna laat het verloop van deze afwijking zien in de tijd sinds 1979. In dit plaatje valt op dat er sinds enkele jaren een duidelijke versnelling in het tempo van het afsmelten van het ijs te zien is. Het IPCC ging er tot nu toe van uit dat ongeveer de helft van deze afsmelt voor rekening kwam van het versterkte broeikaseffect, dat voor een belangrijk deel aan de basis staat van de sterke opwarming op aarde, die we al enige tijd meemaken. De andere helft zou dan voor rekening komen van andere, meer toevallige natuurlijke factoren en schommelingen.

De onderzoekers van het NSIDC denken dat de invloed van het versterkte broeikaseffect op het ijs in het Noordpoolgebied wordt onderschat. Zo zouden verschillende modellen van een te grote dikte van het zeeijs uitgaan. Verder wordt te veel gekeken naar opwarming op zich. Veranderende atmosferische en oceaanstromingen, die extra warmte naar het Noordpoolgebied transporteren, worden volgens hen juist te weinig in de berekeningen meegenomen. Het noordpoolgebied reageert sterk op klimaatsveranderingen omdat (wit) ijs bijna 90 procent van de zonnestraling die erop valt, reflecteert. Die straling wordt dan niet aangewend om de luchttemperatuur te laten oplopen. Open water gedraagt zich, vergeleken met ijs, als een vrijwel zwart lichaam dat ongeveer 90 procent van de invallende zonnestraling absorbeert en in warmte omzet. Verdwijnt er ijs en komt daarvoor in de plaats open water terug, dan kunnen de temperaturen in het Noordpoolgebied snel oplopen. Een dergelijk proces lijkt zich de afgelopen jaren te hebben ingezet en verloopt mogelijk steeds sneller.

Opvallend is dat het er aan de andere kant van onze planeet, op de wateren rond de Zuidpool, met het zeeijs een stuk rustiger aan toe gaat. Zo is de totale oppervlakte aan zeeijs rond Antarctica, met de poolwinter daar nu op komst, op dit moment groter dan normaal met een afwijking van ongeveer een half miljoen vierkante kilometer. Kijken we naar het plaatje waarin het verloop van deze afwijking tegen de tijd sinds 1979 staat afgezet, dan zien we daarin geen afname terugkomen, mogelijk zelfs een lichte stijging. Het laat eens temeer zien hoe bijzonder de Zuidpool als regio is op aarde. Omdat het continent Antarctica volledig door zeeën wordt omgeven en er in zee een sterke stroming (een gesloten wervel) omheen staat, kan warmte van andere delen van het Zuidelijke Halfrond niet tot de wateren rond Antarctica doordringen. Iets dergelijks is ook in de atmosfeer rond Antarctica het geval. Ook daar zien we een gesloten luchtwervel (een straalstroom) die warmte van andere delen van het Zuidelijke Halfrond zo goed als tegenhoudt. Het min of meer gesloten klimaatsysteem, waardoor Antarctica wordt gekenmerkt, lijkt mede daardoor nog redelijk stabiel.

En dat is maar goed ook. De ijskap op Antarctica bevat de grootste zoetwaterbuffer op aarde. Zou al het ijs daar smelten, dan zou de zeespiegel met tientallen meters kunnen stijgen. De afsmelt van het zeeijs in het Noordpoolgebied heeft geen invloed op de zeespiegel. Het ijs, dat daar in het water drijft, is al in de niveaus meegenomen. Het smelten van het ijs op Groenland heeft wel invloed op de zeespiegel en lijkt nu al een lichte stijging te veroorzaken.

Bronnen: NSIDC, University of Illinois, Meteo Consult.